Artikel BN/De Stem: ‘Molens in rechte lijn zijn minst storend’

BREDA – Waarom ervaren veel mensen windmolens in het landschap als storend?
Omdat ze vaak op een kluitje bij elkaar ergens worden neergezet en dat wordt het direct zo massaal, zegt Henk Daalder, projectleider van ODE, de Nederlandse vereniging van windmolencoöperaties. Volgens Daalder is er een manier denkbaar waardoor windmolens veel minder opvallen: door ze in een vloeiende lijn te plaatsen, op gepaste afstand achter elkaar. Liefst over een flinke afstand waardoor je veel windmolens kunt plaatsen.

Daalder noemt zijn idee dat hij overal waar hij komt enthousiast uitdraagt, de ‘Guldenlijn’. “Belangrijk is natuurlijk wel dat de burger mee moet kunnen bepalen waar die lijnen moeten komen. En de burger moet ook de mogelijkheid krijgen om mee te doen. Mee investeren en daarna meedelen in de opbrengst. Want zonder draagvlak lukt het niet.”

Daalder tovert een kaart van Nederland tevoorschijn waarop her en der groene strepen staan ingetekend. Allemaal Guldenlijnen, liggend op ten minste 8 kilometer van elkaar. “Heel belangrijk”, weet Daalder. “Want dat is de afstand waarop je de volgende lijn niet meer ziet. Zo hou je gevoel van ruimte.”

Volgens de fervent voorstander van windenergie is er op die manier in Nederland nog plaats voor een paar duizend windmolens. En niet alleen op winderige plekken zoals West-Brabant of de Wadden-eilanden. “Dat denken mensen vaak. Maar ook op de zandgronden in Oost-Brabant, waar ik woon, kun je windmolens plaatsen. Je moet het type alleen wel aanpassen.”

In West-Brabant blijkt een lijn te lopen die grofweg loopt van Stavenisse op Tholen tot aan Waspik. “Die heb ik daar ingetekend, omdat dat het dunbevolkste deel van West-Brabant is. Maar is het maar een suggestie en niet besproken met de bewoners.”