SBBM: reactie Inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk 23-04-2020

Geachte Statenleden,

Gedeputeerde Staten heeft u een Statenvoorstel, nummer 27/20A, gestuurd met als onderwerp het gewijzigd vaststellen inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk.

Als SBBM waren wij voornemens om met alle afzonderlijke fracties een dialoog aan te gaan om onze standpunten m.b.t. de verdozing van het Brabantslandschap en vooral de onbenutte mogelijkheden op het bestaande industrieterrein Moerdijk onder uw aandacht te brengen. Dat is bij 3 fracties gelukt waarna de corona crisis het verder overleg onmogelijk maakte. Daarom bieden wij u nu schriftelijk onze standpunten aan alle Statenleden aan waarbij wij nadrukkelijk verzoeken het hieronder gestelde bij uw besluitvorming over dit statenvoorstel te betrekken.

Het provinciaal bestuur heeft met het oog op de stikstofproblematiek m.b.t. de gewenste totstandkoming van het Logistiek Park Moerdijk (LPM) een zestal veehouderijen gekocht, gelegen op diverse locaties in Nederland. Deze wijze van handelen heeft het nodige stof doen opwaaien en geeft aan dat GS bereid alles in het werk te stellen om het LPM van de grond te krijgen.

GS is van mening dat het LPM heel belangrijk is om ruimte te bieden aan de grote behoefte aan ruimte voor logistieke bedrijvigheid. De verdere aandacht richt GS hierbij nu volledig op de stikstofproblematiek. Wij zijn van mening dat het zondermeer zin heeft om die grote behoefte aan terreinen voor logistieke bedrijven nog eens tegen het licht te houden. Daarnaast is het zinvol om ook nog eens naar de mogelijkheden van het vestigen van dit type bedrijvigheid op het bestaande Industrieterrein Moerdijk te kijken.

Grote behoefte aan ruimte voor logistieke bedrijvigheid?

Als de provincie Noord-Brabant vindt dat er ruimte geboden moet worden voor de vestiging van grote logistieke bedrijven dan zou dat toch goed moeten zijn voor Brabant en de Brabanders. Deze vraag is nadrukkelijk aan de orde bij het ruimte bieden aan nog meer grote logistieke bedrijven. Brabant kent al diverse locaties met grote logistieke bedrijven en heeft meer dan welke provincie ook grond gereserveerd voor bedrijventerreinen. Voor de werkgelegenheid van de Brabanders spelen deze bedrijven een beperkte rol met het bestaan van moeilijk te vervullen vacatures. Het overgrote deel van de nieuwe werknemers zijn inmiddels arbeidsmigranten. Wij hebben een inzicht in de logistieke arbeidsmarkt in West Brabant als bijlage 1 bijgesloten. Het management van die bedrijven heeft ook geen enkele binding met Brabant. Als volgende week het betreffende bedrijf om financieel technische reden naar een ander land binnen Europa verhuist vindt het management dat ook prima.

Niet alleen landelijk maar ook binnen Brabant is een discussie gaande om verdere verdozing van het landschap tegen te gaan, wij verwijzen naar het advies van het college van Rijksadviseurs en de oproep van de 8 bewonersgroepen. Dat is niet voor niets. Naast het feit dat dit met de uitstraling van deze grote dozen te maken heeft speelt ook de overlast voor de direct omgeving mee, bijvoorbeeld verkeersoverlast.

De eerste aanbeveling van het college van Rijksadviseurs is dan ook: “Faciliteer niet alles, maar wees selectief en stel eisen Nederland is een klein land met een hoge bevolkingsdichtheid en een grote druk op de ruimte. Dat betekent dat niet alles altijd kan. Het korte termijn denken en het voornamelijk handelen op basis van de marktvraag alleen is zeker geen garantie voor het hoogste maatschappelijk rendement. Wees selectief en weeg alle belangen zorgvuldig af”. Richt je op de herontwikkeling van ‘brownfields’: bestaande, verouderde bedrijventerreinen

De vraag is dan ook nadrukkelijk aan de orde: voor wie doen we het?

Concreet in de Moerdijkse situatie: voor wie is het belangrijk dat er in de nabijheid van het bestaande Industrieterrein Moerdijk een nieuw industrieterrein komt voor logistieke bedrijven, het Logistiek Park Moerdijk genaamd? Terwijl in de gemeente Moerdijk al meer bedrijfsgrond aanwezig is als de drie grootste gemeenten van Noord Brabant (Eindhoven, Tilburg en Breda) gezamenlijk.

Wij zijn als SBBM van mening dat bovenstaande vraag nu eerst beantwoord moet worden voordat Provinciale Staten een zinnig besluit kan nemen over het gewijzigd vaststellen van het Inpassingsplan voor het LPM. Meer achtergrond informatie is terug te vinden in onze bijlage 2.

Ruimte op bestaand industrieterrein Moerdijk

Het kan zijn dat u als Statenlid toch vindt dat er ruimte geboden moet worden voor de vestiging van grote logistieke bedrijven en u het gebied waar het Logistiek Park Moerdijk is gedacht een daarvoor geschikte locatie vindt. Wij zouden dan graag zien dat u het volgende bij uw meningsvorming betrekt.

Als vanaf de aanleg van het bestaande industrieterrein Moerdijk, ruim een halve eeuw geleden, liggen honderden ha braak. De gewenste/benodigde ruimte die in het inpassingsplan voor het LPM is opgenomen voor logistieke bedrijvigheid is zondermeer in omvang (aantal ha) op het bestaande industrieterrein Moerdijk in te passen en te realiseren.

Vanaf het moment van de eerste ideeën over een specifiek bedrijventerrein voor logistieke bedrijvigheid naast het bestaande industrieterrein Moerdijk is over de mogelijkheid/onmogelijkheid om grote logistieke bedrijven op het bestaande industrieterrein te vestigen discussie tussen GS en haar adviseurs en de SBBM.

Al vanaf 2006 heeft GS aangeven dat de logistieke bedrijven, zoals bedoeld te vestigen op het LPM, niet op het Industrieterrein Moerdijk geplaatst kunnen worden. Dit enerzijds gebaseerd op behoefteramingen aan gronden voor industriële bedrijven en de behoefteramingen aan gronden voor logistieke bedrijven.  Anderzijds zouden veiligheidcontouren van de bestaande zware industriële en chemische bedrijven een belemmering vormen.

Wij pleiten, in lijn met het advies van het college van Rijksadviseurs, in de huidige situatie voor een onafhankelijk onderzoek waarbij met de kennis van nu onderzocht wordt hoeveel ha er aan braakliggende gronden aanwezig is of na herstructurering geschikt gemaakt kan worden en waar op het bestaande industrieterrein Moerdijk grote logistieke bedrijven gevestigd kunnen worden.

Het zou van de zotte zijn dat er een eerste fase van het LPM aangelegd wordt en dat daarnaast een veelvoud van dit oppervlak aan ha op het bestaande industrieterrein in lengte van jaren braak blijft liggen.

Gedeputeerde Staten zal zondermeer aanvoeren dat in de loop van de tijd al zoveel onderzocht is, dus dat hoeft niet meer.  Voor ons is het een feit dat  het doel steeds was om een nieuw bedrijventerrein  te realiseren . Het kan toch niet zo zijn dat we vanaf 2006 steeds dezelfde weg  hebben gevolgd en we nu, bijna 15 jaar later, niet bereid zijn om te kijken of dit de juiste weg is. Kortom het is zaak dat er door een  onafhankelijk persoon/team/instantie naar deze materie gekeken wordt.

Het bovengenoemd  onderzoek is thans extra van belang omdat de aanpak van de stikstofproblematiek allereerst op het bestaande industrieterrein gericht moet zijn. Het kan niet zo zijn dat, als het LPM deels gerealiseerd wordt, de provincie tientallen veeboerderijen in Friesland op zal moeten kopen om vestiging van bedrijven op het industrieterrein Moerdijk te kunnen vergunnen.

Het onderzoek wat wij bedoelen moet zich richten op het in beeld brengen van de mogelijkheden/onmogelijkheden van vestiging  van grote logistieke bedrijven op het bestaande industrieterrein Moerdijk.  Wat wij daarbij van belang achten hebben we in bijgevoegde eerste opzet voor een onafhankelijk en objectief onderzoek weergegeven.

Samenvattend verzoeken wij u alvorens tot besluitvorming m.b.t. het vaststellen van het inpassingsplan Logistiek Moerdijk te komen eerst de vraag te beantwoorden of verdere verdozing van ons landschap zinvol is, met anderen woorden “Voor wie doen we het eigenlijk” en het resultaat van het onderzoek naar de mogelijkheden/onmogelijkheden om grote logistiek bedrijven op het bestaande industrieterrein Moerdijk te vestigen af te wachten.

Met vriendelijke groeten

Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk

Wim Rijnart, voorzitter