Tagarchief: Brabantse Milieu Federatie

Artikel BN/De Stem: Stop aanleg van nieuwe bedrijventerreinen

door Mirjam de Rijk

Woensdag 7 maart 2007 – en Joris Hogenboom- Stichting Natuur en Milieu en de Provinciale Milieufederaties hebben in hun campagne Zuinig op Ruimte onlangs een publiek meldpunt geopend op http://www.zuinigopruimte.nl. De klachten over ruimteverspilling stromen binnen, met name over bedrijventerreinen.
De gemeenten bieden tegen elkaar op met plannen. Er is een aanbod dat velen malen groter is dan nodig, als we een inschatting maken van de toekomstige vraag. Er ligt nu al 9000 hectare klaar, meer dan genoeg.
Dertig procent van de bedrijventerreinen kampt met veroudering, verloedering en leegstand.
Door het aanbod aan nieuwe terreinen voor lage prijzen, investeren ondernemers niet meer in de bestaande terreinen en wordt er nodeloos veel ruimte gebruikt. Zie alle platte blokkendozen langs de snelweg.
Door schaarste te laten ontstaan wordt de markt weer gezond en leegstand voorkomen. Zo sparen we het landschap. Deze boodschap werd breed gedragen op het symposium ‘Meer bedrijven met minder ruimte’ op 14 februari in Utrecht en die wordt deze weken in de provincie in de debatten rond de Statenverkiezingen herhaald.
Deze week zijn de resultaten bekend geworden van een enqu’te over bedrijventerreinen die wij hebben gehouden onder de lijsttrekkers van partijen die meedoen aan de provinciale verkiezingen. Vrijwel alle partijen geven aan te willen investeren in verouderde terreinen. Ongeveer driekwart wil ruimteverspilling voorkomen; door de vraag minder ruim in te schatten, scherper te toetsen of terreinen wel echt nodig zijn én door een vereveningsheffing op de uitgifte van bedrijventerreinen in te voeren. Wij juichen dat toe.

Er bestaat een grote kloof tussen beleid op papier en de praktijk. Bij eerdere verkiezingen stond ‘zuinig op ruimte’ ook hoog op de politieke prioriteitenlijstjes.
De hoeveelheid verouderde en verloederde bedrijfsterreinen is echter nog nooit zo groot geweest. Nog steeds overtreft het aanbod de vraag.
Volgens het Milieu- en Natuur Planbureau is het volbouwen van Nederland, naast het klimaatprobleem, ons hardnekkigste milieuprobleem.
Zet uw goede intenties om in daden en leg de volgende beloftes aan de kiezer keihard vast in uw nieuwe provinciale coalitieakkoord:
– Er komt een stop op nieuwe plannen voor bedrijventerreinen.
– Plannen voor bedrijventerreinen worden nog eens kritisch bekeken. Zijn ze wel nodig?
– Absolute prioriteit gaat uit naar het opknappen van verouderde bedrijventerreinen. Het gaat uitdrukkelijk om ruimtewinst en niet om een cosmetische opknapbeurt.
– Er komen scherpe eisen voor intensiever ruimtegebruik, bijvoorbeeld met minimum bebouwingspercentages in bestemmingsplannen.
– Alle bedrijven op de terreinen dragen jaarlijkse bij aan een provinciaal herstructureringsfonds
– Prognoses gaan niet (meer) uit van de hoogste economische groei en houden rekening met ruimte-intensivering, gemengd wonen en werken in de stad en ruimtewinst door herstructurering
– Dit beleid wordt vastgelegd in een structuurvisie en provinciale verordeningen. Indien nodig handhaaft de provincie deze intenties met een provinciale aanwijzing.

Mirjam de Rijk is directeur Stichting Natuur en Milieu; Joris Hogenboom is directeur van de Natuur en Milieufederatie Utrecht, namens de Provinciale Milieufederaties http://www.zuinigopruimte.nl.

Visie BMF over logistiek park

Geachte (plaatsvervangende) leden van de commissie

Vanavond behandelt u de verdere voortgang van Moerdijkse Hoek / Port of Brabant. Het zal u niet ontgaan zijn, dat de Brabantse Milieufederatie de aanvullende onderzoeken (die in juni 2006 zijn gepresenteerd) erg informatief vond. Voor ons waren de uitkomsten voldoende reden om volop in te zetten op het benutten van de ruimte op Moerdijk voor economische activiteiten.

Nu ligt ook het voorstel voor om aanvullend een logistiek park te gaan ontwikkelen. Wij zijn er nogal benauwd voor dat alle bestuurlijke aandacht zich de komende jaren zich zal richten op de realisatie van dit park, waarbij de benutting van de bestaande ruimte op Moerdijk onderbelicht blijft. Die ruimte zal namelijk niet vanzelf ingezet gaan worden voor een uitbreiding van de economische activiteiten.

Wij willen u daarom vragen een sterke, afrekenbare koppeling te leggen tussen eventuele planvorming van een logistiek park en de voortgang van de benutting van de 250 ha ruimte op Moerdijk. Bijvoorbeeld in de vorm van een resultaatsverplichting, waarbij eerst zoveel hectare op Moerdijk benut dient te zijn, voordat er grond uitgegeven kan gaan worden in een nieuw park. Zo’n koppeling geeft expliciet invulling aan een deel van de ambitie van vernieuwend duurzaam: het zorgvuldig en efficiënt omgaan met de ruimte die al beschikbaar is.

Wij willen u bij deze vragen de bestuurlijke randvoorwaarden te formuleren, die garanderen dat de beschikbare ruimte eerder of gelijktijdig met een eventueel logistiek park benut gaan worden. De benodigde instrumenten in de vorm van een monitor zijn aanwezig, alleen een afrekenbare resultaatsverplichting ontbreekt nog.

Ik hoop dat u deze suggestie kunt meenemen in uw beschouwing. Met vriendelijke groet,

Pepijn Klaassen
Stedelijke Leefomgeving en Gezondheid

Reactie BMF op rapporten DHV en RBOI over Port of Brabant

Reactie op:
– Perspectief economische ruimtebehoefte West-Brabant
(onderzoek behoefte DHV)
– Afsprakenkader Zeehaventerrein Moerdijk (onderzoek aanbod
RBOI)

Brabantse Milieufederatie, 26 juni 2006

De Brabantse Milieufederatie is betrokken geweest bij de Overleggroep dat het onderzoek naar de behoefte heeft begeleid. Dat past in de lijn van de pro-actieve opstelling die de BMF heeft gekozen rondom Moerdijkse Hoek en het bestaande haventerrein. De beide onderzoeken werpen nieuw licht op bestaande feiten en geven daar een lokale invulling aan. Tussen onderzoek en bestuurlijk besluit zit een interpretatieslag. De onderstaande bespiegeling op beide onderzoeken is bedoeld u te helpen bij deze interpretatie. Tevens vormt het een onderbouwing van het stabndpunt van de BMF, zoals dat vorige week naar buiten is gebracht.

Vernieuwend duurzaam
Het bepalende in het ambitieniveau voor Moerdijkse Hoek is het kernbegrip ‘vernieuwend duurzaam’. In de actuele discussie, die vooral gaat over kwantiteiten en economische sectoren, is de integrale benadering, die duurzaamheid met zich meebrengt, verdwenen. Voor de BMF blijft dit begrip de leidraad.

Economische groei met minder milieu-effecten en minder ruimtebeslag past in een duurzame ontwikkeling. Het herontwikkelen van het Haventerrein Moerdijk, om daar de ruimte beschikbaar te krijgen die nog onbenut is, is de meest duurzame optie. Het verminderen van de milieudruk is op zowel het bestaande terrein als ieder nieuw terrein aan de orde. Maar op het bestaande terrein is de uitdaging groter om de uitbreiding van activiteiten te laten passen binnen de bestaande milieuruimte.

Hiervoor is baanbrekend maatwerk nodig, een proces dat durf, doorzettinsgvermogen en wilskracht nodig heeft van alle betrokkenen. Een innovatief proces dat als voorbeeld kan dienen voor bedrijfsontwikkelingen elders. Daarmee wordt Moerdijk een vernieuwend duurzaam voorbeeldproject.

Groeiscenario
Uit het onderzoek van DHV blijkt dat de ruimtebehoefte fors lager is dan eerder werd geraamd. Het onderzoek van BCI liet een bandbreedte zien van 120 – 1200 ha., waar PS een niet nader onderbouwd getal halverwege heeft genomen als uitgangspunt. De huidige raming van DHV ligt niet alleen binnen die bandbreedte, maar is ook veel precieser: 234 – 353 ha.

Daarom verbaast het de BMF dat GS afgelopen dinsdag het getal van 353 ha. als raming naar buiten heeft gebracht. Er is in het onderzoek nergens aangegeven dat het hoge groeiscenario gevolgd zou moeten worden. Beide uiterste scenario’s zijn gepresenteerd als toets op de robuustheid van de berekening van het basisscenario. Dat gaat uit van 293 ha. en dient dus uitgangspunt te zijn van verdere discussie.

Selectief vestigingsbeleid
Het overgrote deel van de behoefte komt voort uit de logistieke sector. Echter, deze behoefte is de uitkomst van een beleidsarme raming. In 2000-2001 is in het kader van Strategische Agenda een portfolio analyse gemaakt van de Brabantse economie. Daarin is een aanzet gegeven voor een regionaal selectief vestigingsbeleid, met als doel om de beschikbare ruimte in Brabant vooral in te zetten in sectoren met de meeste toegevoegde waarde voor de Brabantse portfolio. Deze stap dient in het vraagstuk rondom Moerdijk ook te worden gemaakt: een beoordeling van de wenselijkheid en prioritering van de verschillende deelbehoeftes die uit het onderzoek naar voren komen.

De logistieke sector kent een lage arbeidsintensiteit per hectare. Transport draagt weinig bij aan het BNP, omdat de marges erg laag zijn (zie p.22 DHV). Het is wel een segment dat om een grote hoeveelheid ruimte vraagt, waar boven op komt dat logistiek een sterk effect heeft op de toename van vrachtverkeer, niet alleen in de regio zelf, maar tot ver in de omtrek. Het betreft dus een marginale economische sector met grote ruimtebehoefte en zware milieudruk, waarvan je je in ieder geval moet afvragen of dit de sector is waar de kostbare ruimte voor bedrijven in Brabant aan besteed zou moeten worden. BMF durft te beweren dat met andere beleidsbeslissingen grotere werkgelegenheidseffecten zijn te behalen met een aanmerkelijk kleiner ruimtebeslag en een veel kleinere milieudruk.

Ambities
Hoofdstuk 5 van het DHV-onderzoek gaat over de ambities ten opzichte van de beleidsarme raming. De tabel op p.53 suggereert een absoluut getal als conclusie van dit hoofdstuk. Nergens staat echter gemeld dat de ambities op het gebied van uitplaatsingen en bovenregionale accounts niet worden gedeeld door de BMF en andere organisaties.

Uitplaatsingen komen vanuit Breda, en nergens is aangegeven dat deze ‘behoefte’ rondom Moerdijk geaccommodeerd zouden moeten worden. Voor deze uitplaatsing biedt het Uitwerkingsplan Breburg meer dan voldoende ruimte, zeker nu de behoefte na 2010 drastisch lager wordt en er in alle regio’s wordt gewerkt aan het creëren van plancapaciteit uit de uitwerkingsplannen.

Extra ruimte voor de mogelijkheid dat zich een (inter)nationaal bedrijf zich in de regio zou willen vestigen, is een wens vanuit het bedrijfsleven waarvoor geen breed maatschappelijk draagvlak bestaat. BMF wil wel meedenken over het beschikbaar maken van gronden binnen bestaande plancapaciteit voor zulke situaties, maar helaas ontbreken de overlegstructuren om hierin vooruitgang te maken. Daarom valt het bedrijfsleven en een deel van de overheden terug op klassieke middelen.

Moerdijk
Het halveren van de vraag, de potentie aan beschikbare grond op Moerdijk en een selectief vestigingsbeleid zijn (bij elkaar opgeteld) voor de BMF reden geweest om onverkort te kiezen voor het bestaande haventerrein als vestigingslocatie voor nieuwe bedrijven. We zien in de nieuwe onderzoeksgegevens geen enkel argument dat pleit voor verdere verstedelijking in West-Brabant, integendeel.

Het beschikbaar krijgen van grond op Moerdijk voor nieuwe bedrijven vraagt om een betrokken en innovatieve aanpak. Alle aandacht van de overheden en maatschappelijke organisaties zou erop gericht moeten worden om deze duurzaamheidspotentie ook waar te kunnen maken. Iedere vorm van afleiding, bijvoorbeeld over omvang of locatie van allerlei aanvullende ruimteclaims, verhindert het direct benutten van de nu al plantechnisch beschikbare ruimte. Het daadwerkelijk beschikbaar maken van nieuwe ruimte verhindert ook het optimaal gebruik maken van bestaande ruimte. Zeker als deze nieuwe ruimte winstgevend is voor projectontwikkelaars en overheid en tegen een lagere prijs op de markt komt als de herontwikkelde gronden. Als er bepaalde sectoren zijn die niet de meerprijs over hebben voor herontwikkelde grond op Moerdijk, dan vindt de BMF dat zij niet thuis horen in een provincie die duurzaamheid hoog in haar vaandel heeft.

Milieu Effect Rapportage
Daarmee is, ondanks het vernieuwende karakter van het proces, het belangrijkste pluspunt van het benutten van het bestaande bedrijventerrein naar voren gekomen: plantechnisch is de ruimte beschikbaar. Voor iedere vorm van aanvullend, nieuw terrein vraagt om nieuwe planprocessen. Er zal een nieuwe MER nodig zijn, omdat de vraagstelling anders is dan voor het 600 ha. plan dat nu al op de planken ligt. Dan volgt het bestemmingsplan, dat de gebruikelijke stappen zal moeten doorlopen. Gezien de groeiende maatschappelijke weerstand kan dit jaren gaan duren.

In totaal kost het creëren van nieuwe plancapaciteit 5-10 jaar. Als alle aandacht wordt gericht op het onderbouwen en doorduwen van een nieuw plan, gaat dit ten koste van het beschikbaar krijgen van grond op het bestaande terrein. Het netto resultaat is dus dat de komende jaren er minder terrein beschikbaar is voor bedrijfsfuncties door het ontwikkelen van nieuw terrein, vergeleken met het beschikbaar maken van bestaande plancapaciteit op het huidige terrein. Ook op economische gronden is de keuze voor herontwikkeling dus de meest logische.

Graag zien wij bovenstaande argumenten meegenomen in de besluitvorming over Moerdijk en Moerdijkse Hoek. De nieuwe onderzoeken tonen duidelijk aan dat het herstructureren van de ruimte op Moerdijk de sleutel is tot een verantwoorde en succesvolle ruimtelijk-economische ontwikkeling in West-Brabant. Hier kan concreet invulling worden gegeven aan de inspanningsverplichting om 2000 ha. terrein beschikbaar te krijgen zonder het omzetten van groene ruimte in verstedelijkt gebied, zoals afgesproken in het Streekplan 2002. Laat de vernieuwde maatschappelijke inzichten en de onderzoeken die dit verder onderbouwen een heldere leidraad zijn bij de trendbreuk die nodig is in bestuurlijke keuzes om tot een duurzaam Brabant te komen.

Jan van Rijen, directeur
Pepijn Klaassen, stedelijke leefomgeving en gezondheid

Persbericht Brabantse Milieu Federatie: Ruimte op Moerdijk efficiënt gebruiken

Brabantse Milieufederatie reageert op Provinciale onderzoeken

Ruimte op Moerdijk efficiënt gebruiken

De behoefte aan ruimte voor bedrijven rondom Moerdijk is gehalveerd ten opzichte van de ramingen uit 2000. Daarvan kan het grootste deel worden gevonden in het herstructureren van het bestaande haven- en bedrijventerrein Moerdijk. Dat zijn volgens de Brabantse Milieufederatie de belangrijkste conclusies uit de twee onderzoeken die de Provincie, Gemeente Moerdijk en de Ministeries van EZ en VROM afgelopen dinsdag naar buiten hebben gebracht.

Onomstotelijk staat nu vast dat er een aanzienlijke hoeveelheid ruimte voor bedrijven gevonden kan worden op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk. Het is van groot belang dat Provincie, gemeente, Havenschap en bedrijfsleven alle aandacht besteden aan het daadwerkelijk beschikbaar krijgen van deze ruimte voor bedrijven. Dat is geen eenvoudige opgave, maar wel de meest structurele. Ook hier dient dan een vernieuwend duurzaam bedrijventerrein te worden gecreëerd, waar zuinig ruimtegebruik in de praktijk wordt gebracht.

De Brabantse Milieufederatie is het niet eens met de keuze van de Provincie voor het hoge groeiscenario. Het basisscenario met een gemiddelde groei gaat uit van een ruimtebehoefte van 293 ha tot 2025, dat is dus 60 ha. minder dan de door het Provincie gehanteerde oppervlak. De Brabantse economie kent hoge pieken en diepe dalen in gronduitgifte, maar de afgelopen decennia jaar is gebleken dat dit altijd resulteert in een groei volgens een gemiddeld scenario. De behoefteraming moet dus uitgaan van 293 ha. tot 2025.

De groene, landelijke ruimte is in Brabant een schaars goed. Verdere verstedelijking moet voorkomen worden, zeker nu blijkt dat deze niet nodig is. Integendeel, het gevaar is zelfs groot dat nieuwe terreinen de herstructurering van Moerdijk in de weg gaat zitten. Herontwikkeling van Moerdijk heeft volgens de BMF de hoogste prioriteit. Er kan dus worden afgezien van de ontwikkeling van Moerdijkse Hoek of andere nieuwe terreinen.

Noot voor de redactie:
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Pepijn Klaassen 06 12 55 10 20

Artikel BMF: Moerdijkse Hoek

De Brabantse Milieufederatie is verheugd over de nieuwe ontwikkelingen rond Moerdijkse Hoek. Het intensiveren van het bestaande haventerrein in Moerdijk is een beslissing die voor het ruimtegebruik en de milieukwaliteit in West-Brabant een verbetering betekent, terwijl er voldoende ruimte is voor economische ontwikkeling. De overeenkomst tussen Provincie en gemeente Moerdijk getuigt van moed, omdat nieuw maatschappelijk inzicht ook daadwerkelijk leidt tot andere besluiten.
Voor de langere termijn worden drie opties onderzocht: landaanwinning, insteekhaven Roode Vaart en een logistiek terrein bij station Lage Zwaluwe. De Brabantse Milieufederatie heeft sterke twijfels bij de haatbaarheid van de landaanwinning, vanwege de gevolgen voor de waterhuishouding en de aantasting van natuur in het vogelrijke slikken- en schorrengebied. De BMF gaat er vanuit, dat andere plannen voor nieuwe bedrijventerreinen in Brabant, nu ook kritisch op nut en noodzaak worden bekeken.
Pepijn Klaassen

BMF: verheugd over nieuwe plannen voor Moerdijk. Besluit Moerdijkse Hoek getuigt van moed!

De Brabantse Milieufederatie (BMF) is verheugd over de nieuwe ontwikkelingen rond Moerdijkse Hoek. Het intensiveren van het haventerrein in Moerdijk is een beslissing die voor het ruimtegebruik en de milieukwaliteit in West Brabant een verbetering betekent, terwijl er voldoende ruimte is voor economische ontwikkeling. De overeenkomst tussen provincie en gemeente Moerdijk getuigt van moed, omdat nieuw maatschappelijk inzicht ook daadwerkelijk leidt tot andere besluiten. De Brabantse Milieufederatie gaat ervanuit, dat andere plannen die er nog voor Brabant liggen, nu ook kritisch op nut en noodzaak worden bekeken. De BMF zal dit ook snel onder de aandacht brengen bij het provinciebestuur, werkgevers en bedrijfsleven.

Jarenlang werd er over de plannen voor een groot, nieuw bedrijventerrein nagedacht, jarenlang werd er over de plannen gesproken. Tot het laatst toe bleven nut en noodzaak van Moerdijkse Hoek ter discussie staan. Het getal van 600 ha. was een politieke afspraak op basis van een economische verkenning, waarin aangetoond was dat er mogelijk behoefte was aan 150 tot 1200 ha. aan terrein. Deze omvang van 600 ha. uit het Streekplan 2002 en het bestuursakkoord is nooit door de BMF onderschreven en kon ook niet op draagvlak in de regio rekenen.

Zuinig ruimtegebruik heeft gewonnen, nu er geen nieuw bedrijventerrein bijkomt, maar braakliggende grond op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk ingevuld gaat worden. Tevens is duidelijk dat milieuwinst geboekt kan worden, omdat vermindering van de milieubelasting noodzakelijk is om de beschikbare ruimte ook daadwerkelijk te kunnen gaan benutten voor bedrijvigheid.

Tot 2015 kan ruimte worden gevonden op het bestaande haventerrein. Voor de periode daarna worden nu drie opties nader bekeken: landaanwinning, insteekhaven Roode Vaart en een logistiek terrein bij station Lage Zwaluwe. De Brabantse Milieufederatie heeft sterke twijfels bij de haalbaarheid van de landaanwinning, vanwege de gevolgen voor de waterhuishouding en de aantasting van natuur in het vogelrijke slikken- en schorrengebied. Zij zal dit gaan inbrengen bij de vervolgonderzoeken die nu gaan plaatsvinden.

Artikel BN/De Stem: Onderzoek verrast milieuclubs niet. 2004

Door Romain van Damme

BREDAIMIDDELBIJRG – Zowel de Brabantse als de Zeeuwse Milieu Federatie is absoluut niet verrast door de uitkomst van een Duits onderzoek naar luchtvervuiling in de wereld. Uit dat onderzoek blijkt dat vrijwel nergens ter wereld de lucht zo vervuild is met stikstofdioxide als boven Nederland.

,,ln Zeeland wordt de luchtvervuiling onderschat‘, zegt Tjeu van Mierlo van de Zeeuwse Milieu Federatie (ZMF) .,, Een aantal normen wordt stelselmatig overschreden en daar zullen we toch] wat aan moeten doen.‘
Ook Michiel Visser van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) vindt dat het tijd wordt voor hardere maatregelen. ,,Uit diverse rapportages is gebleken dat de luchtvervuiling hoger is dan vorig jaar. Zeker in Zuid-Oost-Brabant, met name het verstedelijk gebied Eindhoven-Helmond. Maar ook Breda en West-Brabant ontkomen niet aan een groter vervuiling. Je kunt in de lucht ni eenmaal geen grens trekken.‘
Een van de grote boosdoeners is het verkeer. Vooral de dieselauto’s slingeren de nodige stikstofdioxide de lucht in. Visser ,,Het wordt hoog tijd dat deze met roetfilters uitgerust worden De gemeenten waar de uitstoot van stikstofdioxide te hoog is, moeten plannen maken om dat te verminderen. Dat moet echt gebeuren, anders haalt Nederland straks de Europese norm niet.‘
Maar heeft de luchtvervuiling ook niet te maken met de buurlanden, waar de industrie niet bepaald bijdraagt aan een schone lucht? Dat wordt zwaar overschat‘, zegt Van Mierlo. ,,Vaak wordt er gezegd: het Ruhrgebied ligt naast ons en kijk eens naar België, naar Gent en Antwerpen. Dan zeg ik: meestal hebben we westenwind en zorgt zelfs Nederland voor een grotere vervuiling van die gebieden dan andersom.’ Volgens Ad van den Biggelaar van Natuur en Milieu heeft dat ook te maken met de scheepvaart. ,,Vergis je niet. Schepen varen op zware stookolie. De Noordzee is een van de meest bevaren gebieden in de wereld en veel schepen varen via de Westerschelde naar Antwerpen. De wind zorgt voor de rest.‘

BMF: Bio Massa Centrale Moerdijk (Overlast M1)

De Brabantse Milieufederatie heeft, mede namens Natuur en Milieu, bedenkingen ingediend bij het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant tegen de Ontwerp-beschikking voor de Bio Massa Centrale in Moerdijk. De ontwerp-vergunning moet volgens de organisaties zowel om formele redenen als om inhoudelijke redenen wonden afgewezen. Concreet ontbreekt er een actuele Milieu Effect Rapportage. Daarnaast is de te bereiken energie-efficiency te laag. Verder zijn de vergunde emissies veel te ruim, voor S02 maarliefst 10 keer boven het landelijk gemiddelde. De Brabantse Milieufederatie is van mening dat alle partijen in Brabant mee moeten werken aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. De meeste aandacht gaat uit naar verkeer en vervoer en dat is niet verkeerd. Maar en is ook veel te winnen in de industriële sector. Over het algemeen wordt er in die sector structureel nog te ruim vergund. Daarom vindt de BMF het belangrijk op dergelijke ontwerpvergunningen te reageren.
Nicole Schaffroth

Nieuwsbrief Brabantse Milieufederatie juli 2004: Moerdijkse Hoek

In juni 2004 heeft de Provincie een Aanvulling op de Startnotitie MER Moerdijkse Hoek vrijgegeven voor inspraak. Deze aanvulling was nood- zakelijk vanwege kritische opmerkingen van de MER-Commissie over nut en noodzaak, locatiekeuze, concentratie en de operationalisatie van het begrip vernieuwend duurzaam. De BMF heeft in haar reactie aangegeven, dat de vragen over nut en noodzaak en de Iocatie nog steeds niet afdoende beantwoord zijn. Er word uitsluitend gebruik gemaakt van eerder gebruikte bronnen, waardoor het draagvlak niet zal toenemen. Meer lof is er voor het opgestelde “Beoordelingskader Vernieuwend Duurzaam‘, waarin een toetsingskader op alle dimensies van duurzaamheid (ecologie, economie sociaal-cultureel) wordt gepresenteerd. Daarmee is erkend, dat de ontwikkeling van een duurzaam bedrijventerrein geen achteruitgang op ecologisch of sociaal-cultureel vlak mag betekenen. Pepijn Klaasen

Artikel BN/De Stem: Vallen en opstaan voor milieufederatie

ACHTERGROND door Cees Maas

BREDA – De Brabantse Milieu­federatie (BMF) viert vandaag haar 30-jarig bestaan met eeu feestje in Tilburg. Maar het is geen klaroengeschal alom. Dertig jaar milieubescherming in West-Brabant levert een lijst met hoogtepunten op, maar zeer zeker ook met diep­tepunten.

Het verhaal van de BMF begint romantisch, op een zolderka­mertje in Oisterwijk. Als koepel van de Brabantse natuurbescher­mingsgroepen en milieubewe­gingen is de BMF nu in haar Til­burgse hoofdkwartier uitge­groeid tot een bedrijf met een begroting van een mlljoen euro en 23 medewerkers die vootna­melijk in deeltijd werken. In de afgelopen dertig jaar heeft de BMF vijf voorzitters versleten. Vandaag wordt de nieuwe voor­zitter bekend gemaakt: Ben Elke­rbout.

Successen en flaters
De twee directeuren die de BMF tot nu toe heeft gekend, Peter Von Meyenfeldt en Paul van Pop­pel, hebben een lijst gemaakt met wat zij als successen en fla­ters van de BMF in de afgelopen periode beschouwen. De BMF had de afgelopen 30 jaar de handen vol in heel Brabant met het beschermen van het milieu, maar wie alleen al naar het ge­bied van West-Brabant kijkt, ziet dat er ook hier grote en ingrij­pende ontwikkeling al dan niet positief zijn beinvloed door de BMF.

De aanleg van het industrieter­rein Moerdijk bijvoorbeeld en de mislukte strijd van de BMF daar­tegen, wordt intern als een pia­nologische blunder van de bo­venste plank gezien, die diepe sporen in de ruimtelijke ontwik­keling van West-Brabant heeft achtergelaten. Een prachtig landbouwgebied en schitterende gorzen werden in de jaren zeven­tig opgeofferd aan een nauwe­lijks exploitabele industriële woestenij. En de woningbouw op de Bergse Plaat aan de rand van het Markiezaat, ook dat staat in­tern genoteerd als een loden dieptepunt. De 2400 huizen daar hadden er wat de BMF betreft nooit mogen komen, maar de strijd ertegen was tevergeefs. En dat geldt ook voor de kolenge­stookte Amercentrale bij Geert­ruidenberg en de vestiging van General Electric Plastics aan de Theodorushaven in Bergen op Zoom. De BMF heeft gefaald. stelt de BMF nu zelf.
En de lijst met dieptepunten gaat nog verder. De in de ogen van natuurbeschermers ver­woesting van het Brabantse land­schap door de ruilverkaveiing die veel groter was dan elders in Nederiand. De aanslagen op het kostbare Brabantse grondwater door overbemesting en winning door de industrie. De voortgaan­de verstening, verglazing en plastificering van het buitenge­bied, plus de ongebreidelde uit­breiding van de Brabantse ste­den, de BMF is er niet in geslaagd dat tij te keren.

Kerncentrale
Maar het was niet louter sikke­neur de afgelopen 30 jaar. De be­scherming van milieu en natuur in West-Brabant heeft ook hoog­tepunten opgeleverd. De mani­festatie in 1990 bijvoorbeeld, te­gen de aanleg van de hoge snel­heidslijn door het landgoed Mat­temburgh bij Bergen op Zoom, gaf een belangrijke aanzet tot de keuze voor het hsl-tracé langs de A16. En, de BMF wist in 1985 te voorkomen dat de toenmalige Brabantse commissaris van de koningin Van Agt een kerncen­trale op het industrieterrein Moerdijk in het streekplan kon opnemen. Dc BMF stond ook aan de wieg van de afvalscheiding in Noord-Brabant. In 1981 werd de federatie daarvoor nog verket­terd door het provinciebestuur en pas na het aantreden van de milieugedeputeerde Welschen (PvdA) werd die afvalscheiding omgezet in realiteit. Nu is afval­scheiding een automatisme in ie­der Brabants huishouden. Een succes was ook de strijd tegen bet dumpen van afval in de pro­vincie. Hoogtepunt was de ont­maskering van de milieumaffia van bet afvalverwerkingsbedrijf Drisolco, dat met steun van pro­vincie en Rijk neerstreek op het industrieterrein Moerdijk.
De BMF stond aan de wieg van de controles op de afvalverwerking op de regionale stortplaatsen en het was de eerste milieufederatie in Nederland die met vliegtuig­jes milieucontroles uitvoerde.

Het Markiezaat
Samen met milieufederaties in Zeeland en Zuid-Holland slaagde de BMF erin het Oosterschelde­bekken te behouden, waardoor Het Markiezaat bij Bergen op Zoom Nederlands meest waarde­volle zoetwatermoerasgebied werd. De strijd tegen de uitbrei­ding van dc watersport in de Biesbosch wend succesvol ge­voerd, omdat de pleziervaart uit­eindelijk aan banden is gelegd. Maar de recreatiedruk op het kwetsbare gebied is vandaag de dag nog te hoog, vindt de BMF. De afgelopen vijfjaar is actie ge­voerd tegen onder meer bet bo­ren naar gas in de Biesbosch.
De BMF heeft zich de afgelopen 30jaar ontwikkeld van een actie­groep tot een moderne rnilieufe­deratie, een instituut dat over­eenstemming zoekt met belan­gengroepeningen en overheden en convenanten sluit met diver­se partijen in plaats van er op los te hakken.
De federatie is zich steeds m cer beleidsmatiger gaan ontwikke­len en heeft specialisten in dienst die zich bijvoorbeeld uit­sluitend met de juridische aspec­ten van de Groene Hootdstruc­tuur, de Reconstructiewet en de Natuurbeschermingswet bezig­houdcn. Dc promotie Vd11 120010-gische producten is eon bclan~2 rijk onderdeel van hot modern takenpakket en hot ontwikkelen en begeleiden van andere consu­mentenprojecten.