Tagarchief: Milieudefensie en BMF

Milieudefensie: Brief aan Raad Moerdijk over LPM

Gemeenteraad van Moerdijk
T.a.v. de commissie Bestuur en Middelen
Postbus 4
4760 AA Zevenbergen

Betreft: Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk

Amsterdam, 19 juni 2009

Geachte leden van de gemeenteraad van Moerdijk,

Op 24 juli bespreekt u de ‘Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk’ in de commissie Bestuur en Middelen. In de bestuursovereenkomst is de ontwikkeling van
leefbaarheidsprojecten gekoppeld aan economische ambities. Milieudefensie beoordeelt de wenselijkheid en noodzaak van de projecten afzonderlijk. In dat licht wil Milieudefensie een aantal overwegingen omtrent de gebiedsontwikkeling bij u onder de aandacht brengen.

1.Milieuwinst niet aangetoond

Op 29 juni 2006 heeft u middels het aannemen van een motie het College van Burgemeester en Wethouders de ruimte gegeven om “te laten onderzoeken of er voor de gemeente als totaal winst en dan met name milieuwinst valt te behalen indien aan [de vestiging van een multimodaal logistiek centrum] een pakket aan compenserende maatregelen wordt verbonden dat tegemoet komt aan de ontwikkelingswensen die bij de gemeente leven’.
Uit onderzoek van Wageningen Universiteit (Wetenschapswinkel) in opdracht van de SBBM
(Moerdijk Milieuwinst Mogelijk?, mei 2009) blijkt dat er vooralsnog geen milieuwinst is te verwachten. Weliswaar heeft de totale gebiedsontwikkeling een positief effect op de leefbaarheid, maar van milieuwinst is geen sprake. De uitplaatsing van bedrijven leidt slechts tot verplaatsing van schadelijke milieu-effecten en de milieukwaliteit verslechtert door de toename van de verkeersbewegingen.

2. LPM is een slecht idee

Uit onderzoek van OTB (TU Delft) in opdracht van Milieudefensie blijkt dat nut en noodzaak van het LPM niet is aangetoond (Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk, maart 2008). De behoefteramingen waar de provincie vanuit gaat zijn veel te hoog, en zelfs bij die hoge behoefte-ramingen is er nog voldoende plaats op alternatieve locaties waaronder het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk.
Milieudefensie is teleurgesteld dat niet de moeite is genomen om te onderzoeken hoe de doelgroep voor LPM kan worden ondergebracht op het bestaande terrein.
De ontwikkeling van het LPM staat haaks op het rijksbeleid. Conform de SER-ladder moet eerst de bestaande ruimte worden benut en worden gezocht naar mogelijkheden voor intensiever en meervoudig ruimtegebruik alvorens nieuwe uitleg mogelijk wordt gemaakt. In Moerdijk dreigt de omgekeerde situatie: het LPM mogelijk wordt mogelijk gemaakt voordat de de ruimte op het bestaande terrein is benut en geïntensiveerd. De oppervlakte op het bestaande terrein is zelfs groter dan het hele nieuwe terrein.

3. Herstructurering onvoldoende prioriteit

In de Bestuursovereenkomst wordt alleen zijdelings gesproken over herstructurering van het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk. In feite wordt het gedelegeerd aan het Havenschap Moerdijk en spreken provincie en gemeente alleen af zich ervoor in te spannen. Er zijn geen financiën vrijgemaakt voor herstructurering, terwijl een rondrit op het bestaande terrein aantoont dat er veel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het terrein.
De inzet bij het opstellen van de Gebiedsvisie Moerdijk- Oost was om de ruimtevraag voor het toen geplande bedrijven-terrein Moerdijkse Hoek op alternatieve locaties in te vullen. In de bestuursovereenkomst komt deze ambitie niet terug. Weliswaar is het LPM fors kleiner dan Moerdijkse Hoek, maar van eerst invullen op bestaande locaties daarna pas een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen is geen sprake.
Integendeel, doordat de opbrengsten van LPM nodig zijn voor de financiering van de leefbaarheidsprojecten (ontwikkeling Noordrand Zevenbergen en Waterfront Moerdijk), wordt het Park vooral een middel om de begroting te dekken en is snelle ontwikkeling in dat opzicht aantrekkelijk.

4. Belang van de leefbaarheidsprojecten

Milieudefensie constateert dat een groot aantal van de leefbaarheids-projecten gerealiseerd kunnen worden zonder de opbrengsten van het Logistiek Park Moerdijk. Als de politieke wil bij rijk en provincie aanwezig zou zijn, is zelfs de ontwikkeling van de noordrand van Zevenbergen binnen handbereik.

Oproep

Milieudefensie constateert dat de Bestuursovereenkomst niet rijp is voor besluitvorming overeenkomstig de door de gemeenteraad gestelde kaders. Het rapport van de
Wetenschapswinkel (Wageningen UR) concludeert: “Er is geen sprake van milieuwinst door het verplaatsen van bedrijven omdat zowel de totale uitstoot van de bedrijven als de hoeveelheid transportbewegingen niet verandert, maar wordt verplaatst. [ ] Er is geen toetsingskader bekend om op verschillende locaties en schaalniveaus alle effecten van alle plannen samen te wegen.‘
Milieudefensie roept u daarom op:
– de besluitvorming over de Bestuursovereenkomst uit te
stellen,
– de milieu- en leefbaarheidseffecten van alle projecten
uit de Bestuursovereenkomst in
beeld te brengen en met elkaar in verband te brengen.
– te onderzoeken of de verbetering van de leefbaarheid ook
op alternatieve wijze kan worden bereikt.

Hoogachtend,

Klaas Breunissen

campagneleider ruimte en landschap

Milieudefensie:Brief aan P.S. over aanleg LPM

Provinciale Staten van Noord-Brabant
T.a.v. Statencommissies RM en EMG
Postbus 90151
5200 MC ‘s-Hertogenbosch

Betreft: Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk

Amsterdam, 17 juni 2009

Geachte leden van Provinciale Staten,

Op 19 juli bespreekt u de ‘Bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk’ in de commissie Ruimte en Milieu. In de Bestuursovereenkomst is de ontwikkeling van leefbaarheidsprojecten gekoppeld aan economische ambities.
Milieudefensie beoordeelt de wenselijkheid en noodzaak van de projecten afzonderlijk. In dat licht wil Milieudefensie een aantal overwegingen omtrent de ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk (LPM) bij u onder de aandacht brengen.

1. Nut en noodzaak van LPM niet aangetoond.

Onderzoeksbureau OTB (TU Delft) heeft vorig jaar in opdracht van Milieudefensie het rapport ‘Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk’ uitgebracht waaruit blijkt dat nut en noodzaak van het LPM niet is aangetoond. OTB constateert dat de behoefteramingen in Moerdijk veel hoger zijn dan het Transatlantic Market Scenario, dat rijksbeleid is. De recente economische ontwikkelingen zijn zeker geen aanleiding om daar een schepje bovenop te doen.
Zelfs als wordt uit gegaan van de te hoge ramingen van de provincie (DHV, 2006) constateert OTB dat het Logistiek Park Moerdijk kwantitatief onnodig is omdat er nog
genoeg ruimte op het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk is. In de discussie die daarop volgde werd vooral betwijfeld of de ruimtevraag ook kwalitatief op het bestaande terrein te realiseren zou zijn. Milieudefensie heeft erop aangedrongen te onderzoeken hoe dat mogelijk zou zijn. Tot op heden ontbreekt dat onderzoek.
Bovendien zijn de locaties Roode Vaart en station Lage Zwaluwe niet onderzocht als alternatieve locatie om de ruimtevraag voor logistieke bedrijvigheid te accommoderen.

2. Herstructurering krijgt geen prioriteit

In de Bestuursovereenkomst wordt alleen zijdelings gesproken over herstructurering van het bestaande haven- en industrieterrein Moerdijk. In feite wordt de herstructurering gedelegeerd aan het Havenschap Moerdijk en spreken provincie en gemeente alleen af zich ervoor in te spannen. Er zijn geen financiën vrijgemaakt voor herstructurering, terwijl een rondrit op het bestaande terrein aantoont dat er veel oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van het terrein.
De inzet bij het opstellen van de Gebiedsvisie Moerdijk-Oost was om de ruimtevraag die nodig is voor bedrijventerrein Moerdijkse Hoek op alternatieve locaties in te vullen. In de Bestuursovereenkomst vinden we weinig van deze ambitie terug. Weliswaar is het LPM fors kleiner dan Moerdijkse Hoek, maar van eerst invullen op bestaande locaties daarna pas een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen is geen sprake.
Het is onverantwoord dat de provincie wél 12,6 miljoen euro uittrekt voor een nieuw
(onnodig) bedrijventerrein, en geen geld uittrekt voor de herstructurering van bestaande terreinen.

3. Provincie gaat in tegen landelijk beleid

Het rijksbeleid voor bedrijventerreinen schrijft toepassing van de SER-ladder voor.
Conform de SER-ladder moet eerst de bestaande ruimte worden benut en worden gezocht naar mogelijkheden voor intensiever en meervoudig ruimtegebruik alvorens nieuwe uitleg mogelijk wordt gemaakt. In Moerdijk dreigt de omgekeerde situatie: het LPM mogelijk wordt mogelijk gemaakt vóórdat de ruimte op het bestaande terrein is benut en geïntensiveerd. De nog beschikbare oppervlakte op het bestaande terrein is zelfs groter dan het hele nieuwe terrein. Daarbij worden de locaties Roode Vaart en bij station Lage Zwaluwe nog buiten beschouwing gelaten.
De Commissie-Noordanus (Kansen voor Kwaliteit, september 2008) adviseerde greenfeeld- en brownfieldontwikkeling aan elkaar te koppelen mits de noodzaak voor nieuwe terreinen is aangetoond. In Moerdijk zien we niets van dat alles terug. Nog even los van het feit dat de noodzaak niet is aangetoond, worden de opbrengsten van LPM ook niet geïnvesteerd in de herstructurering van het bestaande terrein.

Oproep
Milieudefensie roept u op om niet in te stemmen met de bestuursovereenkomst omdat:
– nut en noodzaak van het bedrijventerrein niet zijn
aangetoond,
– er geen geld wordt vrijgemaakt voor herstructurering van
het bestaande bedrijventerrein,
– de keuzes in Moerdijk zich slecht verhouden tot het
rijksbeleid.
– aanleg van het LPM leidt tot onnodige aantasting van
waardevol agrarisch cultuurlandschap.
De omstreden ontwikkeling van LPM en de beperkte aandacht voor herstructurering maken het onverantwoord om met het totaalpakket van de Bestuursovereenkomst in te stemmen.

Hoogachtend,

Klaas Breunissen
campagneleider ruimte en landschap

Artikel BN/DeStem:’Oude terreinen verbeteren’

door Mariëtte den Engelse.

ZEVENBERGEN – Milieudefensie is verbijsterd over de 37,2 miljoen die het rijk en de provincie Noord-Brabant betalen voor de aanleg van het Logistiek Park in de oksel van de A16 en de A17. “Het is onbegrijpelijk dat er zoveel overheidsgeld gaat naar een nieuw industrieterrein.
Landelijk is afgesproken dat er geld gestopt moet worden in het verbeteren van verouderde industrieterreinen. Het ontwikkelen van het Logistiek Park staat daar haaks op”, zegt Klaas Breunissen van Milieudefensie.

Provincie en gemeente hebben eerder deze week laten weten dat de ontwikkeling van het Logistiek Park financieel haalbaar is. “We zullen dat onderzoek grondig bestuderen en Provinciale Staten en de gemeenteraad met een brief waarschuwen voordat ze een besluit nemen”, stelt Breunissen.

Milieudefensie vindt de komst van een Logistiek Park onnodig. Er zou genoeg ruimte zijn op industrieterrein Moerdijk als daar de gronden beter verdeeld worden.

De milieu-organisatie weet dat met de vele miljoenen ook een aantal projecten worden gefinancierd die de leefbaarheid in de gemeente moeten vergroten. Het uitkopen van chemiebedrijf Caldic is daar een voorbeeld van.

“Door veel geld uit de kast te trekken proberen provincie en rijk de gemeente over de streep te trekken om mee te werken aan het Logistiek Park”, oordeelt Breunissen.

Voorzitter Wim Rijnart van Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk (SBBM) deelt die mening. “Het is in de geest van deze tijd om hinderlijke bedrijven te verplaatsen en een rondweg aan te leggen als dat noodzakelijk is. Dat hoeft niet gekoppeld te worden aan een logistiek park.”

SBBM vindt evenals Milieudefensie dat er nog voldoende ruimte is voor bedrijven op industrieterrein Moerdijk. “En de verschillende overheden hebben nog niet aangetoond dat wij daar geen gelijk in hebben. Laten we dat industrieterrein eerst goed invullen voordat we iets nieuws bouwen”, zegt Rijnart.

SBBM zet ook grote vraagtekens bij de verwachte milieuwinst van een logistiek park. De stichting heeft wetenschappers van de Universiteit van Wageningen daarom onderzoek laten doen naar de effecten op milieu en leefbaarheid bij de komst van een logistiek bedrijventerrein. “Toename van vrachtverkeer en uitstoot van gassen zorgt juist voor een aanslag op het milieu.” De leefbaarheid gaat er wel op vooruit maar het staat in schril contrast met het milieuverlies meent SBBM.

Het rapport met de titel Moerdijk Milieuwinst Mogelijk? is naar de gemeenteraad gestuurd die op 16 juli besluit over het al dan niet realiseren van het Logistiek Park.

Milieudefensie/SBBM: Aan de leden van de leden van de Tweede Kamercommissies VROM en EZ

Geachte kamerleden,
Milieudefensie en de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk vragen uw aandacht voor de voorgenomen besluitvorming over het nieuwe bedrijventerrein Logistiek Park Moerdijk (LPM). Aan het einde van dit kalenderjaar zijn de haalbaarheidsstudies naar het LPM gereed en zal nadere
besluitvorming plaatsvinden, onder meer over de betrokkenheid van het rijk bij het project.
Aanleg van het LPM is volgens ondergetekenden strijdig met het rijksbeleid inzake bedrijventerreinen dat uitgaat van gematigde behoefteramingen en toepassing van de SER-ladder. Immers, op het bestaande bedrijventerrein in Moerdijk zijn nog honderden hectaren beschikbaar; aanleg van een
nieuw bedrijventerrein in Moerdijk is dan ook niet te rechtvaardigen.

Betrokkenheid rijk
Het rijk participeert in de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk (150 hectare). Vorig jaar hebben de
ministers Van der Hoeven en Cramer namens het rijk samen met provincie en gemeente een intentieovereenkomst ondertekend waarin is vastgelegd welke (financiële) bijdrage door de partijen aan de realisatie van het LPM en de daaraan gekoppelde gebiedsontwikkeling Moerdijk wordt
geleverd. De intentieovereenkomst loopt 31 december 2008 af en het is de bedoeling dat voor die tijd een bestuurs- en exploitatieovereenkomst wordt gesloten nadat de financiële haalbaarheid is vastgesteld.
De bijdrage van het rijk is tweeledig. Het rijk is van plan 12 miljoen euro te investeren in de aanleg van
het logistiek park. Daarnaast wil zij de grond (die grotendeels in haar eigendom is) tegen agrarische
prijs aan de projectorganisatie verkopen.

LPM niet nodig
Ondergetekenden zijn van mening dat het LPM niet nodig is. Dat is dit jaar nog eens bevestigd door twee studies: het rapport “Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk‘ door dr. Erik Louw en drs. Rob Konings van OTB (TU Delft) en de inventarisatie van Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk en
Stichting Hart van Moerdijk “Moerdijk 1, the place to be’. In de bijlage treft u een overzichtskaart uit deze tweede rapportage aan, waarop de leegstand op het bestaande haven- en industrieterrein in beeld is gebracht.
Het onderzoek van OTB heeft uitgewezen dat het LPM niet nodig is om de ruimtebehoefte tot 2025
op te vangen. Volgens de onderzoekers kan de ruimtebehoefte worden opgevangen op de beschikbare kavels (254 hectaren in 2006) op het bestaande haven- en industrieterrein. Dit onderzoek kunt u downloaden via de website van Milieudefensie (www.milieudefensie.nl/ruimte/publicaties).
In aanvulling daarop heeft een nauwkeurige inventarisatie van Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk en Stichting Hart van Moerdijk uitgewezen dat er 427 hectare braak ligt en nog vele hectaren beschikbaar kunnen worden gemaakt door herstructurering. Volgens de bewonersgroepen is slechts
een derde van de 2600 hectaren daadwerkelijk in gebruik als bedrijfsgrond.
Beide rapporten onderbouwen op eigen wijze dat het LPM niet nodig is om de ruimtebehoefte in Moerdijk op te vangen. Ook op lange termijn is het gebruik van de braakliggende hectaren op het bestaande terrein een verstandige oplossing. Het CPB-scenario Transatlantic Market – het scenario dat de regering hanteert om de economische groei te voorspellen – geeft aan dat na 2020 de vraag naar
bedrijventerreinen sterk afneemt. Die afname geldt in versterkte mate voor de categorie bedrijven
waarvoor de ruimte op het bestaande bedrijventerrein wordt gereserveerd: chemie en procesindustrie.
De grote groei is al lang uit deze sectoren. De extra ruimte die Shell voor uitbreiding nodig dacht te
hebben, ligt zelfs al sinds de jaren zeventig braak. De reservering voor uitbreiding van deze sectoren in
de toekomst is daarmee niet te verantwoorden.
Rijksbeleid
Het parlement onderschrijft het beleid dat is vastgelegd in de Agenda Bedrijventerreinen: gebruik van behoefteramingen die zijn gebaseerd op een realistisch economisch groeiscenario (Transatlantic Market) en toepassing van de SER-ladder bij de planning van bedrijventerreinen. De SER-ladder schrijft intensief gebruik en herstructurering van de bestaande bedrijventerreinen voor, voordat nieuwe
terreinen worden aangelegd. Het advies van de Taskforce Herstructurering Bedrijventerreinen o.l.v. de heer Noordanus heeft in aanvulling daarop gesteld dat de provincie erop toe moet zien dat de gemeentes samenwerken, dat de herstructurering van de grond komt en dat er geen nieuwe overbodige bedrijventerreinen worden
aangelegd.
De behoefteraming waar de provincie Noord-Brabant zich op baseert is volgens OTB zeer optimistisch
ten opzichte van een strikte doorrekening van het Transatlantic Market scenario. De provincie Noord-
Brabant blijft in Moerdijk bovendien in gebreke als het gaat om toepassing van de SER-ladder en daarmee het opvolgen van de aanbevelingen van de Taskforce Herstructurering Bedrijventerreinen.

Oproep aan de Tweede kamer
1. Om geloofwaardig te blijven, moet het Rijk zich aan haar eigen beleid houden.
Milieudefensie en Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk vinden dat het rijk zich ongeloofwaardig
maakt door provincies en gemeentes te vragen zich aan haar richtlijnen te houden, terwijl zij zelf
meewerkt aan een project dat niet aan die richtlijnen voldoet.
2. Voorkom dat het Logistiek Park Moerdijk wordt aangelegd.
Aanleg van het LPM is is strijd met het rijksbeleid omdat de SER-ladder en een realistische behoefteraming (Transatlantic Market Scenario) in onvoldoende mate in de planvorming zijn betrokken. Wij vragen u dringend om te voorkomen dat het rijk meewerkt aan de ontwikkeling van het
LPM en om de Provincie Noord-Brabant op andere gedachten te brengen.
3. Spendeer de rijksbijdrage van 12 miljoen euro aan herstructurering. Milieudefensie en de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk zijn ervan overtuigd dat de beoogde
rijksbijdrage van 12 miljoen euro aan het LPM niet goed besteed is omdat er in feite de leegstand in
de toekomst mee wordt gefinancierd. Het is een veel beter idee om die 12 miljoen te investeren in het
beschikbaar maken van ruimte op het bestaande terrein.

Hoogachtend,
Wim Rijnart
Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk

Klaas Breunissen
Vereniging Milieudefensie
voorzitter campagneleider ruimte en landschap

Artikel Milieudefensie. De tijd van praten is voorbij

Aanbeveling Herstructureringfonds terecht overgenomen door Noordanus
Milieudefensie: “De tijd van praten is voorbij‘

Amsterdam, 9 september 2008 — Milieudefensie roept regering en parlement op snel aan de slag met het advies van de commissie Noordanus en de herstructurering van bedrijventerreinen. “De tijd van praten en
mooie woorden is voorbij, we willen nu concrete daden zien‘, aldus campagneleider ruimte en landschap Klaas Breunissen. Milieudefensie is blij dat de Taskforce (Her)ontwikkeling Bedrijventerreinen onder leiding
van Peter Noordanus – in navolging van Milieudefensie – in zijn rapport pleit voor de oprichting van een Herstructureringsfonds.

Het rijk moet niet langer zijn tijd verdoen met vrijblijvende afspraken met provincies en gemeenten, maar heldere richtlijnen opstellen voor de decentrale overheden, vindt Milieudefensie. De lagere overheden moeten
worden verplicht de SER-ladder toe te passen: eerst de bestaande bedrijventerreinen beter benutten voordat ze overgaan tot de aanleg van nieuwe, en lagere behoefteramingen gebruiken. Gemeenten moeten, zoals de
commissie Noordanus schrijft, samenwerken aan zowel de planning en de financiering van herstructurering als de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen.

Breunissen: “Het is cruciaal dat een einde wordt gemaakt aan het huidige overaanbod van bedrijventerreinen, waardoor de herstructurering van bestaande terreinen niet van de grond komt. Het is jammer dat de commissie Noordanus geen rijkstaak ziet weg gelegd om de provincies te
verplichten tot lagere behoefteramingen.‘

Zelf moet het rijk het goede voorbeeld geven. Zij moet haar medewerking stopzetten aan de geplande aanleg van het Logistiek Park Moerdijk. Dat nieuwe bedrijventerrein is helemaal niet nodig omdat op het bestaande
bedrijventerrein in Moerdijk nog honderden hectares ongebruikt beschikbaar zijn.

Om de veroudering van bestaande bedrijventerreinen tegen te gaan pleit Milieudefensie naast de door de commissie Noordanus voorgestelde maatregelen voor de introductie van een leegstandsheffing. Die moet ervoor te zorgen dat kavels met verouderde bedrijfspanden snel weer in gebruik komen.

Artikel blad Cobouw: Moerdijk testcase voor Den Haag

KLAAS BREUNISSEN, CAMPAGNELEIDER RUIMTE EN LANDSCHAP MILIEUDEFENSIE

De provincie Noord-Brabant wil in strijd met het regeringsbeleid in Moerdijk een
nieuw be-drijventerrein van 150 hectare aanleggen. Klaas Breunissen vraagt zich
namens Milieudefensie af of Den Haag deze zuidelijke provincie terugfluit. Moerdijk is de ultieme testcase als het gaat om het bedrijventerreinenbeleid van onze regering.
De politici in Den Haag kunnen het zo mooi zeggen. We moeten zuinig omgaan met de
open groene ruimte. Niet onnodig nieuwe bedrijventerreinen aanleggen, maar eerst de
bestaande en verouderde terreinen herstructureren en intensiever gebruiken. Geen
overdreven hoge behoefteramingen maken. En zij manen de provincies en gemeenten om toch vooral de SER-ladder te hanteren.
Ruimtebehoefte
De SER-ladder is Haags jargon voor een procedure om zuinig ruimtegebruik te bevorderen.
Denk je dat er behoefte is aan nieuwe bedrijfsruimte, dan kijk je eerst of je de ruimte op
bestaande bedrijventerreinen beter en intensiever kunt benutten. Pas als er daarna nog
steeds sprake is van ruimtebehoefte, mag je besluiten om landschap op te offeren voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein. De ladder is in 1999 bedacht door de Sociaal-Economische Raad, hét adviesorgaan van de regering. De ministers Van der Hoeven(economische zaken) en Cramer (ruimtelijke ordening) hebben onlangs hun Agenda
Bedrijventerreinen naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin spreken zij zich uit tegen onnodige landschapsaantasting en voor het hanteren van de SER-ladder door de lagere
overheden. Daarover gaan zij met de provincies afspraken maken. Mooie woorden, die ook de Tweede Kamer heeft onderschreven. En dan nu de praktijk. De provincie Noord-Brabant wil in de gemeente Moerdijk een nieuw bedrijventerrein van 150 hectare netto aanleggen: het Logistiek Park Moerdijk (LPM). Terwijl er in diezelfde gemeente al een bedrijventerrein van 2500 hectare is, waarop nog plek genoeg is om de behoefte aan 150 hectare logistiek terrein te accommoderen. Dat is de afgelopen maanden aangetoond door een rapport van de Technische Universiteit Delft. Met cijfers over vraag en aanbod wordt de overbodigheid van LPM glashelder aangetoond. Nog overtuigender is wellicht het rapport dat twee bewonersgroepen uit Moerdijk hebben gemaakt. Die hebben alle percelen in kaart gebracht die nu nog leegstaan of alleen als opslag worden gebruikt. Oók berekenden de bewoners de ruimtewinst die bij Moerdijk geboekt zou kunnen worden door infrastructurele aanpassingen. Onontkoombare conclusie: Als je de SER-ladder toepast, is het LPM niet nodig.
Beloofd
Provinciale Staten van Noord-Brabant beslissen op 27 juni over het LPM. Ondertussen blijft het in Den Haag verbazend stil. Geen parlementariër die de regering oproept om ervoor te zorgen dat ook de provincie Noord-Brabant zich aan de SER-ladder houdt. Sterker nog: De regering heeft vorig jaar aan de provincie beloofd actief mee te werken aan de aanleg van het LPM. Onder andere financieel, door 12 miljoen euro bij te dragen en de benodigde grond, die rijksbezit is, tegen agrarische waarde ter beschikking te stellen.
De vraag is waarom in Moerdijk de SER-ladder niet wordt toegepast? Het gaat tegen het regeringsbeleid in om het stoere landschap van West-Brabant op te offeren aan een bedrijventerrein waar gegarandeerd veel leegstand zal zijn. Schrikt de regering terug voor de consequenties van haar eigen beleid?
Praktijktoets
Milieudefensie beschouwt ‘Moerdijk’ als testcase voor Den Haag. Een praktijktoets of de
mooie Haagse woorden over zorgvuldig ruimtegebruik, herstructurering en SER-ladder
worden omgezet in daden. We hopen van harte dat de regering slaagt voor deze toet

Milieudefensie: Milieudefensie demonstreert tegen Logistiek Park Moerdijk en Agro & Food Cluster Noord-Brabant

Amsterdam, 25 juni 2008 — Vrijdagmorgen 27 juni protesteren Milieudefensie en lokale bewonersgroepen bij het Brabantse provinciehuis in Den Bosch tegen de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen in Moerdijk en Dinteloord. Zij roepen de statenleden op die beide plannen te schrappen en de Blokpolder in Moerdijk en de Oude Prinslandse Polder tussen Dinteloord en Stampersgrat open en groen te houden. Beide plannen zijn onderdeel van de besluitvorming door Provinciale Staten die dag over de Interim-Structuurvisie.

Milieudefensie en de bewonersgroepen Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk, Hart van Moerdijk, Glashard Nee! en Behoud Open Polders voerde op 23 mei ook al actie bij het provinciehuis tegen de plannen voor Logistiek Park Moerdijk en het Agro & Food Cluster West-Brabant. Onder de ogen van de leden van Provinciale Staten gooiden bewonersgroepen toen een ‘muur van ellende’ omver. Die muur symboliseerde de aantasting van de leefbaarheid van de bewoners die beide projecten tot gevolg hebben. Provinciale Staten stelden de besluitvorming om procedurele redenen uit. Bij de ingang van het provinciehuis herinneren Milieudefensie en de lokale bewonersgroepen de Statenleden aan die actie door een Open Brief daarover uit te delen.

Volgens Milieudefensie en de bewonersgroepen zijn beide bouwplannen onnnodig en onwenselijk. Aanleg van het nieuwe Logistiek Park Moerdijk van 150 hectare is volstrekt overbodig omdat op het bestaande bedrijvneterrein in Moerdijk voldoende ruimte is om aam de ruimtevraag van bedrijven te voldoen. Aanleg van een nieuwe glastuinbouwlocatie in de Oude Prinslandse Polder is ongewenst omdat dat leidt tot onnodige uitbreiding van de landschapsvervuilende en energieverspillende glastuinbouw.

Wat: leden van Milieudefensie en bewonersgroepen delen Open Brieven uit aan statenleden
Wanneer: vrijdagmorgen 27 juni 2008 tussen 9.00 en 9.30 uur
Waar: voor de ingang van provinciehuis, Brabantlaan 1, Den Bosch

Milieudefensie: Spaar het landschap, recycle de ruimte Schrap de plannen voor AFC en LPM!

Amsterdam/ Den Bosch, 27 juni 2008

Geachte leden van Provinciale Staten,

Vandaag besluit u in het kader van de Interimstructuurvisie over het Logistiek Park Moerdijk en het Agro & Food Cluster West-Brabant. Wij vragen u om deze plannen af te wijzen en de Oude Prinsenlandse polder en de Blokpolder open en groen te houden.

De aanleg van het Logistiek Park Moerdijk is onnodig en ongewenst. Nut en noodzaak van het bedrijventerrein zijn niet aangetoond. Dat blijkt ook uit de recent verschenen rapporten ´Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk´ van onderzoeksbureau OTB (TU Delft) in opdracht van Milieudefensie en ‘Moerdijk 1, the place to be’ van de lokale groepen ‘Hart van Moerdijk’ en ‘Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk’.
Op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk is de komende vijftien jaar nog voldoende ruimte voor bedrijven om zich te vestigen en te groeien. Het is daarom niet nodig dat de agrarisch waardevolle Blokpolder wordt opgeofferd.

Bij de ontwikkeling van het Agro & Food Cluster tussen Dinteloord en Stampersgat gaat meer dan 500 hectare open groene ruimte verloren. Bedrijventerrein en kassen dreigen hiervoor in de plaats te komen. Glastuinbouw echter ontsiert het landschap, veroorzaakt veel lichtoverlast en kost teveel energie. Op dit moment is al voldoende ruimte beschikbaar om alle glastuinbouwbedrijven van Noord-Brabant een plek te geven en de gewenste concentratie van verspreide kassen mogelijk te maken. Ook aan nieuwe bedrijventerreinen is geen behoefte. In West-Brabant zijn genoeg bedrijventerreinen beschikbaar, bovendien ligt er een enorme opgave voor herstructurering.

Op 23 mei vroegen de bewonersgroepen Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk, Hart van Moerdijk, Behoud Open Polders, Glashard Nee! en Milieudefensie u de plannen voor het Agro & Food Cluster West-Brabant en het Logistiek Park Moerdijk te schappen uit de Interimstructuurvisie. De muur van ellende, d.w.z. de aantasting van de leefbaarheid van de bewoners die beide projecten tot gevolg hebben, is op die dag onder uw ogen door de bewoners omgegooid.

Wij vragen u daarom: spaar het landschap, recycle de ruimte: schrap de plannen voor AFC en LPM!

Hoogachtend, (was getekend)

Klaas Breunissen
Campagneleider Ruimte en Landschap

Milieudefensie: samenvatting TU Delft “Aanleg van Logistiek Park Moerdijk geen logische keuze”

De argumentatie van de provincie Noord-Brabant voor de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk, is uitsluitend gebaseerd op hoge en ondeugdelijke ramingen. Dat is de conclusie van onderzoekers Erik Louw en Rob Konings van Onderzoeksinstituut OTB (onderdeel van de Technische Universiteit Delft). Er is nog ruim voldoende plaats op
het bestaande bedrijventerrein Moerdijk en de nieuw te ontwikkelen locatie Roode Vaart om de verwachte logistieke bedrijven te huisvesten.
Er dreigt leegstand en een verdere aantasting van het West-Brabantse landschap, waaronder cultuurhistorisch waardevolle polders die zeer geschikt zijn voor de landbouw.

Sinds het einde van de jaren negentig heeft de
Provincie Noord-Brabant plannen voor de aanleg
van een bedrijventerrein in de oksel van de
snelwegen A16 en A17 bij Moerdijk. Oorspronkelijk
ging het om een bedrijventerrein van 600
ha. Nadat de Stichting Behoud Buitengebied
Moerdijk, Milieudefensie en de gemeente zich
heftig tegen deze ontwikkeling hebben verzet,
is het bedrijventerrein teruggebracht tot 150
hectare: het Logistiek Park Moerdijk. In opdracht
van Milieudefensie onderzochten dr. Erik
Louw en drs. Rob Konings van de Technische
Universiteit Delft de onderbouwing van de
ruimteclaim, de wenselijkheid van clustering en
de mogelijke alternatieven voor Logistiek Park
Moerdijk. In het rapport ‘Nut en noodzaak van
Logistiek Park Moerdijk; een beoordeling van
plannen en onderzoek’, dat in april werd uitgebracht,
constateren de onderzoekers dat de
keuze van de provincie Noord-Brabant voor de
ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk is
gebaseerd op twee argumenten: de kwantitatieve
ruimteclaim en het kwalitatieve argument
dat clustering van logistieke bedrijven op één
terrein synergievoordelen biedt.

Geen noodzaak voor logistiek park
De provincie baseert zich bij haar beslissing op
de uitkomsten van onderzoeken door onderzoeksbureau
´s DHV en RBOI. DHV hanteert
drie verschillende scenario’s voor de werkgelegenheidsontwikkeling
gekoppeld aan de ontwikkeling
van de ruimteclaim. Vergeleken met
de scenario’s die het Centraal Planbureau
(CPB) hanteert, is DHV erg optimistisch over de
vraag naar bedrijventerreinen in West-Brabant,
waardoor hoge behoefteramingen ontstaan.
Voor de zeven groepen bedrijven in de nijverheid
en logistiek die in aanmerking komen voor
Moerdijkse Hoek, verhoogt DHV de behoefte
daarbij tot 536 ha, 276 ha boven de raming van
de Bedrijfs Locatie Monitor (BLM) van het CPB.
Dit onder het mom van een bovengemiddelde
groei van chemie en logistiek in West-Brabant.
Van de 536 ha bedrijventerrein worden door
DHV vervolgens de inmiddels uitgegeven hectaren
afgetrokken en het grootste deel aan Moerdijk
toebedeeld. Dit resulteert in een opgave van
293 hectare voor Moerdijk (basis- scenario),
waarvan 154 hectare havengebonden en 85 hectare
kadegebonden. Louw en Konings hebben
veel kritiek op de berekening van de uiteindelijke
opgave voor Moerdijk en noemen deze “discutabel’.
De ramingen vallen hoog uit doordat
er bedrijven buiten de doelgroep aan Moerdijk
worden toegerekend (dit is bovendien in strijd
met het ruimtelijk beleid), DHV vergeet de vervangingsvraag
mee te rekenen en baseert zich
op wankele gegevens omtrent de ontwikkeling
van de chemie en genots- en levensmiddelenindustrie.
Voor het berekenen van de behoefte aan nieuw
bedrijventerrein is het nodig om van de ruimtevraag
het ruimteaanbod af te trekken. Op het
huidige bedrijventerrein is volgens DHV op termijn
een aanbod van 254 hectare, naast 103 hectare
die bij de huidige bedrijven in reserve is.
DHV rekent deze reserve niet tot het aanbod, terwijl
de provincie zich tot doel stelt om te intensiveren.
Ondanks alle optimistische behoefteramingen
en het niet meerekenen van de reserve in het
aanbod, constateert DHV dat het regionale aanbod
groter is dan de vraag. Dit betekent, ook volgens
DHV, dat het potentiële aanbod in Moerdijk
genoeg is om het vraagaandeel van Moerdijk te
dekken.

Aanleg logistiek park leidt tot leegstand
Het huidige haven- en industrieterrein Moerdijk
is verdeeld in segmenten voor verschillende categorieën
bedrijven. Uit het onderzoek van
DHV blijkt dat de behoefte binnen de categorieën
verschilt; waardoor er zowel tekorten als
overschotten zijn te verwachten. In totaal is er
een klein tekort (42 hectare in het basisscenario).
Zowel DHV als OTB komen tot de conclusie dat
Moerdijk veel potentie heeft als vestigingsplaats
voor bedrijven in de logistieke sector. Er
is een trend naar schaalvergroting in de logistieke
dienstverlening die vraagt om kavels groter
dan 5 ha. DHV en RBOI stellen dat clustering
van logistieke bedrijven op één terrein synergievoordelen
biedt.
Tegenover de synergievoordelen van clustering
op een nieuw terrein, stellen Louw en Konings
dat de vrije ruimte op het huidige haven- en industrieterrein
Moerdijk grotendeels onbenut
zal blijven als er gekozen wordt voor de aanleg
van Logistiek Park Moerdijk. Zelfs als vooruit
wordt gedacht tot 2025 blijft er alleen al op het
huidige terrein 71 hectare leeg.

Voldoende aanbod op alternatieve locaties
De plannen van gemeente, provincie en rijk
voorzien naast het Logistiek Park Moerdijk in
de Blokpolder, een uitbreiding van het huidige
haven- en industrieterrein Moerdijk door verlenging
van de insteekhaven Roode Vaart.
Daarnaast wordt voorgesteld een locatie nabij
station Lage Zwaluwe als kantorenpark te ontwikkelen.
Op 20 kilometer afstand wordt bovendien
bedrijventerrein Borchwerf II ontwikkeld.
Louw en Konings menen dat de verkoop van
Borchwerff dusdanig is gevorderd, dat dit geen
alternatief is voor Logistiek Park Moerdijk. Wel
zien zij mogelijkheden voor Roode Vaart en
Lage Zwaluwe. Gezien de door DHV berekende
behoefte aan haven- en kadegebonden bedrijventerrein
is de verlenging van de insteekhaven
niet nodig en hoeft deze ruimte dus ook
niet gereserveerd te worden voor degelijke bedrijven.
Bijkomend voordeel van een droge
ontwikkeling is dat er meer ruimte beschikbaar
komt (70 hectare waarvan nog altijd 20 hectare
voor kadegebonden bedrijven). Louw en Konings
zijn kritisch over het plan om de stationslocatie
(25 hectare) als kantorenpark te ontwikkelen.
Het ruimtelijk beleid is erop gericht kantorenlocaties
in het stedelijk gebied onder te
brengen. In hun ogen is de ontwikkeling van de
locatie voor de logistiek passender. In totaal
kan er dus 95 hectare (70 + 25) bij het aanbod
worden opgeteld.

Clustering op bestaand terrein
De studie van Louw en Konings werpt een nieuw
perspectief op de nut en noodzaak van het Logistiek
Park Moerdijk.
De verwachte vraag naar bedrijventerreinen is
door DHV zeer optimistisch berekend, al met al
ongeveer het dubbele van de berekening met
de BLM-methode.
Het huidige haven- en industrieterrein Moerdijk
is een zeer geschikten vestigingsplaats voor logistieke
bedrijven. Daarnaast zijn de argumenten
van de provincie Noord-Brabant om de locaties
Roode Vaart en Lage Zwaluwe niet voor logistiek
te ontwikkelen, om verschillende redenen niet
valide.
Het handhaven van de segmentering op het huidige
bedrijventerrein Moerdijk anticipeert op
een eventuele vraag na 2025. Vooralsnog is er
weinig interesse van de categorieën waarvoor is
gereserveerd. Doordat op voorhand is vastgehouden
aan de segmentering op het huidige haven-
en industrieterrein zijn mogelijkheden tot
clustering van logistieke bedrijvigheid op dat terrein
onvoldoende onderzocht. Naar de mening
van de onderzoekers zijn er op het bestaande
bedrijventerrein Moerdijk en door aanleg van
Roode Vaart “voldoende mogelijkheden om tot
clustering te komen’.
Zelfs in het scenario met de hoogste groei is de
ruimte op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk,
de uitbreidingslocatie Roode Vaart en de locatie
bij station Lage Zwaluwe genoeg om de
vraag naar bedrijventerrein te accommoderen. In
de woorden van Louw en Konings is de aanleg
van het Logistiek Park Moerdijk daarom vanuit
het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik “geen
logische keuze’. Provincie en Rijk zouden met de
keuze voor een nieuw logistiek park bovendien
in strijd met hun eigen ruimtelijk beleid handelen.
Erik Louw en Rob Konings: Nut en noodzaak van
Logistiek Park Moerdijk, een beoordeling van
plannen en onderzoek. OTB -TU Delft. Maart
2008.
www.milieudefensie.nl/ruimte/publicaties