Bulletin Extra: Second Opinion 20-12-2013

Provincie: Commissie zeer kritisch over plannen Logistiek Centrum Moerdijk. Arjo Kraak / 18 december 2013

DEN BOSCH – Een commissie van deskundigen is zeer kritisch over de plannen voor een groot logistiek centrum bij Moerdijk. De provincie had om een advies gevraagd omdat de politiek grote twijfels heeft over de ontwikkeling van zo’n groot bedrijventerrein.

Onder bewoners van Moerdijk en omgeving bestaat grote weerstand tegen het 140 hectare grote bedrijventerrein. De provincie is er al tien jaar over aan het soebatten. In augustus bleek dat de politiek niet zonder meer akkoord wilde gaan, maar aandrong op een ‘second opinion’. De deskundigen hebben ook met de SBBM een gesprek gehad.

Gehakt
Die ‘second opinion’ is er nu. De commissie onderschrijft de ambitie van de provincie om een
logistieke top regio te worden, maar maakt verder gehakt van de plannen. Zo vinden de deskundigen dat de provincie te weinig rekening houdt met de onzekerheid van de lange termijn.

Daarom is de commissie er ‘zeer sceptisch’ over dat de provincie precies omschrijft welke bedrijven zich op het Logistiek Park Moerdijk mogen vestigen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het criterium dat bedrijven kleiner dan vijf hectare niet toegelaten worden.

Hoge grondprijs
De commissie vindt ook dat het hele plan teveel gebaseerd is op ontwikkelingen uit het verleden. Verder wordt de ‘hoge grondprijs’ als een nadeel genoemd en vinden de deskundigen dat de provincie de positieve economische effecten van het logistieke centrum overschat.

De provincie legt in een reactie de nadruk op het feit dat de commissie zegt dat de ambitie van Brabant om topregio in de logistiek te worden ‘terecht en haalbaar’ is.

Plan Logistiek Park Moerdijk onderuit gehaald. 19-12-2013

MOERDIJK – De second opinion die is opgesteld om nut en noodzaak van het Logistiek Park Moerdijk (LPM) aan te tonen, laat geen spaan heel van dit project.

Zo constateren de onderzoekers onder meer dat de plannen in de oksel van A16 en A59 ‘meer lijken te passen bij de jaren ’90 dan bij 2013’.

Daar houdt de kritiek niet op. Ook wat de voorspelde werkgelegenheid betreft is de second opinion kritisch: de economische effecten zijn ‘overschat’. De Stec Groep die tekent voor de oorspronkelijke plannen is uitgegaan van erg optimistische scenario’s’.

Volgens de commissie van vijf experts is er verder onvoldoende rekening gehouden met de onzekerheden die lange termijnplannen met zich meebrengen. Dat heeft tot gevolg dat de onderzoekers ‘zeer sceptisch’ zijn over de vraag of het LPM wel uitgroeit tot de logistieke hotspot die wordt voorspeld.

Reactie SBBM

Opvallend is dat de provincie aangeeft dat het LPM toch ‘terecht en haalbaar’ is. Daarentegen haalt BN/De Stem en Omroep Brabant verwoestend uit over de aanleg van het LPM.

Het rapport van de 5 deskundigen is leesbaar op verschillende manieren.  Geconcludeerd mag worden dat de Provincie alles uit de kast haalt om het LPM door te zetten.

 Enkele punten uit het rapport:

·         In de planvorming wordt naar het oordeel van de commissie onvoldoende rekening gehouden met de onzekerheid die intrinsiek verbonden is aan lange termijn economische & ruimtelijke ontwikkeling.

·         De argumentatie voor LPM komt op de commissie gedateerd over, en lijkt meer te passen bij de jaren ‘90 dan bij 2013. Planvorming gebeurt vaak op basis van het extrapoleren van ontwikkelingen uit het verleden.

·         De commissie is van mening dat LPM in potentie een sterk aanbod heeft, maar geen ‘unieke positie’ (zoals verwoord in het STEC rapport) in het VAL / VAS segment. LPM is naar de mening van de commissie met name sterk voor logistieke activiteiten voor producten met een relatief lage omloopsnelheid en voor logistieke ketens waarin de nabijheid van zeehavens relevant is. Echter, voor VAL/VAS activiteiten met name in fast moving consumer goods heeft LPM ook minder sterke punten, die in de onderzoeken onbesproken blijven. Ten eerste ligt Moerdijk minder centraal in afzetmarkten dan bijvoorbeeld Venlo. Ten tweede heeft Moerdijk een minder gunstig profiel qua arbeidsmarkt, terwijl VAL/VAS activiteiten veelal laaggeschoolde en flexibel inzetbare werknemers nodig hebben. Op dat punt scoren andere locaties beter.

·         De beoogde sturing van de provincie op vestiging van logistieke bedrijvigheid is naar het oordeel van de commissie problematisch. Wij onderschrijven de beleidsinzet om te komen tot ruimtelijke clustervorming nabij zeehavens / intermodale terminals, maar zijn van mening dat de invulling ervan onvoldoende flexibel is en de markt onvoldoende ruimte laat om een vestigingslocatie te kiezen.

·         Het is naar het oordeel van de commissie goed mogelijk dat een deel van de LPM doelgroep (VAL / VAS bedrijven >5 ha) een voorkeur heeft voor een andere locatie in Midden- en West-Brabant, zeker omdat een significant deel van de nieuwe voorziene vestigers een nieuwe locatie zoekt vanwege verhuizing/samenvoeging van bestaande operaties. Daarbij speelt bijvoorbeeld de verhuisbereidheid van het bestaande personeel een rol. In dergelijke gevallen is de commissie niet overtuigd van de haalbaarheid en wenselijkheid van een marktordening die vestiging buiten LPM in Midden- en West-Brabant sterk beperkt of zelfs onmogelijk maakt.

Voor rapportage zie verder op onze vernieuwde website: www.sbbm.org.

 

 

 

Het bestuur wenst u prettige feestdagen en een voorspoedig 2014.