Artikel Bn/Destem: Windmolens op de klei. 23-06-2010

West-Brabant is in beeld voor de bouw van een nieuw windmolenpark met circa honderd molens van minimal 120 meter hoog. Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerd rapport van het ministerie van VROM dat binnenkort wordt besproken met vertegenwoordigers van gemeenten en provincies.
Behalve West-Brabant zijn nog tien zogeheten concentratiegebieden aangewezen waar de komende
jaren nieuwe parken moeten verrijzen.
Het rapport, getiteld Ruimtelijk perspectief windenergie op land, moet de vastgelopen bouw van windmolens op het land weer vlot trekken. Nederland heeft zich ten doel gesteld in 2020 dertig procent van de elektriciteit duurzaam op te wekken, maar met de huidige groei van het windmolenarsenaal in ons
land wordt dat bij lange na niet gehaald. Om die dertig procent te bereiken moet over tien jaar 6.000 megawatt aan stroom door windmolens op land en nog eens 6.000 megawatt door molens op zee worden
geproduceerd. Op het land staan nu nog maar zo’n tweeduizend molens, bij elkaar goed voor nauwelijks 2.000 megawatt aan elektriciteit.
De huidige, grote windmolens wekken zo’n drie à vier megawatt per jaar op, waardoor er de komende
jaren nog zeker zevenhonderd molens bij moeten komen. VROM mikt daarbij op grote windmolenparken
met een honderdtal molens bij elkaar. Dat is een breuk met het huidige beleid dat ook de bouw van kleine groepjes windmolens toestaat. Het ministerie denkt zo de verrommeling van het landschap tegen te gaan.
Bij de keuze van de elf concentratriegebieden is op drie aspecten gelet. Het moeten gebieden zijn waar het goed en vaak waait en regio’s waar al windmolens staan.
Verder is het van belang dat het landschap open is, niet gehinderd door stedelijke bebouwing of bijvoorbeeld vliegzones.
Het kleigebied inWest-Brabant voldoet aan alle drie de eisen. Net als bijvoorbeeld Midden-Zeeland en de HoekseWaard die ook zijn aangewezen. OfWest-Brabant uiteindelijk wordt ‘uitverkoren’ en, zo ja, waar het windmolenpark dan komt te staan, is nog onduidelijk.
In het rapport wordt gesproken over het gebied ten noorden van de denkbeeldige lijn Tholen -Raamsdonksveer.
Plaatsen die in het rapport worden genoemd, zijn industrieterrein Moerdijk, het gebied langs het Schelde-Rijnkanaal, of langs de snelwegen A16, A17, A29 en de toekomstige A4. Brabants gedeputeerde ruimtelijke ordening Ruud van Heugten wilde gisteren nog niet reageren op de plannen uit Den Haag. ‘Maar dat zal binnenkort zeker gebeuren‘, zegt zijn woordvoerder.