Tagarchief: Luchtkwaliteit

Artikel BN/De Stem: Stations meten luchtkwaliteit

door Kees den Exter

Zaterdag 19 januari 2008 – ZEVENBERGEN – Sinds kort wordt de luchtkwaliteit op en rond het industrieterrein Moerdijk permanent bewaakt. Dat gebeurt met twee meetstations: een op de Zwingelspaansedijk in Fijnaart en een in de Julianastraat in Moerdijk.

De stations meten met name de hoeveelheden fijnstof en CO2. Iedereen kan elk moment van de dag de resultaten van de metingen volgen via http://www.lml.rivm.nl
Volgens milieugedeputeerde Onno Hoes (VVD) leveren de meetstations via uurgemiddelden, daggemiddelden en uiteindelijk een jaarbeeld van de luchtkwaliteit op en rond het industrieterrein. “Dat is de systematiek van de Wet Luchtkwaliteit. Pieken worden weggedrukt in het gemiddelde. Zo ontstaan gegevens die gelegd worden naast de normen uit de wet om zo tot conclusies te komen over de luchtkwaliteit.”
Daarmee geeft Hoes indirect aan dat de meetstations niet worden gebruikt bij het achterhalen van stankgolven waarop de omgeving van het industrieterrein bij herhaling werd getrakteerd.

Gedeputeerde Hoes “Inderdaad. Dat heeft mij ook bevreemd. Maar voor het opsporen van stankbronnen bestaat andere, mobiele apparatuur. Mijn inziens kun je de gegevens van de meetstations ook gebruiken als je constateert dat er pieken zijn.” Doordat de meetstations ten zuid-westen en ten noord-oosten van het industrieterrein Moerdijk staan, kunnen ze, vanwege de overheersende zuid-westenwind, als het ware meten welke hoeveelheden fijnstof en CO² industrieterrein Moerdijk toevoegt aan de overwaaiende lucht. De meetstations in de gemeente Moerdijk maken deel uit van het landelijk meetnet van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

>>Stations op de Zwingelspaansedijk en in de Julianastraat meten de hoeveelheden fijnstof en CO² die industrieterrein Moerdijk toevoegt aan de lucht.

Artikel De Moerdijkse Bode: Monitoringrapport uitgebreid met achtergrondinformatie

Monitoringrapport uitgebreid met achtergrondinformatie

VEEL AANDACHT VOOR VERDUURZAMING HAVEN- EN INDUSTRIETERREIN MOERDIJK

MOERDIJK – Het Monitoringsrapport 2006 van het Haven- en Industrieterrein Moerdijk heeft ten opzichte van de vorige edities een flinke koerswijziging ondergaan. Naast de concrete cijfers is nu ook achtergrondinformatie opgenomen. Deze ‘beschouwingen’ zijn onder meer afkomstig van het Havenschap Moerdijk zelf, Rijkswaterstaat, Waterschap Brabantse Delta en de Provincie Noord-Brabant. Deze laatste instantie gaat bovendien uitgebreid in op de luchtkwaliteit in de omgeving van Moerdijk, terwijl de GGD aandacht besteed aan een milieubelevingsonderzoek.

Door Cees van der Burg

Een monoteringsonderzoek, dat het verzamelen en interpreteren van diverse (milieu)gegevens op het Haven- en Industrieterrein Moerdijk (IHM) omvat, wordt sinds 1999 jaarlijks gehouden. In samenwerking met de werkgroep monitoring is het onderzoek over 2006 uitgevoerd door BMD Advies Zuid-Nederland. Bovengenoemde instanties en twaalf bedrijven, die samen zo’n 85% van de milieubelasting voor hun rekening nemen, hebben het nodige cijfermateriaal aangeleverd.

Burenraad

Om te komen tot een duurzaam vestigingsbeleid en een duurzame werkgelegenheid is eerder dit jaar door de Stuurgroep DHM (Duurzaam Haven- en industrieterrein Moerdijk) een Masterplan vastgesteld. Het nu verschenen Monitoringsrapport 2006 is daar een onderdeel van. Het volledige rapport is te vinden op de website www.havenvanmoerdijk.nl en zal bovendien besproken worden in de openbare vergadering van de Burenraad op 12 december (19.30 uur, Plaza 3).

Synergie

Op basis van genoemd rapport constateert het Havenschap Moerdijk, dat het steeds beter gaat met de industriële samenwerking (synergie), waarbij twee of meerdere bedrijven van elkaars producten en/of afvalstoffen kunnen profiteren. In het rapport wordt een aantal voorbeelden van synergie genoemd. Onder meer betreft dit de NV Afvalverwerkingsbedrijf Zuid-Nederland (AZN), waar jaarlijks 670.000 ton huishoudelijk afval wordt verwerkt.

Elektriciteit

Bij dat proces komt 2.000.000 ton hogedruk stoom vrij, die wordt doorgeleverd aan ‘buurman’ Energiebedrijf Essent. Daar wordt de stoom omgezet in elektriciteit (590 miljoen kWh, genoeg voor 168.000 huishoudens) en warmte. Deze ‘producten’ worden vervolgens weer afgenomen door Shell Chemie. Op zijn beurt levert de Shell 60.000 ton koolstofdioxide (CO2) aan Omya Beheer voor de productie van witmaker/pigment voor de papierindustrie.

Geluidsbelasting

In de loop van 2006 is voor het Haven- en industrieterrein Moerdijk een geluidboekhouding opgezet. Hiermee moet worden voorkomen, dat het tesamen geproduceerde geluid van de daar gevestigde bedrijven de grenswaarde van de geluidsbelasting overschrijdt. Omdat evenwel op een aantal bewakingspunten geen geluidruimte meer aanwezig is, wordt door de gemeente Moerdijk een nieuw bestemmingsplan opgesteld met een verruiming van de geluidzone.

Milieuklachten

Door inwoners van de kernen Moerdijk-dorp, Klundert en Zevenbergen, alsmede de Hoekse Waard, werden 598 milieuklachten ingediend bij de diverse meldpunten. Hierbij ging het in totaal om 578 lucht- en stankklachten, welke grotendeels te wijten waren aan de stankgolf in maart/april van dat jaar. Van 324 klachten kon, ondanks de vele energie die de provincie in het onderzoek heeft gestoken, de oorzaak niet worden vastgesteld.

Werkgroep

Naar aanleiding van deze gebeurtenis kregen zowel de provincie als de gemeente Moerdijk het verwijt, dat de milieuklachten niet voortvarend waren opgepakt en bovendien onvoldoende inzicht werd gegeven in de voortgang van de bestrijding en het voorkomen van deze hinder. Het resultaat was de instelling van de werkgroep ‘milieuklachten’, bestaande uit vertegenwoordigers van het Havenschap, de Burenraad, RMD West-Brabant, GGD, provincie en gemeente.

Klachtenbehandeling

Begin volgend jaar moet dit een actieplan opleveren, waarmee bereikt kan worden, dat de communicatie over milieuklachten verbetert en meer inzicht komt in de oorzaken. Verder zal een gestroomlijnde klachtenbehandeling moeten zorgen voor een snelle afhandeling, inclusief communicatie met klagers en omwonenden, terwijl analyses van de klachten moeten leiden tot het wegnemen van de oorzaak.

Milieubelevingsonderzoek

De ontwikkeling van de plannen Moerdijkse Hoek/Port of Brabant brachten diverse inwoners tot het stellen van vragen aan de GGD. Onder meer betrof dit het voorkomen van allerlei soorten ziekten in de regio, waarbij door de bevolking zelfs een verband verondersteld werd met het industrieterrein. Op grond van de uitkomsten van het belevingsonderzoek kon niet eenduidig geconcludeerd worden, dat verstorende milieufactoren direct leiden tot gezondheidsklachten.

Luchtkwaliteit

Uit de provinciale rapportage blijkt, dat de Europese luchtkwaliteitsnormen in de regio Moerdijk niet zijn overschreden. Anders dan in een groot aantal andere gemeenten in Noord-Brabant is in Moerdijk ook aan de normen voor fijn stof en stofdioxide voldaan. Overigens wordt de norm voor fijn stof wel redelijk dicht benaderd. Mede om die reden zijn afspraken voor een aanvullend meetprogramma gemaakt en inmiddels twee meetpunten geïnstalleerd.

Cijfers

Tenslotte nog wat ‘droge’ cijfers: Het energieverbruik is ten opzichte van 2005 ongeveer gelijk gebleven, terwijl het gasverbruik is gedaald. Het waterverbuik verminderde met bijna 50 miljoen kubieke meter. Ook de afvalhoeveelheden daalden met circa 160.000 ton. Daarentegen steeg het aantal zee- en binnenvaartschepen (bijna 700) en de goederenoverslag (673.000 ton), oftewel een stijging van 5,4%. Het vervoer per spoor nam met 26,8% toe.

Artikel BN/ De Stem: EP wil normen voor fijnstof aanscherpen

door onze correspondent

Woensdag 10 oktober 2007 – Hans de Bruijn- BRUSSEL – Het Europees Parlement en de EU-landen zijn het oneens over de normen voor de luchtkwaliteit in de Europese Unie. Het parlement wil de hoeveelheid fijnstof in de lucht in 2015 veel sterker terugdringen dan volgens de lidstaten haalbaar is. De milieucommissie van het parlement nam hierover gisteren met ruime meerderheid een voorstel aan van PvdA-Europarlementariër Dorette Corbey.

Het Europees Parlement wil dat een kubieke meter lucht over acht jaar maximaal twintig microgram fijnstof bevat. De lidstaten werden het eerder eens over 25 microgram. Momenteel is een jaargemiddelde van 40 microgram de norm. Volgens de regeringen van de lidstaten is de strengere norm onuitvoerbaar, maar het Europees parlement had aan die opvating geen boodschap. Het parlement moet nu met de lidstaten en de Europese Commissie tot een compromis zien te komen.
Dorette Corbey is zeer tevreden over de stemming. Ze bestrijdt dat de strenge norm niet haalbaar is. “Juist lage overheden willen graag de middelen om iets tegen de luchtvervuiling te kunnen doen. Die krijgen ze hiermee.”
Het gaat vooral om de aanpak van de uitstoot door afvalverbrandings- en stookinstallaties en vrachtwagens.
Het Europees Parlement wil wel dat landen die problemen hebben om de norm te halen, bijvoorbeeld omdat fijnstof komt overwaaien uit een buurland, uitstel kunnen krijgen. Het CDA was als een van de weinigen tegen het voorstel. Volgens parlementariër Lambert van Nistelrooij is het door de hoge concentratie van fijnstof in Nederland onhaalbaar. Hij vreest dat bouwprojecten en wegenaanleg worden vertraagd als telkens juridische procedures moeten worden gevoerd over de normen.
De Nederlandse Europarlementariërs leden gisteren een nederlaag over de aanpak van bodemverontreiniging. Een meerderheid wil net als de Europese Commissie een Europees bodembeleid, terwijl Nederland dit aan de lidstaten wil overlaten. Bodemvervuiling is veelal niet grensoverschrijdend en dat moeten de landen oplossen zonder Europese bemoeienis, vinden CDA, PvdA en VVD. Nederland heeft al een streng bodembeleid en volgens Van Nistelrooij dreigt een nieuwe EU-bureaucratie bij de controle op de normen. “Dubbel werk dus.”

Artikel BN/DeStem: Duizenden doden door slecht milieu

Donderdag 14 juni 2007 – GENEVE – Jaarlijks overlijden 21.000 Nederlanders als gevolg van het slechte milieu. Dat stelt de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in een gisteren gepubliceerd landenrapport. Volgens de organisatie staat 14 procent van de sterfgevallen in Nederland in relatie tot het milieu in brede zin.

Als direct gevolg van de luchtvervuiling in Nederland sterven jaarlijks 3600 mensen, aldus de WHO. Het slechte milieu en de daarmee samenhangende sterfgevallen komen vooral tot uiting in het voorkomen van ziektes als hart- en vaatziekten, kanker, aandoeningen aan de luchtwegen en ongelukken.

Onderzoekers hebben niet alleen naar (natuur)vervuiling gekeken. Zij hebben ook arbeidsomstandigheden, UV-straling, geluidshinder, landbouwtechnieken, klimaat en de mate van verstedelijking en menselijk gedrag meegewogen.

Artikel BN/De Stem: Metingen TNO: luchtkwaliteit boven Moerdijk niet veranderd

door Peter Ullenbroeck

Vrijdag 18 mei 2007 – MOERDIJK – De luchtkwaliteit op en rond industrieterrein Moerdijk is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd en blijft binnen de in Nederland gestelde normen.

Dat blijkt uit metingen van TNO op 31 punten in de directe omgeving. Behalve op het industrieterrein gebeurde dat ook in de woonkernen Moerdijk, Klundert, Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Langeweg en Lage Zwaluwe.
Het vorig jaar in opdracht van de provincie Noord Brabant uitgevoerde onderzoek richtte zich op de concentratie aan zogeheten vluchtige koolwaterstoffen en stikstofdioxide in de lucht.
Van benzeen, een van deze koolwaterstoffen die vrijkomt bij de raffinage van olie, is bekend dat het bij hoge concentraties leukemie kan veroorzaken. Stikstofdioxide kan tot longbeschadigingen leiden.
De resultaten van de metingen wijken nauwelijks af van eerdere onderzoeken in 2003 en 2004. Ook toen bleven de gemeten concentraties onder de landelijk gestelde normen. Vergeleken met 2004 liggen de concentraties nu zelfs iets lager.
Wel werden relatief hoge concentraties koolwaterstoffen en stikstofdioxide gemeten in de nabijheid van de Afval Terminal Moerdijk. Op de Appelweg en de Middenweg op het industriecomplex lagen de waardes beduidend hoger dan elders, maar nog altijd binnen de gestelde normen.
De gemeten concentraties in de zes kernen ontlopen elkaar nauwelijks.

Artikel BN/De Stem: Stations meten CO² en fijnstof

door Kees den Exter

Vrijdag 4 mei 2007 – MOERDIJK – Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) begint na de zomer met luchtmetingen rondom industrieterrein Moerdijk.

De metingen zijn bedoeld om de invloed van het industrieterrein op de luchtkwaliteit in de gelijknamige dorpskern te bepalen en duren minimaal vijf jaar. De stations meten de concentratie fijnstof in de lucht en de hoeveelheid stikstofdioxide (CO²).

Het ene station komt ter hoogte van het parkeerterrein aan de Julianastraat. Dit station is bedoeld om de invloed van het industrieterrein op de luchtkwaliteit in de dorpskern in beeld te brengen.
Het andere meet de lucht op de Zwingelspaansedijk, ten zuidwesten van het industrieterrein. Zo kan worden vastgesteld welke concentraties fijnstof en CO² bij de overheersende zuid-westenwind het industrieterrein op waaien. Aan de hand van de concentratieverschillen van de twee meetstations kan volgens een persbericht van de provincie een redelijk beeld kan worden verkregen van de hoeveelheden fijnstof en CO² die het industrieterrein toevoegt aan de lucht.

De meetstations kwamen enkele weken geleden al ter sprake tijdens een hoorzitting van de gemeente Moerdijk over het milieubeleidsplan. Toen ontstond het beeld dat de stations ook de veroorzakers van stankoverlast kunnen opsporen. Maar dat kunnen ze niet. De meetstations moeten in het derde kwartaal van 2007 in bedrijf komen. De provincie, de gemeente Moerdijk en het havenschap overleggen nog over een procedure om te bevolking te informeren.

Artikel Dagblad Trouw: De weg van Van Geel loopt dood 07.04.2005

Na de uitspraak van de Raad van State dreigt Nederland, dramatisch gesteld, op slot te gaan.
Weg filebestrijding. Hoe kon het zo ver komen?
Miljoenen Nederlanders willen volop gebruik kunnen maken van hun auto. Duizenden mensen sterven jaarlijks vroegtijdig doordat de lucht die ze inademen te vies is. Ziedaar het dilemma.
De lucht in Nederland is de afgelopen jaren in rap tempo schoner geworden. Met grote stappen. Ter illustratie: de in de jaren tachtig en negentig nog regelmatig voorkomende smog-alarmeringen zijn een ‘zeldzaamheid’ geworden. Nederland voldoet dan ook aan bijna alle normen die er zijn opgesteld voor de luchtkwaliteit. Maar niet aan alle.
Het gaat nog vooral om stikstofoxiden en fijn stof. Nederland moet in 2015 respectievelijk 2010 voldoen aan strenge Europese normen. En dat gaat bij lange na niet lukken.

Staatssecretaris Van Geel weet dat al tijden. Hij koos voor de rationele benadering: een werkbare interpretatie van de Brusselse normen. Maar de Raad van State denkt er anders over: regels zijn regels; die zijn niet zomaar een beetje bij te buigen.
Kortweg dacht Van Geel dat overschrijding op plekken waar geen mensen wonen, wel kan. Hij richtte zijn pijlen op de stedelijke gebieden. Daar wonen mensen, daar moet de lucht goed zijn.
Dat laatste lukt overigens ook niet geheel. Op een zestal stedelijke plekken haalt Nederland de normen niet. Van Geel hoopt daarvoor dispensatie van Brussel te krijgen. Dat dat nodig is, is al vervelend genoeg. Maar dat nu de luchtkwaliteit overal in Nederland in orde moet zijn, zet een flinke streep door Van Geels strategie en door de rekening van vooral Peijs, de minister van ‘wegenbouw’.

De huidige situatie komt erop neer dat de nog aan te leggen spitsstroken, maar ook bouwprojecten als de tweede Coentunnel en de A4 Midden Delfland, in gevaar komen of op zijn minst vertraging oplopen. De milieuorganisaties hebben op die manier een krachtig wapen in handen gekregen van de Raad van State.
Van Geels strategie heeft niet gewerkt en dat had hij kunnen zien aankomen. De Raad van State heeft vanaf 15 september vorig jaar (Den Bosch-Eindhoven) tot nog zeer recent (16 februari: de A73) zeven uitspraken gedaan over de wijze waarop de Brusselse luchtregels gehanteerd moeten worden: naar de letter.
Het kabinet moet of alsnog met een tovermiddel komen om de regelgeving wat af te zwakken, of hopen op clementie van Brussel.

Artikel Moerdijkse Bode: Overleg met Provincie opgeschort. Begeleidingsgroep GES houdt het voor gezien

ZEVENBERGEN – De leden van de begeleidingsgroep Gezondheids Effect Screening (GES) Moerdijkse Hoek hebben eind vorige week het overleg met de provincie Noord-Brabant voorlopig opgeschort. Men kan de geformuleerde conclusies in de recent verschenen GES-rapporten niet onderschrijven.

Van onze redactie

Per brief van 7 oktober 2005 hadden de eden aI een keer aangegeven de deelname aan de begeleidingsgroep CES Moerdijkse Hoek te beëindigen. Naar aanleiding van die brief heeft op 1 november 2005 een gesprek plaatsgevonden tussen de gedeputeerde Onno Hoes en een groot deel van de begeleidingscommissie. In dat overleg is na de bespreking van diverse irritaties in bet proces rond de opstelling van de Gezondheid Effect Screening (GES) bekeken onder welke condities de gehele begeleidingsgroep bereid zou zijn de begeleiding van de opstelling van het GES-rapport tot een goed einde te brengen.

Inspanningen
Op grond van een aantal toezeggingen van de gedeputeerde ten aanzien van de verwerking, dan wel beantwoording van de door de begeleidingsgroep geleverde inhoudelijke op- en aanmerkingen, is door de ondergetekenden toen besloten af te zien van beëindiging van de deelname aan begeleidingsgroep. Sindsdien zijn tal van vragen beantwoord en toezeggingen nagekomen.
Desalniettemin komen wij tot onze spijt wederom tot de conclusie dat de gevolgde werkwijze geen recta doet aan de inspanningen die door ons zijn gepleegd‘, schrijft de groep thans aan het provinciebestuur

Wisselwerking
Men kan zich namelijk niet vinden in bet eindresultaat en de daarin getrokken conclusies van het recent uitgekomen GES-rapport.

Ook de gevolgde werkwijze voor wat betreft de wisselwerking, die heeft plaatsgevonden tussen de GES en de MER (milieueffect rapportage -red.), acht men zeer ondoorzichtig. Te meer daar de begeleidingsgroep tot op heden geen kennis heeft kunnen nemen van de resultaten van de MER-studie.
Verslechtering
Daarbij blijft de groep van mening, dat deze wisselwerking niet op zijn plaats is. ‘ De GES dient ons inziens inzicht te geven in de mogelijke effecten van gezondheidsbelasting. Is sprake van een verslechtering, dan dient gezocht te worden naar mogelijke oplossingen ‘, vervolgt de brief. Daarom wordt gesuggereerd; “Bepaal het verschil in score tussen nulsituatie en ontwerpfase, in welke gebieden een verslechtering van de gezondheid ontstaat en welke maatregel de verslechtering van de gezondheid teniet kan doen.’

Communiceren
Dit laatste kan dus zowel een aanpassing van de woningen (met als uiterste sloop) als een aanpassing van de bedrijvigheid op het industrieterrein zijn (met als uiterste weglaten industrieterrein). Mede omdat over deze zaken nauwelijks met de bevolking is gecommuniceerd kan de begeleidingsgroep de in de voorliggende GES-rapporten geformuleerde conclusies niet onderschrijven, maar blijft wel bereid over dit onderwerp met het college van gedeputeerde staten gedachten te wisselen.

Weekbericht Provincie Brabant nr. 36: Plan van aanpak luchtkwaliteit

Er komt een plan om de luchtkwaliteit in Brabant te verbeteren. Dit plan moet gebaseerd zijn op werkbare regelgeving, effectieve bronmaatregelen en daarvoor zal de provincie samen met andere provincies en maatschappelijke instellingen stappen richting Den Haag en Brussel nemen.
Dat hebben Gedeputeerde Staten besloten naar aanleiding van een aantal dossiers over de luchtkwaliteit. Centraal in de aanpak staan de volksgezondheidsaspecten. Er is behoefte aan nauwkeuriger meetgegevens.
Uit de rapportage luchtkwaliteit 2004 blijkt dat de kwaliteit van de lucht in Brabant is verbeterd. Aan de meeste Europese normen voor de luchtkwaliteit wordt voldaan (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood). Hoewel ook de stikstofdioxide- en fijnstofconcentraties zijn gedaald, worden de normen voor deze stoffen nog steeds op veel locaties in Brabant overschreden. Uit gegevens van de gemeenten blijkt dat in 33 gemeenten de stikstofdioxide-norm wordt overschreden.

Artikel BN/De Stem: GGD-arts: de GES zegt veel en niets

Door Frank Timmers
Henk Jans
Donderdag 20 oktober 2005 – Henk Jans is milieu-arts van het Bureau Medische Milieukunde van de GGD’en in Noord-Brabant en Zeeland. Hij is een expert op het gebied van gezondheidseffecten van industriegebieden op de omgeving.
Vanwege zijn kennis is hij ook betrokken bij de Gezondheids Effect Screening (GES). Deze dreigt omstreden te raken omdat diverse leden uit de begeleidende commissie zijn gestapt uit onvrede over de manier waarop de provincie naar hun mening met hun inbreng omging. De boze leden, onder wie de gemeente Moerdijk en namens haar ook een milieugezondheidkundig medewerker van de GGD-arts, voelden zich niet serieus genomen.
De Gezondheids Effect Screening (GES) van industrieterrein Moerdijk heeft niet tot verrassende conclusies geleid. Dat zegt milieu-arts Henk Jans van de GGD over het rekenkundig onderzoek naar de effecten van de industrie op de gezondheid van de omwonenden.
De GES is nagenoeg klaar. Een paar onderzoeken moeten nog worden afgerond en dan gaat het rapport in december naar Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Die heeft de GES laten uitvoeren om er zeker van te zijn dat alles is onderzocht in de aanloop naar de Moerdijkse Hoek.
Berekend zijn de gezondheidsgevolgen van bijvoorbeeld de uitstoot van stoffen als ethyleenoxyde en benzeen, de hoeveelheid fijnstof in de lucht en de geluidsproductie van de industrie en het wegverkeer.
De GES is een nulmeting. Dat wil zeggen dat de huidige situatie is omschreven. Gekeken is in welke mate mensen worden blootgesteld aan verschillende bronnen en wat de landelijk afgesproken normen daarvan zijn. De onder- of overschrijding van deze normen geven een beeld van de mogelijke gezondheidsrisico’s.
Met extra industrie in de Moerdijkse Hoek erbij, kunnen die plaatjes er heel anders uit komen te zien. Jans: ‘Hoewel dat valt te bezien. De GES hanteert namelijk een schaal met een aantal scores, oplopend van nul tot zes of hoger. Als nu binnen een bepaalde bron de belasting met bijvoorbeeld enkele microgrammen zou toenemen, kan de GES-score toch nog dezelfde blijven als gevolg van de bandbreedte van de gehanteerde GES-score. Zo wordt het verschil niet zichtbaar.“
Betrouwbaarheid
Daarnaast kan er volgens de deskundige getwijfeld worden aan de betrouwbaarheid van de gebruikte cijfers. Jans: ‘Deze zijn vooral afkomstig van de vergunningen die lokaal en provinciaal verleend zijn. Belangrijk is te weten hoe betrouwbaar en up-to date deze cijfers zijn, want ze kunnen de uitkomsten sterk beïnvloeden. Hoe groter de mate van onzekerheid in deze cijfers, des te grotere ook de onzekerheid in de GES-scores.“ De voorlopige resultaten geven al met al geen aanleiding tot directe verontrusting. Al zitten de gehalten fijnstof wel aan de bovengrens van het maximaal toelaatbare. Jans: ‘Dit geldt echter voor heel Zuid-West-Nederland. Bodemstof, zeezout, bouwstof en bronnen uit het buitenland leveren bij voorbaat een hoge achtergrondconcentratie op. Moerdijk I draagt daar zelf nauwelijks nog iets aan bij. Voor plaatsen als Terneuzen is dat heel anders. Door de overslag van cokes is daar wel een piek zichtbaar boven de industrie“, aldus Jans. Hij beveelt wel aan om bij de eventuele komst van een kippenmestcentrale in Moerdijk de gevolgen voor het fijnstof goed door te rekenen.
De lucht in Moerdijk is verder niet zo vervuild. Alleen boven Shell slaat de meter wat verder uit. Jans: ‘Dat blijft op het terrein. Voor wie daar werkt, heeft Shell in bescherming voorzien. Bovendien blijft het risico binnen de norm.“ Opvallend in het onderzoek is de hoeveelheid geur die vrijkomt door de landbouw, naast Moerdijk I. De geur van de industrie valt volgens de milieu-arts volledig weg door de geur van de landbouw in de directe omgeving van het industrieterrein.
De GES is als instrument niet bedoeld de gezondheid van de omwonenden in kaart te brengen. Daarvoor hebben de gemeenten Moerdijk en Drimmelen een aparte opdracht gegeven aan de GGD. De GES heeft voor Jans bevestigd wat hij al wist over wat er in de lucht hangt. ‘Veel omwonenden denken van begin af aan negatief over het industrieterrein. Shell werd als gigant heel dicht bij de kern van Klundert gebouwd. Er stortte bij Roode Vaart een vliegtuig neer. Meer recent zijn de incidenten met het fakkelen van Shell. Gebeurtenissen die de onrust en bezorgdheid bij de bevolking alleen maar hebben versterkt. Daarnaast bestaat er wantrouwen tegenover de politiek. Die moet de burger sussen, maar heeft ook economische belangen. Omwonenden hebben al jaren het gevoel dat het met hun gezondheid niet goed zit.“ Jans meent dat met harde objectieve cijfers dit gevoel niet is te doorbreken en dat die niet zullen leiden tot meer vertrouwen.
‘Belangrijker is zoveel mogelijk open en eerlijk te communiceren, zeker ook als het gaat om gezondheid. De bevolking beleeft die anders dan de politici vaak denken.“ De communicatie zal ook een rol spelen bij de uiteindelijke presentatie van de GES. Tot nog toe verlaten de resultaten slechts druppelsgewijs het provinciehuis. Jans: ‘Het vooral technische rapport is voor zestig, zeventig procent van de bevolking niet te lezen. Er moet dus zeker een versie komen in eenvoudig begrijpbare taal, wil je de beeldvorming van de eigen gezondheid gezondheid in relatie tot de woon- en leefomgeving veranderen.“