Milieudefensie:Brief aan P.S. over aanleg LPM

Provinciale Staten van Noord-Brabant
T.a.v. Statencommissies RM en EMG
Postbus 90151
5200 MC ‘s-Hertogenbosch

Betreft: Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk

Amsterdam, 17 juni 2009

Geachte leden van Provinciale Staten,

Op 19 juli bespreekt u de ‘Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk’ in de commissie Ruimte en Milieu. In de Bestuursovereenkomst is de ontwikkeling van leefbaarheidsprojecten gekoppeld aan economische ambities.
Milieudefensie beoordeelt de wenselijkheid en noodzaak van de projecten afzonderlijk. In dat licht wil Milieudefensie een aantal overwegingen omtrent de ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk (LPM) bij u onder de aandacht brengen.

1. Nut en noodzaak van LPM niet aangetoond.

Onderzoeksbureau OTB (TU Delft) heeft vorig jaar in opdracht van Milieudefensie het rapport ‘Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk’ uitgebracht waaruit blijkt dat nut en noodzaak van het LPM niet is aangetoond. OTB constateert dat de behoefteramingen in Moerdijk veel hoger zijn dan het Transatlantic Market Scenario, dat rijksbeleid is. De recente economische ontwikkelingen zijn zeker geen aanleiding om daar een schepje bovenop te doen.
Zelfs als wordt uit gegaan van de te hoge ramingen van de provincie (DHV, 2006) constateert OTB dat het Logistiek Park Moerdijk kwantitatief onnodig is omdat er nog
genoeg ruimte op het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk is. In de discussie die daarop volgde werd vooral betwijfeld of de ruimtevraag ook kwalitatief op het bestaande terrein te realiseren zou zijn. Milieudefensie heeft erop aangedrongen te onderzoeken hoe dat mogelijk zou zijn. Tot op heden ontbreekt dat onderzoek.
Bovendien zijn de locaties Roode Vaart en station Lage Zwaluwe niet onderzocht als alternatieve locatie om de ruimtevraag voor logistieke bedrijvigheid te accommoderen.

2. Herstructurering krijgt geen prioriteit

In de Bestuursovereenkomst wordt alleen zijdelings gesproken over herstructurering van het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk. In feite wordt de herstructurering gedelegeerd aan het Havenschap Moerdijk en spreken provincie en gemeente alleen af zich ervoor in te spannen. Er zijn geen financiën vrijgemaakt voor herstructurering, terwijl een rondrit op het bestaande terrein aantoont dat er veel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het terrein.
De inzet bij het opstellen van de Gebiedsvisie Moerdijk-Oost was om de ruimtevraag die nodig is voor bedrijventerrein Moerdijkse Hoek op alternatieve locaties in te vullen. In de Bestuursovereenkomst vinden we weinig van deze ambitie terug. Weliswaar is het LPM fors kleiner dan Moerdijkse Hoek, maar van eerst invullen op bestaande locaties daarna pas een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen is geen sprake.
Het is onverantwoord dat de provincie wél 12,6 miljoen euro uittrekt voor een nieuw
(onnodig) bedrijventerrein, en geen geld uittrekt voor de herstructurering van bestaande terreinen.

3. Provincie gaat in tegen landelijk beleid

Het rijksbeleid voor bedrijventerreinen schrijft toepassing van de SER-ladder voor.
Conform de SER-ladder moet eerst de bestaande ruimte worden benut en worden gezocht naar mogelijkheden voor intensiever en meervoudig ruimtegebruik alvorens nieuwe uitleg mogelijk wordt gemaakt. In Moerdijk dreigt de omgekeerde situatie: het LPM mogelijk wordt mogelijk gemaakt vóórdat de ruimte op het bestaande terrein is benut en geïntensiveerd. De nog beschikbare oppervlakte op het bestaande terrein is zelfs groter dan het hele nieuwe terrein. Daarbij worden de locaties Roode Vaart en bij station Lage Zwaluwe nog buiten beschouwing gelaten.
De Commissie-Noordanus (Kansen voor Kwaliteit, september 2008) adviseerde greenfeeld- en brownfieldontwikkeling aan elkaar te koppelen mits de noodzaak voor nieuwe terreinen is aangetoond. In Moerdijk zien we niets van dat alles terug. Nog even los van het feit dat de noodzaak niet is aangetoond, worden de opbrengsten van LPM ook niet geïnvesteerd in de herstructurering van het bestaande terrein.

Oproep
Milieudefensie roept u op om niet in te stemmen met de bestuursovereenkomst omdat:
– nut en noodzaak van het bedrijventerrein niet zijn
aangetoond,
– er geen geld wordt vrijgemaakt voor herstructurering van
het bestaande bedrijventerrein,
– de keuzes in Moerdijk zich slecht verhouden tot het
rijksbeleid.
– aanleg van het LPM leidt tot onnodige aantasting van
waardevol agrarisch cultuurlandschap.
De omstreden ontwikkeling van LPM en de beperkte aandacht voor herstructurering maken het onverantwoord om met het totaalpakket van de Bestuursovereenkomst in te stemmen.

Hoogachtend,

Klaas Breunissen
campagneleider ruimte en landschap