Tagarchief: Windenergie

Artikel BN/De Stem: Plan industrieterrein Moerdijk kan nog iets beter

Auteur: door Henk den Ridder

MOERDIJK – De gemeente Moerdijk moet nogmaals onderzoeken of er op het haven- en industrieterrein Moerdijk op meer dan één plaats windmolens kunnen worden gezet.
Dat is een van de aanbevelingen van de landelijke Commissie voor de Milieu Effect Rapportage. De commissie vindt dat de gemeente Moerdijk op de goede weg is met het nieuwe bestemmingsplan voor het industrieterrein. Maar op een aantal punten mist de commissie de verdieping.De gemeente is bezig met een nieuw bestemmingsplan voor de industriezone Moerdijk. Daarbij is veiligheid het centrale uitgangspunt,

Artikel BN/De Stem: ‘Een van mooiste dijkjes is nu om zeep geholpen’

ZEVENBERGSCHEN HOEK – ‘Ze hebben een van de allermooiste dijkjes gewoon om zeep geholpen.’ Lieke du Bois kan er nog steeds niet over uit wat ‘ze’ met de Pelgrimsdijk hebben gedaan.
In juli kondigde de gemeente aan dat de beplanting aan de Pelgrimsdijk zou worden gerooid. Bomen en hoge struiken vormen een belemmering voor het gebruik van de weg, was het argument.

Lieke du Bois herkent dat: “Ik denk dat de boeren er last van hadden. De beplanting werd ook weleens met zo’n verticale schijf gesnoeid.”

Juist door die beplanting was het dijkje erg geliefd bij fietsers en natuurliefhebbers. “Heel veel puzzeltochten kwamen over deze dijk. Met sneeuw, in de winter, is het z0 prachtig hier. Iedereen maakte foto’s”, zegt Du Bois.

Ze zegt dat het maaibedrijf alles tot 2 meter zou laten staan. De praktijk wijst uit dat zowat alle beplanting is omgezaagd.

Rien Smits van de Organisatie voor Particulier en Agrarisch Natuurbeheer erkent dat laatste. Het lage groen was van slechte kwaliteit en de verwachting is dat het achtergebleven groen langs de dijk volgend jaar weer genoeg uitloopt om van een groene wand te kunnen spreken. Er worden geen nieuwe bomen geplant.

Artikel BN/De Stem: ‘Molens in rechte lijn zijn minst storend’

BREDA – Waarom ervaren veel mensen windmolens in het landschap als storend?
Omdat ze vaak op een kluitje bij elkaar ergens worden neergezet en dat wordt het direct zo massaal, zegt Henk Daalder, projectleider van ODE, de Nederlandse vereniging van windmolencoöperaties. Volgens Daalder is er een manier denkbaar waardoor windmolens veel minder opvallen: door ze in een vloeiende lijn te plaatsen, op gepaste afstand achter elkaar. Liefst over een flinke afstand waardoor je veel windmolens kunt plaatsen.

Daalder noemt zijn idee dat hij overal waar hij komt enthousiast uitdraagt, de ‘Guldenlijn’. “Belangrijk is natuurlijk wel dat de burger mee moet kunnen bepalen waar die lijnen moeten komen. En de burger moet ook de mogelijkheid krijgen om mee te doen. Mee investeren en daarna meedelen in de opbrengst. Want zonder draagvlak lukt het niet.”

Daalder tovert een kaart van Nederland tevoorschijn waarop her en der groene strepen staan ingetekend. Allemaal Guldenlijnen, liggend op ten minste 8 kilometer van elkaar. “Heel belangrijk”, weet Daalder. “Want dat is de afstand waarop je de volgende lijn niet meer ziet. Zo hou je gevoel van ruimte.”

Volgens de fervent voorstander van windenergie is er op die manier in Nederland nog plaats voor een paar duizend windmolens. En niet alleen op winderige plekken zoals West-Brabant of de Wadden-eilanden. “Dat denken mensen vaak. Maar ook op de zandgronden in Oost-Brabant, waar ik woon, kun je windmolens plaatsen. Je moet het type alleen wel aanpassen.”

In West-Brabant blijkt een lijn te lopen die grofweg loopt van Stavenisse op Tholen tot aan Waspik. “Die heb ik daar ingetekend, omdat dat het dunbevolkste deel van West-Brabant is. Maar is het maar een suggestie en niet besproken met de bewoners.”

Artikel BN/De Stem: Gemeenten pas op uw tellen!

West-Brabantse gemeenten moeten op hun qui-vive zijn. Als ze niet uitkijken, geven het Rijk en de provincies grote bedrijven straks de vrije hand om de regio vol te bouwen met windmolens, waarschuwt deskundige Henk Daalder.
Dit is onbespreekbaar, foeterde wethouder Jan van Meggelen van de gemeente Drimmelen nadat de provincie Noord-Brabant hem net voor de zomervakantie had laten weten dat er mogelijk veertien windmolens in de Zonzeelsepolder gebouwd gaan worden.

Dat was tegen het zere been van de wethouder en de rest van de gemeenteraad, die kort daarvoor nog duidelijk had gemaakt dat ze helemaal geen windmolens in de polder wil.Hooguit een paar nieuwe molens langs de A16 of A59. Dat was alles waarover met Drimmelen te praten viel.

Toch is de kans groot dat de windmolens in de Zonzeelse polder er gewoon komen. Want de spelregels voor de bouw van nieuwe windmolens zijn aan het veranderen. De zeggenschap of ergens wel of niet mag worden gebouwd, ligt straks niet meer bij de gemeente, maar bij de provincie (als om een middelgroot windmolenpark gaat) of bij de rijksoverheid als het om een groot park gaat.

Dat Drimmelen het kind van de rekening dreigt te worden, mogen de plaatselijke bestuurders zichzelf aanrekenen, vindt Henk Daalder, projectleider van ODE, Wind voor Iedereen. ODE is een organisatie die zich inzet voor de bouw van nieuwe windmolens waar ook de gewone burger in kan investeren én op die manier meedeelt in de opbrengst.

Daalder: “Drimmelen had de kans om zelf met initiatieven voor nieuwe windmolens in de gemeente te komen. Maar als je dat nalaat, loop je het risico dat anderen het voor je gaan doen. Dat zouden andere poldergemeenten in West-Brabant zich ook eens wat beter mogen realiseren.”

Want West-Brabant is een goudmijn voor commerciële windparkontwikkelaars, waarschuwt de windenergiedeskundige uit het Oost-Brabantse dorpje Gerwen, onder de rook van Eindhoven. “Niet eens omdat het er veel waait, dat doet het op veel meer plaatsen in Nederland, maar omdat het zo dunbevolkt is.”

De regio in de toekomst volgebouwd met windmolens? Dat lijkt weinig aannemelijk met het huidige kabinet dat gedoogd wordt door de PVV die niets van die ‘subsidieslurpende’ windmolens moet hebben. “Luister”, reageert Daalder, “We zitten als Nederland nu op 4% duurzame stroom, dat moet in 2020 37% zijn. Dat zijn binnen negen jaar een paar duizend extra windmolens.”

Met name Moerdijk gooit hoge ogen bij het Rijk. Het vorige kabinet wees de gemeente al aan als één van de elf concentratiegebieden in Nederland waar een nieuw, groot, windmolenpark zou moeten verrijzen. Tot afgrijzen van veel lokale politici die direct aangaven daar niet mee akkoord te gaan.

Maar volgens Daalder helpt verzet in de toekomst niet meer. “De gemeenten hebben bij dit soort grote plannen straks simpelweg niets meer te vertellen. Daarom doen ze er veel verstandiger aan zelf met initiatieven te komen. Als je als gemeente zelf met een windmolenplan komt, is de kans veel kleiner dat het Rijk nog eens besluit om bij jou zo’n groot park te gaan bouwen.”

Zelf het initiatief nemen, heeft volgens Daalder nog een ander voordeel. “Het geeft je de mogelijkheid je eigen burgers bij zo’n windmolenplan te betrekken. Geef ze de mogelijkheid om mee te investeren en te profiteren van de opbrengsten. Drie- tot vijfduizend euro investeren, levert twintig jaar gratis duurzame stroom voor een gezin op.”

Dat het merendeel van de Nederlanders per definitie weinig op heeft met een windmolenpark bij hem of haar in de buurt, berust volgens Daalder op een misverstand.

“Omdat de tegenstanders het hardste roepen, lijkt het vaak alsof de Nederlander niets met windenergie heeft. Maar het tegendeel is waar. Uit onderzoek blijkt dat de Nederlanders in vier groepen te verdelen zijn: 20 procent is altijd voorstander van een windpark, omdat ze duurzame energie toejuicht, 30 procent vindt windmolens oké, mits het zakelijk en eerlijk geregeld wordt, 35 procent is niet geïnteresseerd en maakt het eigenlijk allemaal niks uit en maar 15 procent is echt tegen.”

Artikel BN/DeStem: Testcircuit Moerdijk groter van opzet

door Henk den Ridder dinsdag 21 juni 2011

MOERDIJK – De plannen voor een test- en trainingsbaan voor auto- en motorrijders langs de A16 bij Moerdijk zijn flink uitgebreid.
Twee jaar geleden was er louter sprake van een oefenbaan voor bestuurders van gewone auto’s en motoren. Zij zouden op de oefenbaan dingen mogen doen die op de openbare weg verboden zijn, zoals lekker scheuren, onderlinge wedstrijdjes en driften.

Initiatiefnemer de stichting Osra ontdekte dat het draagvlak groter zou worden als er ook maatschappelijke taken aan de oefenbaan zouden worden toegevoegd.

Dus is nu ook sprake van een rijschool, een samenwerking met ROC West-Brabant en andere onderwijsinstellingen, hoogwaardige automotive-bedrijven en oefenfaciliteiten voor hulpdiensten.

Na een lange loopbaan in de bouw werd Dordtenaar Hans Verheul door directeur Huub Vermeulen van de Rensportschool Zandvoort en CDA-Europarlementariër Wim van de Camp gevraagd zitting te nemen in de stichting Oprichting Speciale Rijvaardigheids Accommodaties (Osra).

“Er zijn motorrijders die nu clandestien lekker plat gaan in bochten van snelwegen”, zegt Verheul. Ook zijn er autorijders die onderling sprintwedstrijdjes houden of die graag slippend over het asfalt gaan. Dat mag niet.

Als deze mensen op een echt circuit willen gaan rijden zijn ze zo 200 tot 300 euro kwijt. “Wij willen een oefenbaan waar ze voor een paar tientjes terecht kunnen. Daarom spreken we van het ‘tientjescircuit’. Alleen bestemd voor straatgelegitimeerde voertuigen. Ook CDA-Europarlementariër Wim van de Camp – zelf een verwoed motorrijder – zag wel iets in onze plannen.”

Samen met Van de Camp zocht Verheul naar zogeheten ‘infrastructurele restruimte’. Ofwel stukken grond zonder een functie voor wonen, bedrijven of kantoren.

Ze kwamen uit op een perceel van 50 hectare tussen de A16, het hsl-spoor en het Hollandsch Diep, vlakbij het station bij Zevenbergschen Hoek.

Grond van Marcel en Rian Cornelissen. Dit boerenpaar staat niet afwijzend tegenover een nieuwe functie voor het land en voor zichzelf.

Uit een eerste geluidsrapport bleek volgens Verheul dat de oefenbaan voor vrijwel geen extra geluidbelasting zou gaan zorgen. Toch verwees de gemeente Moerdijk de groep naar de milieubeweging en andere belangengroeperingen. Verheul zegt dat de provincie het plan ziet zitten en daar aan toevoegt dat de locatie langs de A16 de beste in Brabant is. “Maar de provincie wijst erop dat eerst de gemeente Moerdijk iets moet vinden.”

Begin dit jaar besloot de stichting Osra het over een andere boeg te gooien. Om meer bestuurlijk en economisch draagvlak te krijgen werd besloten het project uit te breiden. “Onze plannen zullen een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van het bedrijventerrein voor Station Lage Zwaluwe”, zegt Verheul.

De oefenbaan bleef en werd uitgebreid met een rijschool, ontwikkelingsbedrijven en een oefenterrein voor hulpdiensten als de brandweer. Verheul zou het liefst vast een crashtender op de baan hebben. Dat is een brandweervoertuig dat doorgaans op vliegvelden wordt gestationeerd.

Osra zegt het plan al te hebben toegelicht aan de gemeente Moerdijk. De club realiseert zich als geen ander dat ze voorzichtig en betrouwbaar te werk zal moeten gaan. Weet dat veel mensen overlast vrezen.

Daarom wordt na de vakanties een publiciteitscampagne gestart die de tegenstand moet matigen. De baan vergt een investering van circa 10 miljoen euro. Daarover wordt al met vier grote financiers gesproken.

En dan is nog een exploitant nodig. “Moeilijk verhaal”, aldus Verheul. Want het gaat om een investering van miljoenen en de bezoeker wordt hoogstens een of twee tientjes gevraagd.”

Binnen driekwart jaar hoopt de stichting met een overtuigende haalbaarheidsanalyse te komen. “Het zal absoluut haalbaar zijn”, weet Hans Verheul zeker.

Je bent jong en je wilt wat stunten met je auto of je brommer. Dat gebeurt nu vaak illegaal, zoals hier een paar jaar geleden in Etten-Leur. Straks mag het allemaal op de testbaan langs de A16. archieffoto BN DeStem

Artikel Bn/Destem: Windmolens op de klei. 23-06-2010

West-Brabant is in beeld voor de bouw van een nieuw windmolenpark met circa honderd molens van minimal 120 meter hoog. Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerd rapport van het ministerie van VROM dat binnenkort wordt besproken met vertegenwoordigers van gemeenten en provincies.
Behalve West-Brabant zijn nog tien zogeheten concentratiegebieden aangewezen waar de komende
jaren nieuwe parken moeten verrijzen.
Het rapport, getiteld Ruimtelijk perspectief windenergie op land, moet de vastgelopen bouw van windmolens op het land weer vlot trekken. Nederland heeft zich ten doel gesteld in 2020 dertig procent van de elektriciteit duurzaam op te wekken, maar met de huidige groei van het windmolenarsenaal in ons
land wordt dat bij lange na niet gehaald. Om die dertig procent te bereiken moet over tien jaar 6.000 megawatt aan stroom door windmolens op land en nog eens 6.000 megawatt door molens op zee worden
geproduceerd. Op het land staan nu nog maar zo’n tweeduizend molens, bij elkaar goed voor nauwelijks 2.000 megawatt aan elektriciteit.
De huidige, grote windmolens wekken zo’n drie à vier megawatt per jaar op, waardoor er de komende
jaren nog zeker zevenhonderd molens bij moeten komen. VROM mikt daarbij op grote windmolenparken
met een honderdtal molens bij elkaar. Dat is een breuk met het huidige beleid dat ook de bouw van kleine groepjes windmolens toestaat. Het ministerie denkt zo de verrommeling van het landschap tegen te gaan.
Bij de keuze van de elf concentratriegebieden is op drie aspecten gelet. Het moeten gebieden zijn waar het goed en vaak waait en regio’s waar al windmolens staan.
Verder is het van belang dat het landschap open is, niet gehinderd door stedelijke bebouwing of bijvoorbeeld vliegzones.
Het kleigebied inWest-Brabant voldoet aan alle drie de eisen. Net als bijvoorbeeld Midden-Zeeland en de HoekseWaard die ook zijn aangewezen. OfWest-Brabant uiteindelijk wordt ‘uitverkoren’ en, zo ja, waar het windmolenpark dan komt te staan, is nog onduidelijk.
In het rapport wordt gesproken over het gebied ten noorden van de denkbeeldige lijn Tholen -Raamsdonksveer.
Plaatsen die in het rapport worden genoemd, zijn industrieterrein Moerdijk, het gebied langs het Schelde-Rijnkanaal, of langs de snelwegen A16, A17, A29 en de toekomstige A4. Brabants gedeputeerde ruimtelijke ordening Ruud van Heugten wilde gisteren nog niet reageren op de plannen uit Den Haag. ‘Maar dat zal binnenkort zeker gebeuren‘, zegt zijn woordvoerder.

Artikel Bn/Destem: ” Leuk plan, maar niet hier” . 23-06-2010

Bestuurders en bewoners in de regio staan bepaald niet te juichen bij de plannen om een grootschalig windmolenpark op de West-Brabantse klei te bouwen.
‘Luister‘, klinkt wethouder Cors Punt van de gemeente Moerdijk strijdbaar, ‘we hebben al zo verschrikkelijk veel windmolens binnen onze gemeente. Dat lijkt me, ook met de plannen
die nog in voorbereiding zijn, wel genoeg. Kortom: leuk plan, maar niet hier. En zeker niet op deze schaal. En mocht het ministerie ons willen dwingen?
Nou, dan zijn ze nog niet met ons klaar.‘ Ook Caroline Hendriks uit Fijnaart die zich eerder met flink
wat dorpsbewoners verzette tegen een eerder windmolenplan bij haar in de buurt, ziet niets in
de aanwijzing van West- Brabant.
Vooropgesteld: ik ben vóór duurzame energie. Maar weten ze wel wat er nog meer allemaal bij ons in de buurt staat gepland? De kassenbouw bij Dinteloord bijvoorbeeld.Wat blijft er op deze manier in vredesnaam van ons landschap over?‘

Artikel Bn/DeStem: Mogelijk groot windmolenpark in West-Brabant

door Peter Ullenbroeck. dinsdag 22 juni 2010

Windmolens. ANP

MOERDIJK – In de polders in West-Brabant wordt mogelijk een nieuw, grootschalig, windmolenpark gebouwd.

Het ministerie van VROM heeft West-Brabant aangewezen als één van de zogeheten elf concentratiegebieden voor nieuwe parken in Nederland. Het ministerie wil met de aanleg van grote nieuwe parken een inhaalslag maken op het terrein van windenergie.

Maar lokale bestuurders in West-Brabant zijn allesbehalve blij met de plannen. “Wij zijn zeker niet tegen duurzame energie. Maar het lijkt me dat we in Moerdijk al genoeg windmolens hebben”, aldus wethouder Cors Punt van Moerdijk.