Tagarchief: Milieudefensie

Milieudefensie: Spaar het landschap, recycle de ruimte Schrap de plannen voor AFC en LPM!

Amsterdam/ Den Bosch, 27 juni 2008

Geachte leden van Provinciale Staten,

Vandaag besluit u in het kader van de Interimstructuurvisie over het Logistiek Park Moerdijk en het Agro & Food Cluster West-Brabant. Wij vragen u om deze plannen af te wijzen en de Oude Prinsenlandse polder en de Blokpolder open en groen te houden.

De aanleg van het Logistiek Park Moerdijk is onnodig en ongewenst. Nut en noodzaak van het bedrijventerrein zijn niet aangetoond. Dat blijkt ook uit de recent verschenen rapporten ´Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk´ van onderzoeksbureau OTB (TU Delft) in opdracht van Milieudefensie en ‘Moerdijk 1, the place to be’ van de lokale groepen ‘Hart van Moerdijk’ en ‘Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk’.
Op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk is de komende vijftien jaar nog voldoende ruimte voor bedrijven om zich te vestigen en te groeien. Het is daarom niet nodig dat de agrarisch waardevolle Blokpolder wordt opgeofferd.

Bij de ontwikkeling van het Agro & Food Cluster tussen Dinteloord en Stampersgat gaat meer dan 500 hectare open groene ruimte verloren. Bedrijventerrein en kassen dreigen hiervoor in de plaats te komen. Glastuinbouw echter ontsiert het landschap, veroorzaakt veel lichtoverlast en kost teveel energie. Op dit moment is al voldoende ruimte beschikbaar om alle glastuinbouwbedrijven van Noord-Brabant een plek te geven en de gewenste concentratie van verspreide kassen mogelijk te maken. Ook aan nieuwe bedrijventerreinen is geen behoefte. In West-Brabant zijn genoeg bedrijventerreinen beschikbaar, bovendien ligt er een enorme opgave voor herstructurering.

Op 23 mei vroegen de bewonersgroepen Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk, Hart van Moerdijk, Behoud Open Polders, Glashard Nee! en Milieudefensie u de plannen voor het Agro & Food Cluster West-Brabant en het Logistiek Park Moerdijk te schappen uit de Interimstructuurvisie. De muur van ellende, d.w.z. de aantasting van de leefbaarheid van de bewoners die beide projecten tot gevolg hebben, is op die dag onder uw ogen door de bewoners omgegooid.

Wij vragen u daarom: spaar het landschap, recycle de ruimte: schrap de plannen voor AFC en LPM!

Hoogachtend, (was getekend)

Klaas Breunissen
Campagneleider Ruimte en Landschap

Milieudefensie: samenvatting TU Delft “Aanleg van Logistiek Park Moerdijk geen logische keuze”

De argumentatie van de provincie Noord-Brabant voor de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk, is uitsluitend gebaseerd op hoge en ondeugdelijke ramingen. Dat is de conclusie van onderzoekers Erik Louw en Rob Konings van Onderzoeksinstituut OTB (onderdeel van de Technische Universiteit Delft). Er is nog ruim voldoende plaats op
het bestaande bedrijventerrein Moerdijk en de nieuw te ontwikkelen locatie Roode Vaart om de verwachte logistieke bedrijven te huisvesten.
Er dreigt leegstand en een verdere aantasting van het West-Brabantse landschap, waaronder cultuurhistorisch waardevolle polders die zeer geschikt zijn voor de landbouw.

Sinds het einde van de jaren negentig heeft de
Provincie Noord-Brabant plannen voor de aanleg
van een bedrijventerrein in de oksel van de
snelwegen A16 en A17 bij Moerdijk. Oorspronkelijk
ging het om een bedrijventerrein van 600
ha. Nadat de Stichting Behoud Buitengebied
Moerdijk, Milieudefensie en de gemeente zich
heftig tegen deze ontwikkeling hebben verzet,
is het bedrijventerrein teruggebracht tot 150
hectare: het Logistiek Park Moerdijk. In opdracht
van Milieudefensie onderzochten dr. Erik
Louw en drs. Rob Konings van de Technische
Universiteit Delft de onderbouwing van de
ruimteclaim, de wenselijkheid van clustering en
de mogelijke alternatieven voor Logistiek Park
Moerdijk. In het rapport ‘Nut en noodzaak van
Logistiek Park Moerdijk; een beoordeling van
plannen en onderzoek’, dat in april werd uitgebracht,
constateren de onderzoekers dat de
keuze van de provincie Noord-Brabant voor de
ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk is
gebaseerd op twee argumenten: de kwantitatieve
ruimteclaim en het kwalitatieve argument
dat clustering van logistieke bedrijven op één
terrein synergievoordelen biedt.

Geen noodzaak voor logistiek park
De provincie baseert zich bij haar beslissing op
de uitkomsten van onderzoeken door onderzoeksbureau
´s DHV en RBOI. DHV hanteert
drie verschillende scenario’s voor de werkgelegenheidsontwikkeling
gekoppeld aan de ontwikkeling
van de ruimteclaim. Vergeleken met
de scenario’s die het Centraal Planbureau
(CPB) hanteert, is DHV erg optimistisch over de
vraag naar bedrijventerreinen in West-Brabant,
waardoor hoge behoefteramingen ontstaan.
Voor de zeven groepen bedrijven in de nijverheid
en logistiek die in aanmerking komen voor
Moerdijkse Hoek, verhoogt DHV de behoefte
daarbij tot 536 ha, 276 ha boven de raming van
de Bedrijfs Locatie Monitor (BLM) van het CPB.
Dit onder het mom van een bovengemiddelde
groei van chemie en logistiek in West-Brabant.
Van de 536 ha bedrijventerrein worden door
DHV vervolgens de inmiddels uitgegeven hectaren
afgetrokken en het grootste deel aan Moerdijk
toebedeeld. Dit resulteert in een opgave van
293 hectare voor Moerdijk (basis- scenario),
waarvan 154 hectare havengebonden en 85 hectare
kadegebonden. Louw en Konings hebben
veel kritiek op de berekening van de uiteindelijke
opgave voor Moerdijk en noemen deze “discutabel’.
De ramingen vallen hoog uit doordat
er bedrijven buiten de doelgroep aan Moerdijk
worden toegerekend (dit is bovendien in strijd
met het ruimtelijk beleid), DHV vergeet de vervangingsvraag
mee te rekenen en baseert zich
op wankele gegevens omtrent de ontwikkeling
van de chemie en genots- en levensmiddelenindustrie.
Voor het berekenen van de behoefte aan nieuw
bedrijventerrein is het nodig om van de ruimtevraag
het ruimteaanbod af te trekken. Op het
huidige bedrijventerrein is volgens DHV op termijn
een aanbod van 254 hectare, naast 103 hectare
die bij de huidige bedrijven in reserve is.
DHV rekent deze reserve niet tot het aanbod, terwijl
de provincie zich tot doel stelt om te intensiveren.
Ondanks alle optimistische behoefteramingen
en het niet meerekenen van de reserve in het
aanbod, constateert DHV dat het regionale aanbod
groter is dan de vraag. Dit betekent, ook volgens
DHV, dat het potentiële aanbod in Moerdijk
genoeg is om het vraagaandeel van Moerdijk te
dekken.

Aanleg logistiek park leidt tot leegstand
Het huidige haven- en industrieterrein Moerdijk
is verdeeld in segmenten voor verschillende categorieën
bedrijven. Uit het onderzoek van
DHV blijkt dat de behoefte binnen de categorieën
verschilt; waardoor er zowel tekorten als
overschotten zijn te verwachten. In totaal is er
een klein tekort (42 hectare in het basisscenario).
Zowel DHV als OTB komen tot de conclusie dat
Moerdijk veel potentie heeft als vestigingsplaats
voor bedrijven in de logistieke sector. Er
is een trend naar schaalvergroting in de logistieke
dienstverlening die vraagt om kavels groter
dan 5 ha. DHV en RBOI stellen dat clustering
van logistieke bedrijven op één terrein synergievoordelen
biedt.
Tegenover de synergievoordelen van clustering
op een nieuw terrein, stellen Louw en Konings
dat de vrije ruimte op het huidige haven- en industrieterrein
Moerdijk grotendeels onbenut
zal blijven als er gekozen wordt voor de aanleg
van Logistiek Park Moerdijk. Zelfs als vooruit
wordt gedacht tot 2025 blijft er alleen al op het
huidige terrein 71 hectare leeg.

Voldoende aanbod op alternatieve locaties
De plannen van gemeente, provincie en rijk
voorzien naast het Logistiek Park Moerdijk in
de Blokpolder, een uitbreiding van het huidige
haven- en industrieterrein Moerdijk door verlenging
van de insteekhaven Roode Vaart.
Daarnaast wordt voorgesteld een locatie nabij
station Lage Zwaluwe als kantorenpark te ontwikkelen.
Op 20 kilometer afstand wordt bovendien
bedrijventerrein Borchwerf II ontwikkeld.
Louw en Konings menen dat de verkoop van
Borchwerff dusdanig is gevorderd, dat dit geen
alternatief is voor Logistiek Park Moerdijk. Wel
zien zij mogelijkheden voor Roode Vaart en
Lage Zwaluwe. Gezien de door DHV berekende
behoefte aan haven- en kadegebonden bedrijventerrein
is de verlenging van de insteekhaven
niet nodig en hoeft deze ruimte dus ook
niet gereserveerd te worden voor degelijke bedrijven.
Bijkomend voordeel van een droge
ontwikkeling is dat er meer ruimte beschikbaar
komt (70 hectare waarvan nog altijd 20 hectare
voor kadegebonden bedrijven). Louw en Konings
zijn kritisch over het plan om de stationslocatie
(25 hectare) als kantorenpark te ontwikkelen.
Het ruimtelijk beleid is erop gericht kantorenlocaties
in het stedelijk gebied onder te
brengen. In hun ogen is de ontwikkeling van de
locatie voor de logistiek passender. In totaal
kan er dus 95 hectare (70 + 25) bij het aanbod
worden opgeteld.

Clustering op bestaand terrein
De studie van Louw en Konings werpt een nieuw
perspectief op de nut en noodzaak van het Logistiek
Park Moerdijk.
De verwachte vraag naar bedrijventerreinen is
door DHV zeer optimistisch berekend, al met al
ongeveer het dubbele van de berekening met
de BLM-methode.
Het huidige haven- en industrieterrein Moerdijk
is een zeer geschikten vestigingsplaats voor logistieke
bedrijven. Daarnaast zijn de argumenten
van de provincie Noord-Brabant om de locaties
Roode Vaart en Lage Zwaluwe niet voor logistiek
te ontwikkelen, om verschillende redenen niet
valide.
Het handhaven van de segmentering op het huidige
bedrijventerrein Moerdijk anticipeert op
een eventuele vraag na 2025. Vooralsnog is er
weinig interesse van de categorieën waarvoor is
gereserveerd. Doordat op voorhand is vastgehouden
aan de segmentering op het huidige haven-
en industrieterrein zijn mogelijkheden tot
clustering van logistieke bedrijvigheid op dat terrein
onvoldoende onderzocht. Naar de mening
van de onderzoekers zijn er op het bestaande
bedrijventerrein Moerdijk en door aanleg van
Roode Vaart “voldoende mogelijkheden om tot
clustering te komen’.
Zelfs in het scenario met de hoogste groei is de
ruimte op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk,
de uitbreidingslocatie Roode Vaart en de locatie
bij station Lage Zwaluwe genoeg om de
vraag naar bedrijventerrein te accommoderen. In
de woorden van Louw en Konings is de aanleg
van het Logistiek Park Moerdijk daarom vanuit
het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik “geen
logische keuze’. Provincie en Rijk zouden met de
keuze voor een nieuw logistiek park bovendien
in strijd met hun eigen ruimtelijk beleid handelen.
Erik Louw en Rob Konings: Nut en noodzaak van
Logistiek Park Moerdijk, een beoordeling van
plannen en onderzoek. OTB -TU Delft. Maart
2008.
www.milieudefensie.nl/ruimte/publicaties

SP-Nieuws: Leegstand bedrijventerreinen

Leegstand bedrijventerreinen structureel

27-11-2007 – Wanneer de huidige plannen voor nieuwe bedrijventerreinen doorgaan, zal de structurele leegstand op de bestaande bedrijventerreinen snel groeien. Dit blijkt uit onderzoek door STOGO-onderzoek+advies, in opdracht van Milieudefensie, dat 27 november is aangeboden aan minister Van der Hoeven van Economische Zaken. Zij wordt ook opgeroepen om het tij te keren met een tijdelijke stop op de aanleg van nieuwe terreinen.

Onderzoeksbureau STOGO stelt in haar rapport ‘Voor wie ontwikkelen we nog bedrijventerreinen’? dat voor de van oudsher aan bedrijventerreinen gebonden sectoren nijverheid en logistiek tot 2020 weinig extra ruimte nodig is omdat de werkgelegenheid in deze sectoren nauwelijks zal groeien. Ook is verplaatsing van deze bedrijven uit de bebouwde kom naar bedrijventerreinen grotendeels afgerond. Nieuwe bedrijventerreinen zijn dus niet nodig.

Dat overheden toch inzetten op veel nieuwe bedrijventerreinen – een groei van 25 procent tot 2020 – komt volgens STOGO voort uit de verkeerde veronderstellingen in de gehanteerde ramingen in de Bedrijfslocatie Monitor (BLM). Die gaan er van uit dat zich op nieuwe bedrijventerreinen steeds meer dienstverlenende bedrijven zullen vestigen. Volgens de onderzoekers is dat onwaarschijnlijk, omdat er veel kantoorpanden leegstaan en er op nieuwe bedrijventerreinen nauwelijks kantoren zijn gepland.

De ruimte op nieuwe terreinen wordt vooral opgevuld door bedrijven van bestaande bedrijventerreinen die op zoek zijn naar een groter of moderner pand. Zo blijkt 54 procent van de bedrijven op de vier onderzochte bedrijventerreinen ( De Wetering in Utrecht, De Meerpaal in Houten, Distripark A12 in Waddinxveen en Veren Ambacht in Ridderkerk) afkomstig van een bedrijventerrein elders. Voor bedrijven is het voordeliger om een goedkoop kavel op een nieuw terrein te kopen, dan om bestaande panden op te kopen en renoveren.
Volgens STOGO is er ‘ongezond veel aanbod’ van bestaande bedrijfspanden – zo’n acht miljoen vierkante meter, wat overeenkomt met 1.600 hectare bedrijfsterrein. Het probleem is nog groter dan officiële cijfers doen vermoeden, want verpauperde panden worden helemaal niet aangeboden op de markt en komen dus niet terug in deze cijfers. Ook verborgen leegstand komt niet terug in de cijfers.

Volgens STOGO is de forse groei van de leegstand op bedrijventerreinen alleen te voorkomen door ‘een substantiële verlaging van de huidige planningsopgave of door het op grote schaal transformeren van oude bedrijventerreinen’. Milieudefensie roept in haar campagne ‘Spaar het Landschap, recycle de ruimte’ op tot een tijdelijke stop op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. ‘Hierdoor vangen we twee vliegen in één klap’, aldus campagneleider Willem Verhaak. ‘We voorkomen dat ons landschap dichtslibt met lelijke bedrijventerreinen én maken een eind aan de verdergaande verpaupering.

Zie ook www.milieudefensie.nl

Artikel BN/De Stem: Milieudefensie blijft tegen Port of Brabant

door Kees den Exter

Dinsdag 9 oktober 2007 – AMSTERDAM – Op de dag dat in Utrecht de Gebiedsvisie Moerdijk werd getekend, bracht Milieudefensie in Amsterdam een persbericht naar buiten waarin andermaal geageerd wordt tegen de aanleg van het Logistiek Park Moerdijk.

Het is vooral minister Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu die het moet ontgelden: “Ze geeft haar goedkeuring aan een nieuw logistiek bedrijventerrein, terwijl ze tegelijkertijd zegt de wildgroei aan nieuwe bedrijventerreinen aan te willen pakken. Door deze handtekening verliest ze aan geloofwaardigheid.”
Woordvoerder Willem Verhaak van Milieudefensie: “Herhaaldelijk heeft Cramer aangegeven te willen breken met het huidige bedrijventerreinenbeleid en de wildgroei aan nieuwe terreinen te willen aanpakken. Nu zich een concrete mogelijkheid aandient, geeft ze niet thuis.”
Partner in het verzet van Miliedefensie is de Stichting Buitengebied Moerdijk, de SBBM.

Milieudefensie: Najaarscampagne: Geen nieuwe bedrijventerreinen

Geen nieuwe bedrijventerreinen, zolang oude leegstaan. Onder deze noemer voert Milieudefensie dit najaar campagne voor een ander bedrijventerreinenbeleid. Minister Cramer heeft aangegeven dat het roer om moet en gaat met provincies en gemeenten overleggen over een nieuw beleid. Een stop op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen durft zij echter niet aan. Terwijl alleen dat helpt om de verpaupering en leegstand van bestaande bedrijventerreinen een halt toe te roepen en te voorkomen dat nog meer landschap wordt opgeofferd aan onnodige bedrijventerreinen. De aftrap van de campagne is begin september met de lancering van een manifest ondertekend door prominenten uit de ruimtelijke ordeningswereld en de politiek. In het manifest staan drie oproepen c.q. eisen aan politiek Den Haag: 1. Een voorlopige stop op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen 2. Veel lagere behoefteramingen, uitgaande van intensief ruimtegebruik 3. Invoering herstructureringsfonds. We willen dat zoveel mogelijk mensen deze oproep aan regering en parlement ondertekenen. Daarvoor gaan we onder andere begin oktober in 25 gebieden waar een bedrijventerrein is gepland huis-aan-huis krantjes en enqu’tes verspreiden. Ook zullen we bij deze 25 bedreigde landschappen objecten plaatsen om te laten zien dat ze worden bedreigd. Bij 10 landschappen organiseren we een publieksactiviteit. Begin september ontvangen alle leden en donateurs informatie over deze campagne en het verzoek hier aan mee te werken.

Artikel BN/DeStem: Milieudefensie vraagt raad Port af te wijzen

door Wim van den Broek

Zaterdag 2 juni 2007 – MOERDIJK – Milieudefensie vindt dat het gemeentebestuur van Moerdijk het ‘waardevolle open groene polderlandschap van Moerdijk verkwanselt voor een schotel linzen.’.
In een persbericht zegt Milieudefensie het besluit van Moerdijk om in te stemmen met een logistiek park van 150 hectare ‘beschamend te vinden’. De milieu-organisatie houdt vol dat nieuwe bedrijventerreinen in Nederland overbodig zijn. Campagneleider Willem Verhaak roept de gemeenteraadsleden van Moerdijk op om het besluit terug te fluiten. ‘Ze behandelen het landschap niet als een kostbaar goed om te beschermen, maar als iets waarmee je leuk kunt onderhandelen.’

Verhaak denkt dat Moerdijk zich ten onrechte rijk rekent. “De 34,5 miljoen euro voor leefbaarheid moeten uit de grondexploitatie van Port of Brabant komen. Als de opbrengst lager uitvalt, is niet geregeld waar die miljoenen dan wel vandaan moeten komen.”

Artikel BN/De Stem: ‘Stem tegen plan’

door Kees den Exter

Dinsdag 27 februari 2007 – ZEVENBERGEN – Milieudefensie doet een oproep aan inwoners van Noord-Brabant om bij de komende Statenverkiezingen niet te stemmen op partijen die achter de ontwikkeling van het bedrijventerrein Moerdijkse Hoek staan.
Op haar website heeft de milieu-organisatie de standpunten gepubliceerd die Brabantse deelnemers aan de Statenverkiezingen innemen ten aanzien van het 150 hectare grote bedrijventerrein dat vooral een logistieke functie moet krijgen.

Milieudefensie vindt de aanleg van Moerdijkse Hoek onnodig, omdat er op het bestaande industrieterrein Moerdijk en elders in West-Brabant nog voldoende ruimte is. Bovendien, zo stelt de milieu-organisatie, heeft het Centraal Planbureau vorig jaar berekend dat de vraag naar bedrijfsterreinen in Noord-Brabant kleiner is dan de provincie aanneemt.

Door Moerdijkse Hoek niet aan te leggen, worden de leefbaarheid van het dorp Moerdijk en van het platteland gespaard, zo stelt Milieudefensie.

In een persbericht zegt Milieudefensie dat de politiek nog op zijn schreden kan terugkeren, want voor de aanleg van Moerdijkse Hoek is nog een wijziging van het streekplan nodig. Daarover moeten Provinciale Staten in hun nieuwe samenstelling kiezen.

De Statenverkiezingen van 7 maart zijn volgens de vereniging Milieudefensie voor de Brabantse kiezer een goed moment om de partijen te beoordelen op de zuinige en zorgvuldige omgang met grond: “Dit is het moment om te stemmen voor partijen die tegen overbodige bedrijventerreinen zijn of om partijen ertoe te dwingen een andere keuze te maken. Zo kunnen kiezers zich uitspreken voor behoud van het landschap.”

Milieudefensie: Logistiek bedrijventerrein in Moerdijk?

De provincie Noord-Brabant wil alsnog een bedrijventerrein van 150 hectare aanleggen in Moerdijk. Het terrein is bedoeld voor logistieke bedrijven. Wij hebben de Brabantse Statenleden opgeroepen om op 2 februari hiermee niet in te stemmen. Een jaar geleden heeft het Centraal Planbureau becijferd dat de behoefte aan bedrijventerreinen in de provincie Noord-Brabant veel lager is dan gedacht. Bovendien is er nog voldoende ruimte voor nieuwe bedrijven op het huidige bedrijventerrein Moerdijk 1. Beide argumenten waren vorig jaar aanleiding om het plan voor het 600 hectare grootschalige bedrijventerrein Moerdijkse Hoek te laten vallen. Aan die cijfers is niets veranderd. De provincie heeft echter bedacht dat op het braakliggend land op Moerdijk 1 géén logistieke bedrijven mogen komen. Daarom moet er volgens Gedeputeerde Staten alsnog een logistiek terrein van 150 hectare komen in de gemeente Moerdijk. Volgens is er echter geen enkele reden om grond op Moerdijk 1 uit te sluiten voor logistiek. Integendeel. De aanleg van de Moerdijkse Hoek leidt ertoe dat de optelsom van nieuwe bedrijventerreinen de vraag fors overschrijdt. Gevolg is een verdere verpaupering van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien is de kans groot dat als de 150 hectare bedrijventerrein er eenmaal ligt, de discussie over uitbreiding tot 600 hectare weer oplaait. Het landschap is dan immers toch al verpest. Uiteraard blijven wij er alles aan doen om de aanleg van dit terrein te voorkomen.

Artikel Milieudefensie: ‘Koerswijziging nieuw kabinet urgent’. Planbureau’s voorzien overschot bedrijventerreinen

Amsterdam, 29 september — ‘De overheid moet nú ingrijpen om de ongebreidelde groei van bedrijventerreinen te stoppen,’ dat concludeert
Willem Verhaak van Milieudefensie naar aanleiding van het vandaag verschenen rapport ‘Welvaart en leefomgeving’ van de planbureau’s RPB,
CPB en MNP. Zonder wijziging van het huidige kabinetsbeleid kampt Nederland vanaf 2020 met een overschot aan bedrijventerreinen die leiden
tot een onnodige aantasting van het landschap, zo stellen de
planbureau’s. Een nieuw kabinet ontkomt volgens Milieudefensie niet aan
een drastische koerswijziging van het ruimtelijk beleid.

Milieudefensie vraagt het nieuwe kabinet om vier concrete maatregelen.
1) De landelijke en provinciale ruimteclaims voor nieuwe
bedrijventerreinen moeten drastisch worden verminderd. Uit eerder gepubliceerd onderzoek van de TU-Delft en STOGO-onderzoek+advies blijkt dat de claim van 25 duizend hectare nieuw bedrijventerrein uit de Nota Ruimte met bijna de helft omlaag kan.
2) Invoering van een ‘verwijderingsbijdrage’ voor elke vierkante meter nieuw uit te geven bedrijventerrein. De opbrengst wordt geïnvesteerd in de herontwikkeling van verouderde terreinen. De verwijderingbijdrage
moet landelijk worden ingevoerd om concurrentie tussen provincies te voorkomen.
3) Grondig opknappen (renovatie, sloop en nieuwbouw) van verouderde bedrijventerreinen moet de hoogste prioriteit krijgen. Daarmee wordt voorkomen dat die terreinen verder leeglopen en wordt dus veel ruimte bespaard.
4) Provincies moeten de regie over de planning van nieuwe terreinen veel krachtiger naar zich toe trekken. Op dit moment krijgen onderling concurrerende gemeenten té vaak hun zin om toch maar weer een eigen – te groot en eigenlijk overbodig – bedrijventerrein aan te leggen.

Ook de VROM-raad stelt in haar in juni verschenen publicatie
‘Werklandschappen’ dat in plaats van de aanleg van nieuwe terreinen, het opknappen van verouderde bedrijventerreinen de hoogste prioriteit heeft.
‘Met onze maatregelen wordt zowel het landschap als geld gespaard. Het vergt lange termijnbeleid waarvoor dit kabinet nog niet rijp was,’ aldus campagneleider Ruimte en Landschap, Willem Verhaak.

Het overgrote deel van de nieuwe bedrijventerreinen wordt ingenomen door bedrijven die vertrekken van bestaande verouderde terreinen. De grondprijs op de nieuwe terreinen is door de onderlinge concurrentie
tussen gemeenten spotgoedkoop. Op de bestaande terreinen blijven veelal verouderde en leegstaande panden achter. Door deze praktijk is het areaal verouderde terreinen de afgelopen tien jaar verdubbeld tot 25 duizend hectare, ruim één derde van alle bedrijventerreinen. Bij voortzetting van het huidige kabinetsbeleid loopt dat op tot maar liefst
50 duizend hectare.

Artikel BN/De Stem: Milieuclubs: ‘Streep door Moerdijk II’

Door Frank Timmers,

Donderdag 28 september 2006 – ZEVENBERGEN – Drie belangrijke milieuorganisaties willen dat de Provinciale Staten morgen een definitieve streep zetten door het plan om in de Moerdijkse Hoek een industrieterrein aan te leggen.
Milieudefensie, de Brabantse Milieu Federatie (BMF) en de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk (SBBM) hebben samen een brief geschreven aan de statenleden. Ze vragen om het dossier te sluiten.

Een aantal statenleden heeft eerder twijfels uitgesproken over het definitief afblazen van het plan Moerdijkse Hoek. Onder andere het CDA wil daar nog niet aan, omdat de nieuwe plannen nog te veel onzekerheden bevatten.

De milieuclubs vragen de statenleden ook om het onderzoek naar een kleiner logistiek terrein kritisch te volgen. Ze weten al wat er uit de onderzoeken zal komen. ‘Gezien de verschuiving van de Nederlandse bedrijvigheid van de maakindustrie naar kennisgerelateerde bedrijvigheid is het niet reëel te veronderstellen dat die bedrijvigheid zich in de (nabije) toekomst alsnog zal vestigen op het bestaande bedrijventerrein Moerdijk 1. Geen enkele studie wijst ook op die behoefte’, is hun stelling.

Gedeputeerde Onno Hoes stelt voor om de beschikbare grond op Moerdijk I te reserveren en niet aan ieder willekeurig bedrijf te verkopen. Op de grond aan het water moet wat hem betreft bijvoorbeeld een bedrijf komen dat een kade nodig heeft.

De drie milieuclubs denken daar anders over. Zij willen dat andere logistieke bedrijven wél op Moerdijk I een plekje krijgen. Daarnaast moet kritisch onderzocht worden of deze behoefte echt wel zo groot is.