Brief aan Provinciale Staten na Shell brand voor vergadering 6 juni

Leden van Provinciale Staten

Postbus 90151
5200 MC ‘s-Hertogenbosch

Onderwerp: Wij zijn het zat

3 juni 2014

Geachte Statenleden,

Onder het mom van het creëren van werkgelegenheid, ingegeven door verlies van werkgelegenheid bij Philip Morris en Tetra Pak, drukt het provinciaal bestuur de realisatie van LPM door. Natuurlijk is SBBM voor het scheppen van extra werkgelegenheid maar we hebben eerder betere en minder risicovolle alternatieven aangedragen. De Havenstrategie met meer risicovolle bedrijven op Moerdijk maakt de leefbaarheid van Moerdijk extra onmogelijk. In een eerder Statenvoorstel wordt opgemerkt dat de bundeling van risicovolle bedrijven op Moerdijk leidt tot extra werkgelegenheid, maar tevens voor extra risico’s. De ramp van gisteren met de Shell van gisteren geeft een beeld van deze extra risico’s. Namens de inwoners van Moerdijk zijn wij het zat. Zat dat een prestige project wordt doorgedrukt, zat dat onze leefbaarheid onmogelijk gemaakt wordt. En eigenlijk ook onbegrijpelijk dat er nog leden van de Staten zijn die zich hier van afkeren en accepteren dat door het provincie bestuur niet geschuwd wordt halve waarheden te bezigen en onvolledige informatie te verstrekken, alles met het doel de Statenleden over de streep te trekken.
Wij lichten dit toe.

Nut en Noodzaak LPM

LPM is primair bedoeld voor grootschalige VAL bedrijven , groter dan 5 ha of kleinere VAL en VAS bedrijven die synergievoordelen halen uit samenwerking met andere bedrijven op LPM. Volgens het PIP was het algehele beeld van de commissie belast met de second opinion dat het LPM een kansrijke ontwikkeling is. Dit is een gotspe. Letterlijk geeft de commissie aan:

  • “De argumentatie voor LPM komt op de commissie gedateerd over, en lijkt meer te passen bij de jaren ‘90 dan bij 2013”.
  • Gegeven deze onzekerheid is de commissie zeer sceptisch over de gesuggereerde zekerheid van de nu veronderstelde potentie van het precies gedefinieerde segment waar LPM voor ontwikkeld wordt, namelijk VAL/VAS activiteiten met een terreingrootte groter dan 5 ha”.
  • “Echter, voor VAL/VAS activiteiten met name in fast moving consumer goods heeft LPM ook minder sterke punten, zoals ligging en arbeidsmarkt”.

Dezelfde twijfel heeft Ser-Brabant in haar advies geuit, waar niets van terug te vinden is. Ser-Brabant merkt op dat “ca. 80% van de goederenstromen op Moerdijk gaat onbehandeld door. De Raad zet daarom

vraagtekens bij de ambities ten aanzien van het Logistiek Park Moerdijk. Gezien de ligging en functie

van Moerdijk is naar ons oordeel niet zozeer behoefte is aan een logistiek park, Op Moerdijk zullen zich bijvoorbeeld geen luxe computerbedrijven voor VAL-activiteiten vestigen, dat zien wij eerder plaatsvinden in het economisch hart van Brabant (bijv. Tilburg)”.

Als SBBM hebben wij meerde malen aangetoond dat kijkend naar bijvoorbeeld de vestigingen over de jaren 2010 t/m 2013 de gemiddelde omvang van nieuwe vestigingen 3 ha was. Vier bedrijfsvestigingen waren groter dan 5 ha waren, geen van deze grote 5 logistieke bedrijven waren VAL bedrijven. Daarbij gaat de provincie (in het voetspoor van Stec) voorbij dat de vraag naar vastgoed slechts voor de helft van logistieke dienstverleners komt, maar ook veel van bijvoorbeeld producenten. Bovendien is de vraag voor logistieke bedrijfsruimte gemiddeld slechts voor de helft gericht op nieuwbouw (bron NVM april 2014).

Ook is geen rekening gehouden met afnemende groei na 2020.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat in Noord Brabant tussen de jaren 2020-2030 645 ha teruggave van bedrijventerreinen aan de orde is die geschikt is voor logistiek.

Plaatsing op huidige industrieterrein

In de PIP wordt beargumenteert dat plaatsing op het huidige industrieterrein niet mogelijk is. Dit is niet mogelijk doordat:

  1. Er geen rechthoekige kavels uit te geven zijn
  2. Shell bezwaren heeft tegen vestiging van logistieke bedrijven
  3. De aard van De VAL bedrijven niet past op de vrij liggende grond.

Daarentegen is te stellen:

  1. Voor de doelgroep Val bedrijven groter dan 5 ha is nut en noodzaak niet aan te tonen en ligt haven en short sea shipping gebonden logistiek meer voor de hand te liggen
  2. In 2007 is de optie om een aanmerkelijk deel van het voormalig Shell terrein voor logistiek te bestemmen reeds uitgewerkt. In het “Inrichtingsplan Shell reserveterrein Zuid” dat door RBOI in 2007 in opdracht van Havenschap, Shell, provincie Noord Brabant en gemeente Moerdijk is opgesteld zijn 3 varianten opgenomen voor invulling van het Shell terrein. In variant 3 is voor 52 ha kade gebonden chemie opgenomen en voor 79 ha kade gebonden logistiek.
  3. Shell heeft geen overwegende bezwaren tegen vestiging van logistiek. Zie hiervoor het verslag dd 6 januari met de Shell directie.

Financiële risico’s

De financiële risico’s hangen in eerste instantie samen met het uitgiftetempo en de te realiseren verkoopprijs. Hoewel beide zijn aangepast blijft, gelet op de argumenten vermeld bij Nut en Noodzaak, het een bijzonder risicovol project, waarmee de huidige bestuurders een hele nare erfenis achterlaten.

In het inpassingsplan zijn de totale kosten 175 mln euro en opbrengsten 212 mln euro. In het exploitatieplan worden afwijkende cijfers gehanteerd te weten 145 mln euro kosten en 195 mln opbrengsten. In kosten tabel conform pag 31 zijn de totale kosten overigens 161 mln. In deze exploitatie opzet is (voor zover wij kunnen nagaan omdat de bijgesloten bijlagen leeg zijn) nog geen rekening gehouden met de volgende posten:

  • Flankerend beleid (locatieontwikkelingsovereenkomst artikel 19.1) 24,5 mln prijspeil 2009, nu 27 mln.
  • Bodemsanering Caldic (locatieontwikkelingsovereenkomst artikel 20) 3mln
  • Verwerving Caldic (bestuursovereenkomst artikel 4.4.) die ten laste gebracht wordt van exploitatie LPM, omvang 52 mln.
  • Risicovoorziening provincie van 5 mln
  • Rente geïnvesteerd vermogen, geen opgave in exploitatieplan, naar onze schatting ten minste 20 mln

Totaal bedraagt dit 107 miljoen euro exclusief de waarde garantieregeling voor dorp Moerdijk. Hiermee is geen sluitende businessclass te bereiken.

Onduidelijk is of de posten ecologische zone Lapdijk (LOO 16,5), natuurcompensatie PiP (Loo 16,7) en mitigerende maatregelen ( LOO 16.9) in de berekende kosten zitten.

We merken op dat een financieel fiasco een reëel scenario is, zie de historie van Moerdijk 1 waarbij onze gemeente de status artikel 12 kreeg en de financiële lasten uiteindelijk in grote mate gedragen werd door de burgers.

Leefbaarheid

Op 30 mei hebben de inwoners van her dorp Moerdijk een brief van het college B&W ontvangen met te nemen maatregelen ter bevordering van de leefbaarheid. Ten aanzien van de Roode Vaart wordt opgemerkt dat niet meer uitgegaan wordt van een geluidswal en de omlegging van de Roode Vaart. In de Havenstrategie is de tekst tav Roode Vaart ongewijzigd gebleven (met het verleggen van de Roode Vaart en extra 95 ha ontwikkeling).

In dezelfde brief van het college wordt aanpak sluipverkeer aangekondigd ( meer dan 6000 autobewegingen per etmaal). In het PIP wordt opgemerkt dat LPM sluipverkeer tussen de A16 en de A17 kan aantrekken (dus onder meer via dorp Moerdijk). Ook wordt gemeld dat er toename van verkeer op de Johan Willem Frisostraat (reeds nu overvol met sluipverkeer) te verwachten is en er enkele wegvakken zijn waarbij de grenswaarde wordt overschreden, te weten onder meer de Steenweg in Moerdijk. Hier wordt dus met de ene hand weggenomen nog voor de andere hand iets heeft kunnen bereiken.

 

De inwoners van Moerdijk zeggen voor 94% regelmatig last te hebben van stank. Een van de redenen waarom Moerdijkers niet meer geloven in de leefbaarheid van het dorp. Een groot deel van de klachten wordt de dader niet getraceerd en waar dat wel gebeurt lijkt er niet veel te veranderen, bv ATM die 50% van de klachten voor zijn rekening neemt. De inwoners hebben het gevoel dat ze met hun klachten met een kluitje in het riet gestuurd worden. Vergunning verlening en handhaving is nog steeds niet orde. Er wordt niet tijdig opgetreden. Instanties wisselen elke 2 jaar!

In de Havenstrategie is opgenomen dat de huidige milieunormen en milieu uitstoot het plafond is. Het huidige industrieterrein loopt echter tegen de grenzen van schadelijke en toxische stoffen aan. De geluidscirkel dreigt over de kern Klundert te gaan lopen.

In de structuurvisie Moerdijk en in het voorontwerp bestemmingsplan Zeehaven terrein Moerdijk is opgenomen: in 2030 zijn normen voor het industrieterrein 40% lager dan de normen van de Europese unie 2009. Het is volstrekt onduidelijk hoe dit gerealiseerd wordt

Crisis en herstel wet e.d.

Overigens achten wij LPM niet geschikt voor afhandeling via de crisis en herstel wet. Daarvoor is het dossier inmiddels te omstreden. De negende tranche, waarnaar het PIP verwijst, is overigens nog niet vastgesteld maar naar de 2e kamer toegezonden, zodat wij hier nog geen formeel bezwaar kunnen inbrengen.

Tot slot

Vele leden van de Staten hebben zich tot op heden intensief met het dossier LPM bemoeid en daadwerkelijk ter plaatse belangstelling getoond. Onze dank daarvoor. Het kan echter niet zo zijn dat een serieus second opinion en inspraakreacties aan de kant geschoven wordt omdat het prestigeproject per se door moet gaan. Graag willen wij nogmaals Marcel Wintels aanhalen (bekend CDA) die aangeeft “De meeste dingen die fout gaan in dit land, gaan fout omdat de mensen geen nee durfden te zeggen”. Treffender kan hij de huidige situatie niet typeren. Stop de aanleg LPM in de oksel A16 en A17. Maak van het huidige industrieterrein geen tijdbom!

Wij willen extra werkgelegenheid op de huidige industrieterrein creëren. Daarbij hebben wij meerde malen aandacht gevraagd voor de zorgelijke situatie op Moerdijk 1. Pak hier de problemen energiek aan en stimuleer actief haven en shortseashipping gebonden logistiek.

 

Wij verzoeken u indringend de voorstellen aan te houden en met alle betrokken groeperingen ( waaronder de inwoners) tot een aanvaardbare oplossing te komen. Onze leefbaarheid is van grotere waarde als het doorvoeren van prestige projecten. Wij verlangen dat u opkomt voor de bewoners van onze gemeente!

Vriendelijke groet

W. Rijnart,  Voorzitter Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk

Secretariaat: John Ettema

De Meeren 179

4761 SH Zevenbergen

0168-32 60 14                                                                                                                                                                                                        sbbm.mailing@gmaill.com

Korte statements gesprek met Mevrouw J. Driessen en Mevrouw M. van der Gaag (Shell)

Verdere gesprekspartners: W. Rijnart (SBBM), J. Ettema (SBBM, Stadsraad Zevenbergen), A. Vermeulen (Hart van Moerdijk) en P.T.M. Welschen (SBBM).

3 januari 2014. Vastgesteld 20 januari 2014

  • M.b.t. Shell Moerdijk zijn op dit moment geen grote veranderingen (uitbreidingen of inkrimpingen) te verwachten. (voorover hier vanuit commerciële en andere redenen überhaupt concrete mededelingen over gedaan kunnen worden).
  • Een groot deel van de grond binnen de poorten van Shell Moerdijk die braakliggend lijken te zijn worden reeds gebruikt middels de aanwezigheid van voorzieningen zoals de blusvijver, affakkelinstallatie en diverse (buis)leidingen
  • Alleen wanneer het bestaande industrieterrein vol is kan benutting van eventuele onbenutte grond op het Shell terrein (binnen de mogelijkheden) door andere partijen aan de orde komen.
  • Shell stelt geen specifieke voorwaarden aan bedrijvigheid die op de verkochte grond gevestigd wordt. Wel geldt dat het bedrijf moet voldoen aan de passende veiligheidseisen en veiligheidscontouren.
  • Het is niet aan Shell Moerdijk om te overwegen of je grond met een milieucategorie 5 en 6 kan laat bezetten door bedrijven met een lagere milieucategorie.