Artikel blad Cobouw: Moerdijk testcase voor Den Haag

KLAAS BREUNISSEN, CAMPAGNELEIDER RUIMTE EN LANDSCHAP MILIEUDEFENSIE

De provincie Noord-Brabant wil in strijd met het regeringsbeleid in Moerdijk een
nieuw be-drijventerrein van 150 hectare aanleggen. Klaas Breunissen vraagt zich
namens Milieudefensie af of Den Haag deze zuidelijke provincie terugfluit. Moerdijk is de ultieme testcase als het gaat om het bedrijventerreinenbeleid van onze regering.
De politici in Den Haag kunnen het zo mooi zeggen. We moeten zuinig omgaan met de
open groene ruimte. Niet onnodig nieuwe bedrijventerreinen aanleggen, maar eerst de
bestaande en verouderde terreinen herstructureren en intensiever gebruiken. Geen
overdreven hoge behoefteramingen maken. En zij manen de provincies en gemeenten om toch vooral de SER-ladder te hanteren.
Ruimtebehoefte
De SER-ladder is Haags jargon voor een procedure om zuinig ruimtegebruik te bevorderen.
Denk je dat er behoefte is aan nieuwe bedrijfsruimte, dan kijk je eerst of je de ruimte op
bestaande bedrijventerreinen beter en intensiever kunt benutten. Pas als er daarna nog
steeds sprake is van ruimtebehoefte, mag je besluiten om landschap op te offeren voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein. De ladder is in 1999 bedacht door de Sociaal-Economische Raad, hét adviesorgaan van de regering. De ministers Van der Hoeven(economische zaken) en Cramer (ruimtelijke ordening) hebben onlangs hun Agenda
Bedrijventerreinen naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin spreken zij zich uit tegen onnodige landschapsaantasting en voor het hanteren van de SER-ladder door de lagere
overheden. Daarover gaan zij met de provincies afspraken maken. Mooie woorden, die ook de Tweede Kamer heeft onderschreven. En dan nu de praktijk. De provincie Noord-Brabant wil in de gemeente Moerdijk een nieuw bedrijventerrein van 150 hectare netto aanleggen: het Logistiek Park Moerdijk (LPM). Terwijl er in diezelfde gemeente al een bedrijventerrein van 2500 hectare is, waarop nog plek genoeg is om de behoefte aan 150 hectare logistiek terrein te accommoderen. Dat is de afgelopen maanden aangetoond door een rapport van de Technische Universiteit Delft. Met cijfers over vraag en aanbod wordt de overbodigheid van LPM glashelder aangetoond. Nog overtuigender is wellicht het rapport dat twee bewonersgroepen uit Moerdijk hebben gemaakt. Die hebben alle percelen in kaart gebracht die nu nog leegstaan of alleen als opslag worden gebruikt. Oók berekenden de bewoners de ruimtewinst die bij Moerdijk geboekt zou kunnen worden door infrastructurele aanpassingen. Onontkoombare conclusie: Als je de SER-ladder toepast, is het LPM niet nodig.
Beloofd
Provinciale Staten van Noord-Brabant beslissen op 27 juni over het LPM. Ondertussen blijft het in Den Haag verbazend stil. Geen parlementariër die de regering oproept om ervoor te zorgen dat ook de provincie Noord-Brabant zich aan de SER-ladder houdt. Sterker nog: De regering heeft vorig jaar aan de provincie beloofd actief mee te werken aan de aanleg van het LPM. Onder andere financieel, door 12 miljoen euro bij te dragen en de benodigde grond, die rijksbezit is, tegen agrarische waarde ter beschikking te stellen.
De vraag is waarom in Moerdijk de SER-ladder niet wordt toegepast? Het gaat tegen het regeringsbeleid in om het stoere landschap van West-Brabant op te offeren aan een bedrijventerrein waar gegarandeerd veel leegstand zal zijn. Schrikt de regering terug voor de consequenties van haar eigen beleid?
Praktijktoets
Milieudefensie beschouwt ‘Moerdijk’ als testcase voor Den Haag. Een praktijktoets of de
mooie Haagse woorden over zorgvuldig ruimtegebruik, herstructurering en SER-ladder
worden omgezet in daden. We hopen van harte dat de regering slaagt voor deze toet