Brief naar provincie: Heroverweging inpassingsplan LPM en toekomst Industrieterrein Moerdijk

Geachte Statenleden

Recent, op 17 februari 2016, heeft de Raad van State het besluit van Provinciale Staten tot vaststelling van het inpassings- en exploitatieplan “Logistiek Park Moerdijk” vernietigd. Uit een eerste reactie hierop van Gedeputeerde Staten komt naar voren dat een nieuw inpassingsplan wordt voorgestaan met dezelfde uitgangpunten en doelstellingen. Bij het proces om te komen tot een nieuw inpassingsplan past een heroverweging en een actualisatie van de (ruimtelijke) onderbouwing.

Met deze brief dragen wij een aantal zaken aan die bij de bedoelde heroverweging van belang zijn.

Basis voor het inpassingsplan LPM

Bij de heroverweging dient nadrukkelijk de situatie op het bestaande industrieterrein Moerdijk te worden betrokken. Er is voor dit terrein een duurzaam toekomstbeeld geschetst in de havenstrategie Moerdijk 2030. De ontwikkelingen tot nu toe, zeker m.b.t. de milieu- en gezondheidsaspecten, staan in schril contrast met de ontwikkelingen die in deze toekomstvisie worden voorgestaan.

In de havenstrategie 2030 is het een uitgangspunt dat naast het Industrieterrein Moerdijk een Logistiek Park gerealiseerd wordt omdat op het bestaande industrieterrein voor logistieke bedrijven geen ruimte beschikbaar zou zijn. De braakliggende gronden zijn gereserveerd voor zware en (petro)chemische bedrijven.

Incidenten op het Industrieterrein Moerdijk

In de afgelopen jaren is het bestaande Industrieterrein Moerdijk steeds negatief in het nieuws door milieu-incidenten en volksgezondheidsaspecten, vrijwel uitsluitend gerelateerd aan de (petro)chemische industrie.

Allereerst verwijzen wij naar de gigantische brand bij ChemiePack. Bij Shell, het grootste chemische bedrijf op het industrieterrein, hebben zich de afgelopen anderhalf jaar vier incidenten voorgedaan. Op 3 juni 2014 had een ontploffing en brand plaats in de fabriek MSPO-2, met grote schade tot gevolg. Op 2 oktober 2014 is schade aan het stoomsysteem ontstaan met een langdurige uitval van het productieproces. Op 11 november 2014 heeft een brand plaatsgevonden bij een compressor bij de kraker. Deze compressor is direct uit bedrijf genomen en de productie van de kraker is gestaakt. Dit heeft meer dan twee weken fakkelen tot gevolg gehad. Op 27 januari 2016 wordt vastgesteld dat er vanuit een installatie ethyleenoxide (EO) gedurende twee maanden is gelekt. Totaal meer dan 27 ton! Hier bleef het niet bij. Op 11 mei 2015 is een grote brand uitgebroken bij bedrijf Remondis Argentia, welk chemische stoffen verwerkt. Vanwege de enorme rookontwikkeling is de A17 in beide richtingen urenlang afgesloten geweest. Zeer recent, op 10 maart j.l. is een middel grote brand uitgebroken bij Martens en Van Oord.

De overlast beperkt zich niet tot deze bedrijven. Zo hebben de afgelopen jaren bij ATM diverse incidenten voorgedaan waarvoor het bedrijf ook veroordeeld is en heeft de directe omgeving nog steeds last van stank, waarbij de gevolgen voor de gezondheid onduidelijk blijven. Het aantal klachten van omwonenden is jaarlijks toegenomen tot ruim 500.

Weinig vertrouwen in toezicht en handhaving

Volgens justitie was de brand bij ChemiePack te wijten aan een gebrekkige veiligheidscultuur en onvoldoende handhaving. De ontploffing en brand in de fabriek MSPO-2 bij Shell, is aanleiding voor de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) geweest om dit incident te onderzoeken.

Als het gaat om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht, handhaving, brandveiligheid en scholing van het personeel wordt dit keer op keer in relatie gebracht met het (dis) functioneren van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.

Maatschappelijke onrust

Het zal duidelijk zijn dat door bovengenoemde incidenten het gevoel van veiligheid, gezondheid en leefbaarheid bij de bewoners rondom het industrieterrein sterk onder druk staat. Voor de kern Moerdijk was een garantieregeling voor eigenaars van woningen nodig, die echter de onrust – en onvrede gevoelens t.a.v. de leefbaarheid niet wegnemen. Sinds kort klinkt ook in Klundert de roep voor een soortgelijke regeling krachtig door.

Recent is door burgemeester Klijs, als vervolg op signalering van een huisarts inzake meer dan gemiddeld voorkomen van kanker, een onderzoek naar de gezondheid toegezegd. Hoewel de GGD steeds aangeeft dat er geen gezondheidsgevaren waren bestaat hier al dan niet terecht grote twijfel over. Er bestaat geen zicht op de effecten op langere termijn. Er wordt uitsluitend gekeken naar eventuele klachten binnen een tijdsbestek van 3 maanden.

Braakliggende gronden reserveren voor zware en chemische bedrijven

Sinds de terugkoop van 150 ha Shellgrond in 2007 is nog geen hectare verkocht aan zware of chemische bedrijven. Geconstateerd kan worden dat in Nederland de vraag naar specifieke grond voor zware en chemische industrie terug loopt. De beperkte behoefte wordt nog eens bevestigd in het recente onderzoek van bureau Bouter in opdracht van GS. Daarin wordt voor de jaren tot 2030 geen groei maar een aanmerkelijke krimp in milieubelastende bedrijventerreinen voorspeld.

Ook het argument dat Moerdijk een uitwijklocatie moet zijn voor bedrijven die elders in Noord-Brabant worden uitgeplaatst gaat niet op. Bedrijven in deze provincie die worden uitgeplaatst stoppen allemaal de bedrijfsvoering of verplaatsen die naar buiten de provincie. Voorbeelden hiervan zijn Nedalco in Bergen op Zoom, Akzo Chemie in Breda en Caldic in Zevenbergen.

Toekomst industrieterrein Moerdijk

Het aantal incidenten en de ernst daarvan, leidt tot de conclusie dat het niet aanvaardbaar is dat er zich nog meer zware en chemische bedrijven vestigen. Bovendien valt het op dat de problemen met de zware en chemisch bedrijven nagenoeg altijd plaatsvinden op het industrieterrein Moerdijk. Zelfs het havengebied Rotterdam met het Botlekgebied en beide Maasvlaktes komt bij lange na niet toe aan het aantal incidenten waarmee Moerdijk de landelijke publiciteit weet te halen.

Daarnaast is er uit economisch oogpunt geen enkele motivatie aanwezig om gronden voor vestiging van deze bedrijven te reserveren. Er is totaal geen sprake van een aantoonbare behoefte. Er is alleen sprake van een fors renteverlies op de aankoopkosten van de Shellgronden, dat naar onze berekening jaarlijks tenminste 2,5 miljoen euro bedraagt. (Zie jaarrekening 2014)

De braakliggende gronden (denk met namen aan de 150 ha voormalige Shellgrond) moet je niet meer willen reserveren voor zware en chemische bedrijven. Deze gronden kunnen uitgegeven worden aan logistieke bedrijven, om een goed voorbeeld te noemen.

Logistiek Park Moerdijk

De vernietiging van het vaststellingsbesluit van het inpassings- en exploitatieplan brengt een heroverweging met zich mee. Deze heroverweging kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat een nieuw terrein voor logistieke bedrijvigheid niet nodig is. Het bestaande industrieterrein heeft nog volop ruimte beschikbaar om logistieke bedrijven te huisvesten. . Deze opzet is reeds in 2007 door het RBOI uitgewerkt.

Dit komt de omgevingskwaliteit ten goede en verbetert de leefbaarheid in de wijde omtrek. Een uitbreiding van zware en chemische bedrijvigheid op het bestaande industrieterrein is geen realistisch en wenselijk toekomstperspectief. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is er op die manier een balans te vinden tussen een vitale economische ontwikkeling en een gezond woon- en leefmilieu.

Wij verzoeken u indringend bij een besluit over hoe nu verder met het Logistiek Park Moerdijk bovenstaande argumenten te betrekken bij de heroverweging.

Hoogachtend,

Wim Rijnart,

Voorzitter Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk