Tagarchief: PvdA

Visie PvdA op Havenvisie en LPM

In Verbindend Vooruit, kunnen we het volgende lezen over de visie van de PvdA in Moerdijk over de Havenstrategie 2030 en het LPM:

‘De PvdA Moerdijk kiest: eerst de mensen, dan de stenen’
…………van Moerdijk een gemeente te maken waar het prettig, rustig en veilig wonen is en waar werk is.
De PvdA Moerdijk onderschrijft de Havenvisie 2030. In de Havenvisie wordt duidelijk Verder lezen

Artikel BN/De Stem: ‘Het is hier wel heel groot’

door Kees den Exter

Dinsdag 2 oktober 2007 – ZEVENBERGEN – PvdA-Kamerlid Attje Kuiken was gistermiddag- en avond op werkbezoek in de gemeente Moerdijk. Belangrijkste constatering na afloop van dat bezoek: “Ik heb mij verbaasd over de uitgestrektheid van de gemeente Moerdijk en de omvang van het industrieterrein Moerdijk.”.

PvdA- kamerlid Attje Kuiken in de meldkamer van het Havenschap Moerdijk, geflankeerd door de Moerdijkse PvdA-raadsleden Henk Schouwenaars, Gerrit de Vos en Jos Stalenhoef. foto Peter van Trijen/ het fotoburo
Het Kamerlid, nota bene woonachtig in Breda: “Ik denk dat negen van de tien mensen in Den Haag en Den Bosch, als ze praten over Moerdijk, niet weten waar ze het over hebben. Als we het in Den Haag over Moerdijk hebben, dan zal ik aan anderen vragen of ze er wel eens geweest zijn.”
Veiligheid was het thema van het werkbezoek dat de plaatselijke PvdA-afdeling had georganiseerd. Kuiken werd gistermiddag rondgereden door de gemeente en werd in het kantoor van het Havenschap bijgepraat door douane, politie en Havenschap over de veiligheid op het zeehavencomplex.

Gisteravond was er een forumdiscussie in De Borgh in Zevenbergen. Voor een handvol vooral grijze partijgenoten en drie Zevenbergenaren van Marokkaanse komaf ging het vooral over de complexe situatie van de brandweer van Moerdijk. Brandweer-commandant Jack van Dorst, lid van het forum, nam de term ‘beroepsbrandweer’ nog net niet in de mond, maar Kees van Schenk Brill, fractievoorzitter in de raad namens de VVD, constateerde dat Van Dorst wel heel dicht in de buurt was.
Van Dorst schetste de situatie met een gemeente die vanwege zijn omvang zes kazernes telt. Maar het is vooral de belastbaarheid van de 125 vrijwilligers die Van Dorst zorgen baart: “De gewone opleiding, aanvullende cursussen, oefeningen en de uitrukken, het kan een keer te veel worden. Ook voor de werkgevers van onze vrijwilligers. Dat probleem wordt groter als de gemeente groeit en zich nieuwe bedrijven vestigen.”
Van Dorst denkt ook al aan alternatieven: “Specialismen waar ze ook echt nodig zijn. Maar we denken ook aan het inschakelen van brandweerlieden van elders, die overdag werkzaam zijn om het industrieterrein Moerdijk.”

Op het terrein van de veiligheid en de hulpverlening speelt de uitgestrektheid de gemeente Moerdijk parten. Die boodschap heeft het jonge Bredase PvdA-kamerlid Attje Kuiken goed in de oren geknoopt na een middagje en een avondje in Moerdijk. Hoe de maximale aanrijtijd van ambulances met een kwart wordt overschreden. Hoe voor het industrieterrein Moerdijk een speciaal politieteam (van 5,5 fte) nog nog niet op sterkte is. Klacht vanuit de zaal daar overheen: “De wijkagenten zijn slechts dertig procent van hun tijd effectief op straat.
Burgemeester Henk den Duijn, hoewel lid van de VVD, legde gisteravond tijdens het PvdA-avondje in De Borgh, uit dat Moerdijk op het terrein van de hulpverlening voor een belangrijk deel kan terugvallen op de regio.
Hij had daarvoor twee recente praktijkvoorbeelden bij de hand: “Bij de autobranden konden wij een beroep doen op heel veel politiemensen uit de streek. Mountainbikers uit Bergen op Zoom bijvoorbeeld. Daar moeten wij ook wisselgeld voor betalen. Onze agenten moeten ook assisteren bij wedstrijden van NAC en RBC. Dat verklaart meteen dat ze niet hun hele werktijd effectief zijn in onze gemeente. Voor de brandweer geldt hetzelfde. Bij de recente brand in het palletbedrijf hadden we een hoogwerker en een grootwatertransport uit Breda. Een hoogwerker hebben wij niet nodig en een grootwatertransport zou bij ons maar eens in de vijf jaar ingezet worden. Dat moet je niet zelf willen hebben.”

Ook brandweercommandant Jack van Dorst had bewijs voor het feit dat het met de rugdekking wel goed zit: “Mijn zorgen liggen bij de eerste klap die je wilt uitdelen aan een brand. Dan moet je dekking hebben om binnen zes tot acht minuten bij de meeste woningen in je gemeente te kunnen zijn en binnen tien tot vijftien minuten bij bedrijven. Wil je daarna opschalen, dan is het geen enkel probleem om binnen een uur heel het plein voor het gemeentehuis vol te hebben met brandweervoertuigen.”

SBBM: Mondelinge inspraakreactie bij vergadering Cie Moerdijkse Hoek dd 24 mei 2005

Dames en heren,

Het initiatiefvoorstel van de Partij van de Arbeid; moeten we daar nu blij mee zijn of niet?
Aan één kant eigenlijk niet, want óók in dit voorstel worden onze mooie polders nog steeds volgeplempt met zware industrie, ook al vindt de Partij van de Arbeid dat daarin slechts plaats is voor 350 ha.
Maar aan de andere kant juist weer wél, want in dit voorstel worden enkele belangrijke uitgangspunten van Moerdijkse Hoek ter discussie gesteld.
Dat er uitgangspunten voor Moerdijkse Hoek ter discussie worden gesteld is op zich niets bijzonders; dat gebeurt continu. Maar nu wordt dit gedaan door een van de coalitiepartijen en dat is wél bijzonder, want tot op heden volgden alle coalitiepartijen vrijwel kritiekloos de voorstellen van GS.
Mischien is dit aanleiding voor de beide andere partijen om ook eens zelf te gaan nadenken!

De twee uitgangspunten die door de Partij van de Arbeid ter discussie gesteld worden zijn de tot nu toe gehanteerde omvang van 600 ha en de wijze waarop de nader te bepalen omvang ruimtelijk moet worden ingevuld.

Het staat voor de Partij van de Arbeid geenszins vast dat Moerdijkse Hoek een omvang moet krijgen van 600 ha. Letterlijk stelt zij: “Een goede analyse op basis waarvan een omvang kan worden bepaald voor het te ontwikkelen bedrijventerrein Moerdijkse Hoek is op dit moment niet voorhanden. We moeten het doen met oud onderzoek en doorgetrokken ambities”.
Bravo, dat roepen wij al jaren!

Die 600 ha, waar GS zo hardnekkig van uitgaan, zijn gebaseerd op het Buck-rapport, een rapport dat aan veel kritiek onderhevig is, zowel vanwege de gehanteerde prognosemethodiek, als vanwege de vertaling daarvan in de noodzakelijk geachte omvang van Moerdijkse Hoek.
Die kritiek bestaat niet alleen bij ons, simpele bewoners, maar ook bij erkende wetenschappers.
Nog in uw vorige vergadering werd door STOGO/TU Delft betoogd dat een juiste vertaling van de Buck-cijfers tot een planningsopgave voor Moerdijkse Hoek leidt van 375 ha bruto.
Voor later in deze vergadering is het rapport van de 4 professoren geagendeerd, waarin gesteld wordt dat de concentratiestrategie haaks staat op het provinciaal ruimtelijk beleid en dat uitgegaan moet worden van de status quostrategie, welke leidt tot een omvang voor Moerdijkse Hoek van 390 ha.
En ook de Adviescommissie voor de MER heeft duidelijk aangegeven dat de noodzaak van Moerdijkse Hoek in het kader van de MER nader moet worden onderbouwd, een advies dat in de richtlijnen is overgenomen.

Het staat voor de Partij van de Arbeid wél vast dat in het oorspronkelijk zoekgebied geen 600 ha bedrijventerrein past. Volgens haar is daarin maximaal 350 ha op verantwoorde wijze in te passen.
Vervolgens zegt de Partij van de Arbeid niet dat voor het resterende deel van de behoefte elders een oplossing gezocht moet worden en dat daarvoor de braakliggende grond op Moerdijk 1 in aanmerking komt, maar ze draait de volgorde om. Uit een oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik, stelt zij, dienen eerst de bestaande bedrijventerreinen optimaal benut te worden.
Letterlijk zegt zij: “Het is een ongewenste situatie dat optimaal ontsloten industrieterrein als strategische voorraad braak blijft liggen en dat minder interessante locaties moeten worden ontwikkeld om aan de vraag te voldoen of om aanbod te hebben.”

Wederom bravo! Ook dat roepen wij al jaren. En ook daarin staan wij niet alleen.
Denk b.v. maar aan de ideeën van de directeur van het Havenschap en ook de 4 professoren stellen dat de ontwikkeling van Moerdijkse Hoek zou moeten plaatsvinden op de braakliggende gronden van het bestaande industrieterrein.

Overigens beperkt de Partij van de Arbeid zich dus niet tot de mogelijkheden van Moerdijk 1, maar vraagt zij ook om een statusoverzicht van alle beschikbare bedrijventerreinen in West Brabant.
En dat is geen overbodige luxe, want zeer recent hebben we nog kunnen lezen dat men de grond in Borchwerf 2 aan de straatstenen niet kwijt kan en nu al vreest voor de toekomstige concurrentie van Moerdijkse Hoek. Was het in 1996 niet òf Borchwerf 2, òf Moerdijkse Hoek?

Het initiatiefvoorstel van de Partij van de Arbeid dateert van 20 februari.
Daarin stelt zij onder meer: “Door de in de MER-studie vastgelegde opdracht tot onderbouwing van de noodzakelijke oppervlakte is de mogelijkheid om gelijktijdig een ruimtelijk plan te ontwikkelen behoorlijk gecompliceerd geworden. Er moet namelijk een plan worden gemaakt voor een nog niet bekende oppervlakte.
Om niet pas aan het einde van deze twee trajecten te moeten concluderen dat beide trajecten niet te combineren zijn wordt in dit statenvoorstel daarvoor een alternatief geboden.”

Het is inmiddels 24 mei en in die drie maanden is er voortvarend doorgewerkt.
Hoezo een nog niet bekende oppervlakte; voor GS was die oppervlakte toch bekend: 600 ha en geen vierkante centimeter minder. Het is alleen hinderlijk dat daar in de MER nog weer een keer een onderbouwend verhaaltje voor geschreven moet worden, maar ach, dat komt er wel.
Dus kon er ook gewoon een ruimtelijk ontwerp gemaakt worden en dat is inmiddels klaar: 605 ha, waarvan een substantieel deel aan de oostzijde van de HSL, op het grondgebied van Drimmelen.
Niks gebruik maken van Moerdijk 1.

Het initiatiefvoorstel van de Partij van de Arbeid is, dank zij de lange proceduretijd, mosterd na de maaltijd geworden. Door de besluitvorming hierover nog iets te vertragen kan die gelijktijdig gaan plaats vinden met die over de MER en dan kan het voorstel door de andere coalitiepartijen als achterhaald van tafel geveegd worden.
En wij zijn nieuwsgierig wat de Partij van de Arbeid dàn gaat doen.
Gaat ze braaf terug in haar hok en accepteert ze dat de nut en noodzaakdiscussie wéér niet wordt gevoerd; accepteert ze dat ook de discussie over de maatschappelijke onaanvaardbaarheid van het decennia lang braak laten liggen van honderden hectares industrieterrein wéér niet wordt gevoerd?
Accepteert ze dat de coalitiepartners het bestuursaccoord, waar zij met haar “nee, tenzij” opstelling, tot verbijstering van de kiezers toch is ingestapt, op een andere wijze interpereteren?
Of houdt ze haar rug recht en stapt ze uit de coalitie?

Daardoor zou ze in ieder geval het vertrouwen van de Moerdijkse kiezers terugwinnen, maar wellicht zou daarmee ook de weg vrijgemaakt worden voor een bestuursaccoord zónder Moerdijkse Hoek!

Artikel BN/De Stem: PvdA vraagt aandacht voor Moerdijk II. 2005

Door Paul Verlinden

ZFVENBERGEN – De PvdA in Moerdijk wil dat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer bij de
behandeling van de Nota Ruimte rekening houdt met de Moerdijkse standpunten ten aanzien van Moerdijkse Hoek.

De lokale PvdA somt in een brief aan de kamerfractie nogmaals de argumenten tegen de komst van ecu nieuw industrieterrein op. Ze benadrukt dat de gemeenteraad van Moerdijk zich unaniem heeft uitgesproken tegen een tweede grootschalig industrieterrein. In de Nota Ruime van minister SybilIa Dekker (VROM) wordt Moerdijkse Hoek als noodzakelijk’ aangemerkt.

Brabant Magazine nr. 4: Orde in de discussie over Moerdijkse Hoek

Tijs Kierkel

Politiek betekent keuzes maken, en soms pijnlijke keuzes. Ruud Severijns, fractievoorzitter van
de PvdA, kon erover meepraten. De nieuwe gedeputeerde en Moerdijkse Hoek zijn voorbeelden van het feit dat je het nooit voor honderd procent goed kunt doen.
Ruud Severijns is inmiddels één van de langst zittende gemeentesecretarissen in Brabant, eerst in Hilvarenbeek, nu in Gemert-Bakel. Die baan maakte in eerste instantie een eind aan zijn politieke carriére. “Een gemeentesecretaris kan immers niet in de gemeentepolitiek actief zijn en moet dat ook niet willen‘, aldus de zeer gemotiveerde PvdA’er. “Ik ben al sinds mijn 24e lid van de PvdA. Daarvoor was ik actief in de vakbeweging en dan kom je er achter dat veel zaken in de politiek geregeld worden. Als je daadwerkelijk invloed wilt uitoefenen, moet je daarheen. Het was de tijd van het eerste kabinet Den Uyl, waar ik mij sterk mee verwant voelde. Ik ben politiek actief geweest in Tilburg en Oisterwijk. Toen ik gemeentesecretaris werd in Hilvarenbeek hield het noodgedwongen op.‘

Lijstrekker
De wens om weer politiek actief te worden, werd in 1997 vervuld toen Severeijns in Provinciale Staten werd gekozen. Bij de laatste verkiezingen werd hij lijstrekker. “Ik vind het hartstikke interessant en heel leerzaam hoe mensen reageren op voorstellen van onze fractie of op standpunten van de fractievoorzitter. Dat is overigens niet altijd even makkelijk. De voordracht van een nieuwe gedeputeerde bijvoorbeeld, want je moet kiezen uit meerdere geschikte partijgenoten. En een actueel voorbeeld is de discussie over de eventuele komst van een tweede bedrijventerrein bij Moerdijk.‘ De discussie hierover verloopt heel emotioneel. Severijns heeft al veel scheldwoorden naar zijn hoofd gekregen. “Ik ben voor van alles en nog wat uitgemaakt. Dat is natuurlijk niet altijd even leuk, maar je moet je standpunten ook bij de tegenstanders van je visie durven uitdragen als je overtuigd bent van de redelijkheid ervan. Je kunt het nooit voor honderd procent goed doen, maar je moet er wel altijd naar streven.‘

Chaotisch
De opstelling van de PvdA over Moerdijkse Hoek is niet veranderd, benadrukt hij. “Wij hebben altijd moeite gehad met ongebreidelde grootschaligheid. Voor ons was het ‘nee, tenzij’. Maar we staan vierkant achter het Bestuursakkoord 2003-2007. Daarin staat expliciet dat de omvang onder meer bepaald wordt door de uitkomsten van de milieu-effectrapportage.‘
Severijns vindt dat de discussie over de Moerdijkse Hoek veel te chaotisch verloopt. Zijn parij heeft nu een initiatiefvoorstel ingediend om orde te brengen in de procedure en de inhoudelijke voorbereiding. Het initiatief spoort honderd procent met het Bestuursakkoord, maar toch is er nogal commotie over ontstaan. “VVD en CDA vinden dat wellicht te veel een instrument van de oppositie. Maar het gaat erom de essentiële uitgangspunten van het Bestuursakkoord – duurzaam en vernieuwend – scherp in de gaten te houden. Dat geldt overigens niet alleen voor de politiek; ook het bedrijfsleven zou verantwoordelijkheid moeten nemen om de bestaande bedrijventerrein (dus ook Moerdijk 1) beter te benutten. Iedereen moet de verantwoordelijkheid nemen om zuinig met de ruimte om te gaan. Het bedrijfsleven kan niet ongebreideld zeuren over nieuwe terreinen en tegelijkertijd decennialang vele honderden hectares onbenut laten liggen als stille grondreserve. Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet niet beperkt blijven tot een kreet.‘
Door zowel procedure als inhoudelijke voorbereiding beter op de rails te krijgen hoopt Severeijns bovendien dat er weer een basis ontstaat voor normale verhoudingen tussen gemeente en provinciebestuur

PvdA over Moerdijkse Hoek:‘Maak gehakt van provincie’

Door Frank Timmers

Vrijdag 22 april 2005 – ZEVENBERGEN – In de gemeenteraad van Moerdijk gaan stemmen op om nog meer deskundigen in te huren die argumenten aandragen tegen de aanleg van een industriegebied in de Moerdijkse Hoek.
De PvdA deed gisteravond dat voorstel dat in ieder geval door GroenLinks wordt ondersteund. Het CDA en Onafhankelijk Moerdijk zeiden niet onmiddellijk ‘nee’, maar leken wat overvallen door de suggestie. Jan Reijnders (CDA) en Frans Fakkers (Onafhankelijk Moerdijk) vinden dat het rapport van vier ingehuurde professoren voldoende argumenten bevat.
Peter Geleijns van de PvdA vindt echter dat de tijd rijp is om van de provincie ‘gehakt te maken’. Provincie-gedeputeerde Onno Hoes heeft op het rapport gereageerd dat hij daar niets mee kan. Volgens Geleijns is dat een teken dat ze bij de provincie behoorlijk zenuwachtig beginnen te worden. ‘Daarom vinden we dat we een stap verder moeten gaan. Laten we de beste en meteen de duurste deskundigen inhuren voor een contra expertise. Het zal veel geld kosten, maar is de prijs dubbel en dwars waard“, aldus Geleijns. Wil Vissers van GroenLinks vindt dat de extra deskundigheid ook gebruikt kan worden door de Provinciale Staten. ‘Omdat daar onvoldoende tegenwicht is“. Reijnders denkt vooralsnog dat extra deskundigheid nodig kan zijn op detailniveau.
De leden van de gemeenteraad waren nieuwsgierig naar de afloop van het gesprek dat burgemeester Henk den Duijn woensdag heeft gevoerd met Commissaris van de Koningin Hanja Maij Weggen. Dat gesprek ging over de brief die Moerdijk vorige week verstuurde.
Daarin is het contact met de provincie over de Moerdijkse Hoek verbroken. Burgemeester en wethouders van Moerdijk zijn daartoe gekomen omdat gedeputeerde Onno Hoes in hun ogen denigrerend heeft gesproken over het rapport van de vier professoren. Daarin schrijven de deskundigen dat de behoefte aan industrie anders kan worden ingevuld dan door de Moerdijkse Hoek aan te leggen. Den Duijn zei gisteravond uitzicht te hebben op een tweede gesprek met de commissaris. Dat de Moerdijkse Hoek ook op de agenda staat van het Gemeenschappelijk Samenwerkings Verband (GSV), zint de gemeenteraad van Moerdijk niet. Vooral omdat de Moerdijkse burgemeester en wethouders daarin meepraten en zelfs in het geval van Den Duijn de kar trekken van het project Moerdijkse Hoek. ‘Dat moet u in een spagaat brengen omdat er geen steun is van de andere tien gemeenten in onze mening over Moerdijkse Hoek. Het GSV is daarin een slangenkuil van belangen“, zei Fakkers. Wethouder Ab Bienefelt stelde Fakkers en de anderen gerust en zei dat de andere gemeenten vooralsnog de discussie tussen Moerdijk en de provincie afwachten.

Artikel BN/De Stem: Voorzitter wil onderhandelen. Moerdijk II verdeelt de PvdA

ZEVENBERGEN – De Moerdijkse PvdA-voorzitter Andries Reinhart wil dat de gemeente Moerdijk het keiharde ‘nee’ tegen Moerdijkse Hoek Ioslaat en wijzigt in ‘nee tenzij’.

Reinhart zegt dat zijn mening wordt gedeeld door de PvdA-fractie in de Moerdijkse gemeenteraad. De PvdA-fractievoorzitter in die Raad, Peter Geleijns, spreekt dat echter tegen.
Reinhart stelt voor om te gaan onderhandelen over compensatie voor de aanleg van een industriegebied in de Moerdijkse Hoek. Reinhart schrijft dat in zijn column in het blad De Rode Moerdijker, dat deze week uitkomt. Reinhart noemt zichzelf een tegenstander van industrie in de Moerdijkse Hoek, maar ook een voorstander van het plan dat de PvdA-fractie in de Provinciale Staten hebben bedacht. Daarin staat dat de Moerdijkse Hoek 350 hectare industrie kan herbergen in plaats van zeshonderd.
In ruil voor medewerking aan die 350 hectare industriegrond wil Reinhart onder meer toestemming om extra woningen te bonwen in de gemeente Moerdijk en geld om in de komende twintig jaar extra aandacht te geven aan cultuur, gezondheidszaken en onderwijs. ,,Ik denk net als de vier professoren die de toekomstvisie maakt, dat Zevenbergen als hoofdkern moet groeien. Het is de spil van de gemeenteë, aldus Reinhart, die bok vindt dat er extra geld moed komen voor onderwijs. ~Jonge inwoners van Moerdijk kunnen her hun school niet afmaken. Daarvoor moeten ze naar Oudenbosch of Roosendaal. De jeugd moet zich aan Moerdijk kunnen binden en daarvoor moet er ook meer voortgezet onderwijs komen.‘
Reinhart geeft aan dat de PvdA-leden in de gemeenteraad het met hem eens zijn dat er mar eens onderhandeld moet worden over Moerdijkse Hoek, in plaats van star ‘nee’ te blijven zeggen. ~Ik denk dat we een initiatiefvoorstel daarover bij de gemeenteraad moeten inbrengen.‘
PvdA-fractievoorzitter in de gemeenteraad is Peter Geleijns. Hij is verrast over de uitspraken van zijn partijvoorzitter. ,,Hij praat zeker niet namens mij. We hebben als fractie te maken met het vorige verkiezingsstandpunt. Toen waren we tegen en dat zijn we nu nog steeds. We hebben ook te maken met het coalitieakkoord waarin we getekend hebben onder de uitspraak dat we tegen zijn. Bovendien is dat ook nog altijd mijn persoonlijke mening‘, aldus Geleijns, die aangeeft dat hij binnen de PvdA wel een van de grootste tegenstanders van Moerdijk II is.

Artikel BN/De Stem: Te weinig plek voor industrie’

Door Frank Timmers

ZEVENBERGEN – De statenfractie van de PvdA vindt dat er in de Moerdijkse Hoek maar 350 hectare industriegebied aangelegd kan worden. Voor het tekort wil de PvdA zoeken op
Moerdijk len elders in de regio.
De fractie heeft een initiatiefvoorstel ingediend bij de voorzitter van de Provinciale Staten, jets wat vrjj ongebruikelijk is voor een coalitiefractie.
lans komt in bet zoeken naar de 600 hectare bedrijventerrein en de randvoorwaarden die we in bet bestuursakkoord hebben afgesproken‘, zegt fractievoorzitter Ruud Severijns van de PvdA.

Grenzen
Deze randvoorwaarden geven onder meer de grenzen aan waarbinnen in de Moerdijkse Hoek naar industrieterrein gezocht mag worden. Ook staat in de afspraak tussen de provinciale coalitie van CDA, VVD en PvdA dat er duurzaam vernieuwend gebouwd moet worden. Naar onze overtuiging is binnen dit zoekgebied maximaal 350 hectare op een verantwoorde manier in te passen’, zo staat in het initiatiefvoorstel.
In de Iaatste tekeningen die zijn getoond, gaat Moerdijk II over de grenzen van het zoekgebied heen, zo is er een deel aan de oostkant van de A16, in de gemeente Drimmelen als industrie ingekleurd. De PvdA wil de plannenmakers weer terug bij de uitgangspunten van het bestuursakkoord halen. ~We zijn niet akkoord over het bouwen over de A16 heen‘, zegt Severijns. Hij ziet het indienen van het initiatiefvoorstel niet als het aanbrengen van een deuk in het coalitieakkoord. ,,Nee, wij hebben Gedeputeerde Staten ook gevraagd om zelf een voorstel bij ons stuk te maken en dat dan samen in de commissie Moerdijkse Hoek te presenteren “aldus Severijns die nog altijd achter het besluit staat alp de Moerdijkse Hoek als industriegebied in te richten. De PvdA ziet kans om op Moerdijk I tussen de 250 en 300 ha braakliggend terrein te gebruiken .,Grond kan aangekocht geruild worden. Bijvoorbeeld bij Shell. Die kan op een ander terrein strategische reserve aangeboden krijgen zodat de braakliggende grond bij Shell door andere bedrijven bebouwd kunnen worden‘, zegt statenlid Rob Wagemakers. Voorlichter Henk Boni van Shell maakt aan die illusie meteen een eind: ,,De 170 hectare die we daar hebben liggen zien we als strategische reserve voor een mogelijke uitbreidt Mocht een petrochemisch bed zich op Moerdijk willen vestigen’ dan zouden we willen bekijken of die zich eventueel op het Shell-terrein zou kunnen of willen vestigen‘, zegt Bonder, die daarmee niks oplost voor de Moerdijk Hoek. Want daar zijn geen petrochemische bedrijven voorzien. Naar verwachting wordt het dA-initiatiefvoorstel eind maart door de commissie Moerdijkse Hoek behandeld.

PvdA: Initiatiefvoorstel Moerdijkse Hoek

Onderwerp
Het bepalen van de kaders voor omvang, ruimtelijke opzet en projectorganisatie bij het vervolg van de planontwikkeling voor het Bedrijventerrein Moerdijkse Hoek

Samenvatting
Bij het bestaande bedrijventerrein Moerdijk wordt gezocht naar extra ruimte voor de vestiging van regionale bedrijven. In het bestuursakkoord 2003-2007 is vastgelegd dat bij de totstandkoming van bedrijventerrein ‘Moerdijkse Hoek’ de omvang ervan wordt bepaald aan de hand van selectie van soorten bedrijven en de resultaten van de MER-studie. In het streekplan wordt gesproken van een ruimtebehoefte van 600 hectare, maar de voorlopige analyse van de ruimtelijke mogelijkheden van de locatie laat zien dat 600 ha waarschijnlijk niet is in te passen binnen het zoekgebied en dat gezocht moet worden naar alternatieven.
Aangezien onduidelijkheid met betrekking tot omvang en ruimtelijk kader leidt tot een toenemende irritatie in de regio en verwarring in de commissie Moerdijkse Hoek worden voorstellen gedaan over het volgende:

– De omvang van Moerdijkse hoek: deze thans niet vast te leggen maar te bepalen na kennisname van de resultaten van de MER-studie;
– De huidige ruimtelijke studie: deze te beschouwen als ondergrond en het inpassingskader voor het nog te bepalen aantal aantal hectares;
– De projectuitvoering: door middel van een nieuw plan van aanpak de organisatie van het project aan te passen.

Het college van GS/de projectorganisatie wordt opgedragen e.e.a. op korte termijn uit te werken teneinde duidelijkheid voor omgeving en bedrijfsleven te bereiken.

A. Inleiding
Provinciale Staten hebben een kaderstellende en controlerende rol ten opzichte van het college van Gedeputeerde Staten. Die rol is sinds de invoering van het dualisme sterker geworden.
Er zijn aanleidingen om die rollen met betrekking tot de ontwikkeling van Moerdijkse Hoek nog eens onder de loupe te nemen vanwege een aantal recente ontwikkelingen:

1. De recente ruimtelijke analyse toont aan dat bedrijventerreinontwikkeling binnen het zoekgebied in omvang beperkt is. De projectgedeputeerde heeft daar onlangs ook uitspraken over gedaan die erop wijzen dat het zoekgebied wordt uitgebreid naar het oosten. Bij een dergelijke ontwikkeling is ook daarvoor een milieueffectrapportage nodig;
2. Er is discussie ontstaan naar aanleiding van de in de Nota Ruimte voorgestelde grootschalige bedrijventerreinen in de Hoeksewaard en bij Moerdijk;
3. Recente uitspraken van de Raad van State over grootschalige bedrijventerreinen zoals de 2e maasvlakte en de westerscheldecontainerterminal maken duidelijk dat deze ontwikkelingen zeer kritisch worden beoordeeld. De consequenties daarvan voor de plannen voor de Moerdijkse Hoek vragen om nadere analyse;
4. De relatie tussen de resultaten van de MER-studie (s) en de omvang van Moerdijkse Hoek;
5. De conclusies van het rapport van STOGO/TNO Delft in opdracht van Milieudefensie over nut en noodzaak van Moerdijkse Hoek;
6. De informatie van de directeur van het Havenschap Moerdijk dat bedrijven in Moerdijk 1 bereid zijn om mee te denken over verkoop van gronden c.q. herstructurering van het bedrijventerrein Moerdijk 1;
7. De groeiende onduidelijkheid over het “proces Moerdijk‘ bij o.a. de commissie en belanghebbenden.

Vanwege de kaderstellende- en controlerende rol van PS in dit project is het de taak van de Staten om ook tussentijds te evalueren of de koers nog goed is en of er wellicht een tussentijdse aanpassing van strategie noodzakelijk is of een tactische bijstelling van de plannen. Daarnaast past het in de rol van PS om ook periodiek te bezien of de wijze van uitvoering in overeenstemming is met de afspraken zoals gemaakt bij de vaststelling van het bestuursakkoord 2003-2007. Dat geldt voor de afspraken over de omvang van het plan en de wijze waarop de MER wordt uitgevoerd.

Een belangrijk onderdeel van het programma dat door de coalitie is opgesteld voor de statenperiode 2003-2007 is de ontwikkeling van het bedrijventerrein Moerdijkse Hoek. In Moerdijkse Hoek moet ruimte worden gecreëerd voor de vestiging van regionale bedrijven en is daarom van betekenis voor de ontwikkeling van de economie en de werkgelegenheid van Noord-Brabant in zijn algemeenheid en van West Noord-Brabant in het bijzonder. De omvang van het te ontwikkelen bedrijventerrein is niet in het coalitieprogramma vastgelegd maar vooralsnog werd uitgegaan van een ten behoeve van het streekplan gemaakte studie van Buck Consultants waarin de behoefte becijferd was op 600 hectare.
Voor de begeleiding van de ontwikkeling van het toekomstige bedrijventerrein vanuit Provinciale Staten is een (bestaande) bijzondere commissie Moerdijkse Hoek in deze bestuursperiode gecontinueerd.
Door het college van GS is deze taakstelling uitgewerkt in een projectorganisatie waarin langs parallelle ontwikkelingslijnen getracht wordt met voortvarendheid besluitvorming rondom het bedrijventerrein mogelijk te maken. In hoofdlijnen betekent dit dat zowel de MER-studie als de ontwikkeling van het ruimtelijk plan gelijktijdig worden uitgevoerd.
Deze keuze voor snelheid vergroot het risico van onduidelijkheid en daarmee van vertraging. Door de in de MER-studie vastgelegde opdracht tot onderbouwing van de noodzakelijke oppervlakte is de mogelijkheid om gelijktijdig een ruimtelijk plan te ontwikkelen behoorlijk gecompliceerd geworden. Er moet namelijk een plan worden gemaakt voor een nog niet bekende oppervlakte.
Om niet pas aan het einde van deze twee trajecten te moeten concluderen dat beide trajecten niet te combineren zijn wordt in dit statenvoorstel daarvoor een alternatief geboden.

B. Onderdelen van het voorstel
Zowel vanuit het programma als vanuit het ruimtelijk kader is nagegaan wat de meest voor de hand liggende opties zijn om op die manier te komen tot een scenarioplan dat snel kan worden gemaakt en bruikbaar is voor verschillende uitkomsten van het programmatische en het ruimtelijke afwegingskader.
Naast de programmatisch en de ruimtelijke randvoorwaarde speelt als een soort algemene noemer het begrip duurzaamheid een belangrijke rol. Omdat de drie invalshoeken thans ieder een eigen ontwikkelingslijn hebben binnen het project is het risico groot dat de resultaten van de afzonderlijke trajecten elkaar tegenspreken. In dit voorstel wordt op elk traject afzonderlijk ingegaan, er wordt stil gestaan bij de mogelijke conflicten ertussen om tenslotte uit te komen bij een andere meer integrale benadering van de opgave met een grotere kans op succes.

1. Programma
Een goede analyse op basis waarvan een omvang kan worden bepaald voor het te ontwikkelen bedrijventerrein MH is op dit moment niet voorhanden. We moeten het doen met oud onderzoek en doorgetrokken ambities. In het streekplan is de omvang van dit terrein bepaald aan de hand van de provinciale raming van de vraag naar zeehaventerreinen (ETIN/TNO). Zij baseren hun raming op de bedrijfslocatiemonitor van het Centraal Planbureau. De vertaling van die monitor naar een omvang van Moerdijkse Hoek is moeilijk te maken.
De markt en zeker de ontwikkeling ervan laten zich niet vangen in voorspellingen en trendberekeningen.
Ook hier geldt dat het hebben van 10 hectare uitgeefbare grond veel meer waard is dan het hebben van plannen voor 100 hectare. Bedrijven die een nieuwe vestigingslocatie zoeken kijken naar de vestigingsvoorwaarden waarvan één van de belangrijkste is: de beschikbaarheid ervan.
Beschikbaar terrein is vooral en in de eerste plaats te vinden op bestaand bedrijventerrein wat niet wordt gebruikt of slechts wordt gebruikt als reserveterrein. Dat geldt ook hier: op Moerdijk I wordt nog grond met uitstekende multimodale bereikbaarheidskenmerken slechts gebruikt als strategische reserve.

2. Ruimtelijk kader
Voor Moerdijk en haar omgeving worden in meerdere ruimtelijk-kaderstellende plannen toekomstvisies beschreven en in plankaarten vastgelegd. Deze plannen zijn niet allen eenduidig en soms werken ze elkaar zelfs tegen. Het is moeilijk om aan de hand van die plannen te bepalen wat we als provincie nu werkelijk willen met de ontwikkeling van Moerdijk en omgeving. Een weloverwogen keuze voor de meest gewenste ruimtelijke invulling van de taakstelling voor Moerdijk 2 en de ruimtelijke inpassing ervan is nauwelijks te maken.

De streekplankaarten 1 en 2 uit 2002 zijn (mede) uitgangspunt voor de uitwerkingsplannen van zowel het streekplan als het ambitieplan.
De uitwerkingsplannen stedelijke regio’s als ook de delen van de ambitiekaarten Brabant West / Delta zijn hier weergegeven en worden integraal als onderlegger in dit voorstel gehanteerd.
Om meer grip te krijgen op dit probleem is de ruimtelijke context als gevolg van die verschillende plannen in samenhang in beeld gebracht. Uitgegaan is van de volgende documenten: het streekplan (in twee kaarten), de ontwerp-uitwerkingsplannen voor het gebied Geertruidenberg-Moerdijk, Halderberge en Steenbergen, Brabantse Buitensteden en Woensdrecht, en het Ambitieplan Brabantse Delta.
Ruimtelijke thema’s

Wanneer deze verschillende kaarten over elkaar worden geprojecteerd en gestudeerd wordt op de overeenkomsten en verschillen, dan worden een aantal belangrijke ruimtelijke thema’s duidelijk. Het gaat om:
– het water; de grens tussen water en land;
– de grondsoort; de overgang van klei naar zand;
– de huidige infrastructuur;
– het huidige landschap.
Deze thema’s zijn bepalend bij het vinden van een oplossing voor de ruimtelijke inpassing van het nieuwe bedrijventerrein.

Met deze ondergronden en de hieruit afgeleide ruimtelijke thema’s is tijdens bijeenkomsten in de regio getracht om met lokale deskundigheid grip te krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden om in dit kwetsbare gebied te komen tot een verantwoorde inpassing van een nieuw industrieterrein.

3. Duurzaamheid
Tijdens de bijeenkomsten in de regio zijn we tot de conclusie gekomen dat binnen het zoekgebied het niet mogelijk is om 600 hectare op verantwoorde duurzame wijze te kunnen inpassen. Het zoekgebied met de waardering en erkenning van belangrijke en duurzame gebieden geeft beperkingen in de haalbaarheid en de inpasbaarheid van 600 ha. Dat is na te gaan aan de hand van de volgende kaarten.

De duurzaamheid van ruimtelijke ontwikkelingen is onder meer afhankelijk van de mate waarin rekening wordt gehouden met het ruimtelijk beleidskader en aanwezige ruimtelijke thema’s. Wanneer duurzaamheid als uitgangspunt wordt genomen zou bouwen in het laag-landschapsonderdeel bijvoorbeeld niet mogelijk zijn. Hierdoor is al een groot gedeelte van het zoekgebied voor Moerdijk 2 ongeschikt voor de ontwikkeling tot industrieterrein.

Nog afgezien van de eisen die aan de multimodaliteit van het toekomstige bedrijventerrein moeten worden gesteld kan worden geconstateerd dat er simpelweg niet voldoende ruimte is om te komen tot een verantwoorde inpassing. Zelfs wanneer alle ideeën die behoren bij een ‘vernieuwend duurzaam bedrijventerrein’overboord worden gezet, dan nog is het niet mogelijk om op de lokatie tussen Moerdijk en Zevenbergen in de zuidwest oksel van de A16 en A17 600 hectare te vinden. Naar onze overtuiging is binnen dit zoekgebied maximaal 350 hectare op een verantwoorde manier in te passen. Vooraleer we daartoe besluiten het echter beter eerst eens verder te studeren op de combinatiekaarten die we nu toch hebben gemaakt.

C. Integrale gebiedsbenadering
Wanneer wordt gekeken naar de verschillende ruimtelijke thema’s die voor dit gebied van belang zijn kunnen hieruit de beperkingen en mogelijke oplossingen m.b.t. de inpassing van nieuwe bedrijven in het gebied verder worden afgeleid.
Heironder worden enkele thema’s van het gebied en het project besproken. Hierbij wordt toegewerkt naar een integrale oplossing waarbij het programma, het ruimtelijk kader en de duurzaamheid een onlosmakelijk geheel gaan vormen.

1. Grens tussen water en land
Wat ons opvalt, is dat er in de plannen op verschillende wijzen wordt gewezen op de bijzondere kwaliteit van de rand tussen water en land: de kust van Brabant. Wij zouden die kust als thema een prominente plaats willen geven in de verdere uitwerkingen.

2. Infrastructuur
Wegen en water structureren het landschap en bieden de beste aanknopingspunten voor de bepaling van verdere ontwikkelingsmogelijkheden.
Bijvoorbeeld als er gezocht zou moeten worden naar locaties voor kleinere bedrijventerreinen en /of kassencomplexen, zijn bestaande wegen met op- en afritten erg belangrijk (knooppunten).

Ook is van belang dat bestaande waterlopen zoveel mogelijk overeind blijven. Het gebruik van kleigronden kan alleen bij goede afwatering.

3. Studie ruimtelijke inpassingmogelijkheden (buro Lubbers)
Door het Buro Lubbers is een waardevolle analyse gemaakt van de kwaliteiten van het grondgebied en zijn de landschappelijke dragers van het nieuwe bedrijventerrein in kaart gebracht. Voortbordurend op die analyse kan worden bepaald in welke volgorde de in het studiegebied aanwezige gronden geschikt zijn om te gebruiken als bedrijventerrein. Met andere woorden: met de studie van Lubbers kan worden bepaald welke mogelijkheden er zijn om een bedrijventerrein van enige omvang in het studiegebied te realiseren.

Lubbers, model 1 Lubbers, model 2a Lubbers, model 3b

D. Zuinig ruimtegebruik
De ruimte is schaars, en de ambities in West-Brabant zijn talrijk, zoals is te zien uit de voorgaande plaatjes. Ons idee is om bestaande bedrijvigheid optimaal te benutten. Uit de luchtfoto van het huidige bedrijventerrein blijkt dat veel ruimte nog onbenut is.

Dit is voornamelijk ruimte van bedrijven die een strategische voorraad hebben ingekocht. Hoewel dat bedrijfseconomisch wel begrijpelijk is leidt het tot de ongewenste situatie dat optimaal ontsloten industrieterrein braak blijft liggen en dat minder interessante locaties moeten worden ontwikkeld om aan de vraag te voldoen of om aanbod te hebben.

Wij pleiten ervoor zoveel mogelijk het huidige bedrijventerrein voor gebruik te optimaliseren.

E. Oplossingsrichting
Het gaat om het aanbrengen van een hiërarchie in argumenten.
De belangrijkste argumenten worden bepaald door de ruimtelijke kenmerken; aan de hand daarvan kan een mogelijke volgorde worden bepaald.
Een verantwoorde inpassing van het bedrijventerrein nabij Moerdijk dient hoe dan ook gefaseerd te geschieden. De eerste stap is het in kaart brengen van de mogelijkheden om braakliggende grond te verwerven of door ruiling te verkrijgen. De tweede stap bestaat uit het tot ontwikkeling brengen van uitbreidingslocaties, zoveel mogelijk aansluitend op Moerdijk 1. Ten derde wordt uitbreiding gezocht binnen het minst kwetsbare gebied uit het onderzoek van Grontmij/Lubbers. Mochten deze drie fasen nog niet voldoende uitgeefbare grond opleveren dan moet voor het tekort een oplossing elders in West-Brabant worden gevonden.

E.e.a. kan worden geïllustreerd met het volgende kaartje

Voor het invullen van de rode bollen buiten het grondgebied van Moerdijk I kan de ruimtelijke analyse van Lubbers c.s. worden gebruikt.

F. Projectorganisatie
De procedure
De regie van het project is niet overtuigend. Binnen de cie Moerdijkse Hoek heerst vaak een Babylonische spraakverwarring en verbazing over de volgorde van stappen. Dat komt een gedegen bestuurlijke voorbereiding niet ten goede, en heeft al een aantal malen geleid tot vervelende consequenties waaronder o.a. een voor niemand acceptabele behandeling van de aanbesteding MER in PS. We stellen de volgende verbeteringen voor:
1. Maak een update / status quo beschrijving per datum heden;
2. Breng daarin de procedures voor MER, duurzaamheid, ruimtelijk kader en besluitvorming eenduidig interpretabel in kaart en geef aan op welke wijze en op welk moment ze elkaar beïnvloeden;
3. Communiceer volgens welke planning en procedure het werk zal worden vervolgd;
4. Leg tevens vast wie op welk moment waarvoor verantwoordelijk is;
5. Zorg voor een goede regie van de commissiebijeenkomsten waarin vooral onderscheid wordt gemaakt tussen: informatieverstrekking, opiniërende advisering, voorbereiding besluitvorming;
6. Positioneer elk vervolgdocument op een duidelijke wijze binnen dit organisatorisch kader .

Te besluiten

Besluit A
Voorgesteld wordt om de ontwikkeling van het bedrijventerrein Moerdijkse Hoek te stroomlijnen op basis van de volgende uitgangspunten:

1. Bepaal de omvang van het bedrijventerrein en de fasering van de ontwikkeling na kennisname van de resultaten van de MER-studie;
2. Beschouw de huidige ruimtelijke studie als ondergrond en inpassingskader voor het bij 2 bepaalde aantal hectares zodanig dat bedrijventerreinontwikkeling slechts toe wordt gestaan binnen het minst kwetsbare gebied;
3. Onderzoek de mogelijkheid braakliggende terreinen op Moerdijk 1 door ruiling of anderszins te verwerven zoals gesuggereerd in de plannen van het havenschap Moerdijk en maak een statusoverzicht per 1 maart 2005 van beschikbare bedrijventerreinen in West Brabant;

Besluit B
Het college van GS wordt opgedragen de projectstructuur, de projectplanning en de verdeling van de verantwoordelijkheden te herijken opdat meer duidelijkheid wordt verkregen over wat we doen, wanneer we dat doen en waarom we dat doen:
– Maak een update per 1 maart 2005.
– Maak een overzicht voor de vervolgstappen met de verantwoordelijkheden en besluiten.
– Koppel hier een communicatieoverzicht aan.

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

Artikel BN/De Stem: PvdA over Moerdijkse Hoek ‘Geplande locatie is te klein’. 2004

Door Frank Timmers

ZEVENBERGEN – De Moerdijkse Hoek is te klein om er 600 hectare industrieterrein op aan te leggen. Dat vindt de PvdA-fractie van de Provinciale Staten.

De partij wil dat er eerst gekeken wordt naar de ruimte die op industriegebied Moerdijk I braak ligt. Johan Stalknecht van de PvdA-fractie in de provinciale staten: ,,En dan moet er niet alleen gekeken worden naar de beschikbare grond. maar ook naar de grond die bedrijven in hun bezit hebben voor mogelijke toekomstige uitbreidingen, de strategische reserve.‘ De partij stelt een ruil voor met terreinen die op een grotere afstand liggen. Bedrijven met strategische reserve nemen die grond over en het braakliggende terrein naast hun bedrijf wordt door andere bedrijven volgebouwd.
De PvdA presenteerde het plan gistermiddag tijdens de vergadering van de commissie Moerdijkse Hoek. Behalve de grondruil stelt de PvdA ook voor om te onderzoeken of Moerdijk I uitgebreid kan worden. Stalknecht: ,,En pas daarna willen we kijken
of in de Moerdijkse Hoek op d minst kwetsbare locaties industrie moet worden aangelegd.‘ De PvdA maakt deel uit van de provinciale coalitie en heeft ingestemd met het bestuursakkoord voor de aanleg van duurzame industrie in Moerdijkse Hoek. De partij wil met het plan geen bom onder dat akkoord leggen. Gedeputeerde Staten mag van de partij gewoon doorgaan met de plannen voor Moerdijkse Hoek. ,Daarnaast willen we creatie meedenken. Nu hollen we al commissie Moerdijkse Hoek achter iedere stap van Gedeputeerd Staten aan.‘ Volgens de PvdA I in de Moerdijkse Hoek ruimt voor driehonderd tot vierhonderd hectare industrie, terwijl zeshonderd hectare nodig is. Als het niet lukt om deze zeshonderd hectare bedrijven in Moerdijk kwijt te kunnen, wil de PvdA ook naar andere locaties in West-Brabant kijken. Stalknecht noemt de Borchwerf in Roosendaal als voorbeeld. De partij wil voorkomen dat de plannen over de vastgestelde grenzen van d Moerdijkse Hoek gaan. In vier van de vijf tekeningen die de bureaus Lubbers en Grontmij onlangs presenteerden werd die grens overschreden.