Aavulling op artikel BN/De Stem, ” Dorpsraad verbaast de SBBM”

Waarom moet LPM ondanks alles aangelegd worden op het bestaande industrieterrein?

Landelijk en zeker ook in provincie Noord Brabant blijkt dat er veel meer bedrijventerreinen braak liggen als er vraag naar is. Hierbij treedt hetzelfde effect op als bijvoorbeeld de overdaad aan kantoorruimten en winkels.

Daarom is zowel met het rijk, de provincies en gemeenten afgesproken nu eerst de braakliggende gronden te benutten, eventueel verouderde bedrijven op te knappen en die te bestemmen voor nieuwe bedrijven alvorens nieuwe bedrijventerreinen aan te leggen.

Het bestuur van de provincie Noord Brabant (GS) heeft eerder op vragen van leden van de provinciale staten aangegeven dat 1700 ha nog braak ligt waarvan een deel direct te benutten is. Uitgaande van de gemiddelde uitgifte van 100 ha bedrijventerreinen per jaar kunnen we dus 17 jaar vooruit (zie tabel onder). Daarbij komt uit het opknappen en herschikken van bestaande bedrijventerreinen de komende jaren nog eens 600 hectare extra beschikbaar.

Het streven van de overheid is dus eerst bestaande bedrijventerreinen te benutten. Dit streven is vastgelegd in wetgeving (BRO), waar ook de provincie Noord Brabant moet voldoen.

Nu ligt er op Moerdijk 1 al meer dan 40 jaar honderden hectares braak. Een deel van deze braakliggende grond, te weten 150 ha ex Shell gronden is aangekocht door het Havenschap om opnieuw uit te geven. Deze grond is gereserveerd voor de uitgifte aan chemische bedrijven. Wij vinden dit niet wenselijk, kijkend naar de rampen van de afgelopen jaren, zoals Chemie Pack en Shell en de overlast van stank en lawaai, dat er nog meer chemie op het industrieterrein gevestigd wordt .

Bovendien blijkt er in de praktijk geen behoefte aan deze grond omdat het Havenschap de afgelopen 7 jaar geen meter van deze grond verkocht heeft, en maar zeer beperkt op de overige braak liggende gronden die voor deze industrietak gereserveerd is. Dit is overigens een landelijk beeld, chemie verdwijnt langzaam maar zeker uit Nederland. Bovendien is het Havenschap zelf gestart om op deze gronden logistieke bedrijven te laten vestigen.

Het LPM kan dus uitstekend aangelegd worden op de ex Shell gronden. Hierdoor snijdt het mes zelfs aan 4kanten!

  1. Op deze grond is een niet gebruikte spoorlijn en een havenkant die evenmin gebruikt wordt aanwezig. Als het LPM op deze grond aangelegd wordt is er een directe spoor- en water verbinding en geen interne baan nodig die ongeveer 15 miljoen euro kost. Een duidelijke besparing en minder overlast voor de direct omwonenden van deze geplande interne baan.
  2. Door deze gronden te benutten worden de rentekosten van de aankoop van deze grond, volgens onze berekening 2,5 miljoen per jaar, overbodig en dus pure winst.
  3. Door de aanleg op deze beschikbare gronden behoeft LPM niet op de beoogde plaats aangelegd te worden en sluit dorp Moerdijk niet volledig in en voorkomt veel extra sluipverkeer in het dorp Moerdijk, (zoals nu wel voorspeld is.)
  4. Er behoeven geen 25 woningen gesloopt worden en 100 inwoners gedwongen te verhuizen.

Wat ons ook opvalt dat de gemeenteraad meer dan 10 jaar geleden 3,5 miljoen voor de ontwikkeling van de haven van Moerdijk heeft gereserveerd. Van de daadwerkelijke ontwikkeling was niet of nauwelijks sprake.

Natuurlijk beseffen wij dat een discussie loopt rond de 12 miljoen voor het dorp Moerdijk. Wij beschouwen dit als een soort omkoopsom voor het accepteren van extra overlast. Overigens is het opvallend dat de kern Zevenbergen het meest geld uit de aanleg van LPM ontvangt, meer dan 60 miljoen voor het uitplaatsen van Caldic, Mulders en de betoncentrale zonder dat de kern Zevenbergen direct schade leidt van LPM. Op de website van de gemeente Moerdijk staan 44 projecten voor de verschillende kernen. Slechts 2 hiervan worden gefinancierd uit de gelden van het LPM, juist die voor het dorp Moerdijk waar volgens de woorden van de burgemeester sprake is van jaren achterstallig onderhoud. Het aanleggen van de sluiproute plus de aanpassing van de Hoofdstraat in Zevenbergschen Hoek kosten ongeveer 1 miljoen en worden gerealiseerd zonder bindende voorwaarde van het doorgaan van het LPM.

De fietsroutes van Fijnaart en Willemstad naar Zevenbergen, ieder enige tonnen kostend, worden eveneens gerealiseerd zonder voorwaarden.

Het Havenschap Moerdijk heeft inmiddels een reserve opgebouwd van 70 miljoen. Onder meer om tegenvallers bij de aanleg van LPM op te vangen. Aan de aandeelhouders zijnde de gemeente Moerdijk en de provincie Brabant wordt nauwelijks dividend uitgekeerd. Dit is vreemd en staat in contrast met bv havenschap Rotterdam. Deze investeerde bv voor Pernis een fietspad. Vanuit de zorg voor de leefbaarheid van haar omgeving

Tot slot nog een neven effect van het uitstel van de aanleg van LPM. Door de vertraging met een jaar ontvangen de inwoners van Moerdijk met een koopwoning een jaar langer een indexatie van hun taxatieprijs, die met de huidige indexatie rond 4 tot 5% extra betekent (tabel 2)

Tabel 2

Naamloos1