Milieudefensie: Brief aan Raad Moerdijk over LPM

Gemeenteraad van Moerdijk
T.a.v. de commissie Bestuur en Middelen
Postbus 4
4760 AA Zevenbergen

Betreft: Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk

Amsterdam, 19 juni 2009

Geachte leden van de gemeenteraad van Moerdijk,

Op 24 juli bespreekt u de ‘Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk’ in de commissie Bestuur en Middelen. In de bestuursovereenkomst is de ontwikkeling van
leefbaarheidsprojecten gekoppeld aan economische ambities. Milieudefensie beoordeelt de wenselijkheid en noodzaak van de projecten afzonderlijk. In dat licht wil Milieudefensie een aantal overwegingen omtrent de gebiedsontwikkeling bij u onder de aandacht brengen.

1.Milieuwinst niet aangetoond

Op 29 juni 2006 heeft u middels het aannemen van een motie het College van Burgemeester en Wethouders de ruimte gegeven om “te laten onderzoeken of er voor de gemeente als totaal winst en dan met name milieuwinst valt te behalen indien aan [de vestiging van een multimodaal logistiek centrum] een pakket aan compenserende maatregelen wordt verbonden dat tegemoet komt aan de ontwikkelingswensen die bij de gemeente leven’.
Uit onderzoek van Wageningen Universiteit (Wetenschapswinkel) in opdracht van de SBBM
(Moerdijk Milieuwinst Mogelijk?, mei 2009) blijkt dat er vooralsnog geen milieuwinst is te verwachten. Weliswaar heeft de totale gebiedsontwikkeling een positief effect op de leefbaarheid, maar van milieuwinst is geen sprake. De uitplaatsing van bedrijven leidt slechts tot verplaatsing van schadelijke milieu-effecten en de milieukwaliteit verslechtert door de toename van de verkeersbewegingen.

2. LPM is een slecht idee

Uit onderzoek van OTB (TU Delft) in opdracht van Milieudefensie blijkt dat nut en noodzaak van het LPM niet is aangetoond (Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk, maart 2008). De behoefteramingen waar de provincie vanuit gaat zijn veel te hoog, en zelfs bij die hoge behoefte-ramingen is er nog voldoende plaats op alternatieve locaties waaronder het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk.
Milieudefensie is teleurgesteld dat niet de moeite is genomen om te onderzoeken hoe de doelgroep voor LPM kan worden ondergebracht op het bestaande terrein.
De ontwikkeling van het LPM staat haaks op het rijksbeleid. Conform de SER-ladder moet eerst de bestaande ruimte worden benut en worden gezocht naar mogelijkheden voor intensiever en meervoudig ruimtegebruik alvorens nieuwe uitleg mogelijk wordt gemaakt. In Moerdijk dreigt de omgekeerde situatie: het LPM mogelijk wordt mogelijk gemaakt voordat de de ruimte op het bestaande terrein is benut en geïntensiveerd. De oppervlakte op het bestaande terrein is zelfs groter dan het hele nieuwe terrein.

3. Herstructurering onvoldoende prioriteit

In de Bestuursovereenkomst wordt alleen zijdelings gesproken over herstructurering van het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk. In feite wordt het gedelegeerd aan het Havenschap Moerdijk en spreken provincie en gemeente alleen af zich ervoor in te spannen. Er zijn geen financiën vrijgemaakt voor herstructurering, terwijl een rondrit op het bestaande terrein aantoont dat er veel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het terrein.
De inzet bij het opstellen van de Gebiedsvisie Moerdijk- Oost was om de ruimtevraag voor het toen geplande bedrijven-terrein Moerdijkse Hoek op alternatieve locaties in te vullen. In de bestuursovereenkomst komt deze ambitie niet terug. Weliswaar is het LPM fors kleiner dan Moerdijkse Hoek, maar van eerst invullen op bestaande locaties daarna pas een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen is geen sprake.
Integendeel, doordat de opbrengsten van LPM nodig zijn voor de financiering van de leefbaarheidsprojecten (ontwikkeling Noordrand Zevenbergen en Waterfront Moerdijk), wordt het Park vooral een middel om de begroting te dekken en is snelle ontwikkeling in dat opzicht aantrekkelijk.

4. Belang van de leefbaarheidsprojecten

Milieudefensie constateert dat een groot aantal van de leefbaarheids-projecten gerealiseerd kunnen worden zonder de opbrengsten van het Logistiek Park Moerdijk. Als de politieke wil bij rijk en provincie aanwezig zou zijn, is zelfs de ontwikkeling van de noordrand van Zevenbergen binnen handbereik.

Oproep

Milieudefensie constateert dat de Bestuursovereenkomst niet rijp is voor besluitvorming overeenkomstig de door de gemeenteraad gestelde kaders. Het rapport van de
Wetenschapswinkel (Wageningen UR) concludeert: “Er is geen sprake van milieuwinst door het verplaatsen van bedrijven omdat zowel de totale uitstoot van de bedrijven als de hoeveelheid transportbewegingen niet verandert, maar wordt verplaatst. [ ] Er is geen toetsingskader bekend om op verschillende locaties en schaalniveaus alle effecten van alle plannen samen te wegen.‘
Milieudefensie roept u daarom op:
– de besluitvorming over de Bestuursovereenkomst uit te
stellen,
– de milieu- en leefbaarheidseffecten van alle projecten
uit de Bestuursovereenkomst in
beeld te brengen en met elkaar in verband te brengen.
– te onderzoeken of de verbetering van de leefbaarheid ook
op alternatieve wijze kan worden bereikt.

Hoogachtend,

Klaas Breunissen

campagneleider ruimte en landschap