Tagarchief: Windenergie

Artikel Bn/DeStem: Mogelijk groot windmolenpark in West-Brabant

door Peter Ullenbroeck. dinsdag 22 juni 2010

Windmolens. ANP

MOERDIJK – In de polders in West-Brabant wordt mogelijk een nieuw, grootschalig, windmolenpark gebouwd.

Het ministerie van VROM heeft West-Brabant aangewezen als één van de zogeheten elf concentratiegebieden voor nieuwe parken in Nederland. Het ministerie wil met de aanleg van grote nieuwe parken een inhaalslag maken op het terrein van windenergie.

Maar lokale bestuurders in West-Brabant zijn allesbehalve blij met de plannen. “Wij zijn zeker niet tegen duurzame energie. Maar het lijkt me dat we in Moerdijk al genoeg windmolens hebben”, aldus wethouder Cors Punt van Moerdijk.

Artikel BN/De Stem: Kansen voor windmolens bij Den Hoek

Door Henk van Ingen

MADE – Het bedrijf Raedthuys Windenergie BV uit Enschede heeft goede hoop dat het een windmolenpark mag aanleggen in de oksel van de A16/A59 nabij Zevenbergschen Hoek.

Alle obstakels die een belemmering vormden voor de komst van vier windturbines zijn weggenomen. Defensie gebruikt het gebied als laagvlieggebied. Maar Defensie heeft de bezwaren, die het had om in deze gebieden windmolenparken aan te leggen, laten varen. Een andere sta-in-de-weg waren de aanwezige huizen.

Maar die zijn verdwenen ten faveure van de verbreding van de A16. “We hebben in 2005 al een verzoek weggelegd bij de gemeente Drimmelen. Dat is in de parkeerstand gezet vanwege de laagvliegroute en aanpalende bewoning. Nu deze belemmeringen zijn weggenomen, hebben we een nieuwe aanvraag ingediend”, zegt directeur Arthur Vermeulen van Readthuys Windenergie.

De provincie Noord-Brabant heeft het gebied nog altijd uitgesloten voor windturbines.

Maar omdat er sprake is van gewijzigd beleid bij Defensie gaat de gemeente Drimmelen toch na in hoeverre er alsnog windturbines mogelijk zijn. Een verzoek daarvoor is in april richting Noord-Brabant gegaan. “We zijn nog in afwachting van een inhoudelijke reactie van de provincie”, zo valt te lezen in een brief aan de gemeenteraad.

Vermeulen heeft goede hoop op een voor zijn bedrijf gunstige uitkomst. “Nu alle obstakels zijn weggenomen, lijkt het logisch dat de windturbines er kunnen komen. Ik denk dat we een goede kans maken.” Als de plannen doorgaan, dan verrijzen er in de oksel van A16/A59 vier windturbines van elk honderd meter hoog. De totale investering bedraagt achttien miljoen euro. “Dat is inderdaad een behoorlijk investering”, zegt Vermeulen. “Maar ze moeten dan ook behoorlijk veel energie gaan leveren. Iedere windmolen levert drie megawatt stroom per jaar op.” Dat is ongeveer het stroomgebruik per jaar van 2000 huishoudens.

Artikel BN/De Stem: ‘De locatie is zo mooi, na de zomer gaat het gas erop’

door Hessel de Ree.

Rian en Marcel Cornelissen ijveren met de stichting OSRA voor de aanleg van een trainingsbaan op hun bedrijf langs de A16. Ze zijn de enige bewoners en gebruikers van het gebied.foto Gerard van Offeren/het fotoburo
Al vanaf 2006 blijkt een stichting onder leiding van CDA-politicus Wim van de Camp achter de schermen te ijveren voor de aanleg van een oefen- en behendigheidsbaan in de Klaverpolder bij Moerdijk.
In alle stilte, want de initiatiefnemers, die zijn verenigd in de stichting Oprichting Speciale Rijvaardigheids Accommodatie (OSRA), weten als geen ander hoe gevoelig deze materie ligt. Milieu- organisaties en buurtbewoners staan meestal niet te juichen bij plannen voor brullende motoren en gierende autobanden.

Nergens op haar site (www.trainingsbaan.nl) rept de stichting dan ook over een racecircuit, dat in brede kringen gelijk staat aan lawaaioverlast en milieuvervuiling. “Dat wordt het dan ook echt niet”, benadrukt Tweede Kamerlid en recent gekozen Europarlementariër Van de Camp.

Op het internet schrijft OSRA over zichzelf: “Als stichting zoeken we een oplossing voor weggebruikers die hun voertuigen meer zien dan alleen een vervoermiddel. In onze missie is de oplossing die we voorzien helder omschreven: Breng een laagdrempelige trainingsbaan tot stand, bedoeld voor straatlegale auto’s en motoren en andere voertuigen, op een goed bereikbare locatie in Zuid-West-Nederland.”

“Geen racewagens dus en geen racebaan met tribunes, maar een netjes in het landschap ingepast circuit voor gewone auto’s en motoren waarvan burgers voor een tientje gebruik kunnen maken en dat bijvoorbeeld ook geschikt voor bedrijfsuitjes, tests en trainingen”, benadrukt Marcel Cornelissen nog maar eens. Hij is de melkveehouder op wiens ruim vijftig hectare grote gras- en akkerland de trainingsbaan is gepland. Marcel en zijn vrouw Rian werken zij aan zij met de stichting. Ze zien een overstap van de veehouderij naar de gemotoriseerde wereld helemaal zitten.

OSRA komt niet toevallig in Moerdijk uit. “We willen per se in Zuid-West-Nederland zitten, ergens tussen de circuits van Zandvoort, Assen en België in”, legt Van de Camp uit. Aanvankelijk zou de trainingsbaan op de Maasvlakte komen. “Maar de aanleg van de Tweede Maasvlakte dwarsboomde dat.” De politicus vindt het vogelweidegebied bij Moerdijk een ideale plek: “Het is een infrastructurele restzone, ingeklemd tussen de snelweg A16 en twee drukke spoorbanen en minstens twee kilometer van de woonkernen Moerdijk en Zevenbergschen Hoek.” Uit een voorlopige studie blijkt volgens Cornelissen dat het geluid van de oefenbaan nagenoeg wegvalt bij dat van de altijd zoemende snelweg. “Er is volop parkeergelegenheid en de bereikbaarheid, bij de aansluiting van twee snelwegen, is perfect.”

Het was een reeks dodelijke ongevallen met motorrijders op de A4 die Van de Camp, zelf fervent motorrijder, op het idee bracht van het ‘tientjescircuit’. Ook klachten van buurtbewoners over stuntende motorrijders, zoals bij de op- en afritten van de A58 bij Zegge, spelen een rol. “De trainingsbaan biedt de mogelijkheid om dingen met je voertuig te doen die op de openbare weg gevaarlijk en ongeoorloofd zijn”, belicht de site de ideële kant van de zaak.

Hoe veel de aanleg van de multifunctionele baan kost en hoe die er precies uit komt te zien, staat nog niet vast. Maar geld speelt volgens Van de Camp geen rol: “We hebben diverse bronnen voor financiering.” De ervaren politicus weet waar het project wél bij staat of valt: “Bij de lieve vrede met de gemeente Moerdijk. Want die moet wel meewerken.” Wethouder Louis Koevoets is desgevraagd kort maar krachtig over het Initiatiefplan Klaverpolder: “Het past niet in het bestemmingsplan. Dus heb ik gezegd dat ze eerst naar de provincie moeten gaan en dat ze zelf dienen te zorgen voor maatschappelijk draagvlak. Als ze met positieve adviezen terugkomen, vind ik het prima.” Zelf heeft de wethouder al de meningen van de Dorpsraad Moerdijk en de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk gepeild. Die waren afwijzend.

“Wij zitten niet te wachten op nóg meer overlast, met name voor de bewoners van het dorp Moerdijk. Die krijgen het met het industrieterrein en het nieuwe logistiek park toch al voor hun kiezen. Daar hoeft het geluid van scheurende motoren niet bij te komen”, oordeelt woordvoerder Kees Nieuwenhuizen van de SBBM. Van de Camp zegt dat deze boodschap inmiddels klip en klaar is overgekomen. Zijn stichting gaat begint daarom binnenkort met een informatie- en charmeoffensief in de richting van buurtbewoners, ondernemers en milieuorganisaties. “We zullen ze ervan overtuigen dat de trainingsbaan geen overlast veroorzaakt maar een aanwinst is. De locatie is zo mooi. Na de zomer gaat het gas erop.”

Artikel BN/DeStem: ‘Regie op windenergie is zoek’

door Wim van den Broek

HEIJNINGEN – Michael Daamen woont in de rustieke Oud Dintelsepolder aan de Slobbegorsedijk op een paar honderd meter van het beoogde windpark Oud Dintel vandaan.
Hij is een groot voorstander van duurzame energie, dus ook van windenergie.

“Het probleem zit hem niet zozeer in deze locatiekeuze als wel het feit dat de gemeente Moerdijk de regie op windenergie volkomen is kwijt geraakt.”

Daamen weet waarover hij praat. In het dagelijks leven adviseert hij uitvoeringsorganisaties op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, natuur en landschap. Maar in zijn eigen gemeente worden zijn adviezen – letterlijk – in de wind geslagen. “Moerdijk baseert zich bij haar windvisie op sterk verouderde gegevens. De windmolentjes, die in 2000 achter de boerderij werden gebouwd zijn toch net even anders dan de ‘Eiffeltorens’ van 150 meter, die ze nu overal in het land in slagorde oprichten. Het zijn compleet andere objecten geworden. Moerdijk moet daar totaal nieuw beleid op maken.”

Aan de Roleplaatweg wil Raedthuys zes windturbines op een rij zetten. Daamen hekelt het gevoerde hapsnap beleid. “Hier een windparkje, daar een windparkje. Zodra een windenergieproducent of grondeigenaar zich tot een gemeente wendt, worden serieus de mogelijkheden onderzocht. Zo verkwanselen we het landschap. Een flinke rij windmolens in de Flevopolder is een heel ander zicht. Ik heb net zo veel last van de molens aan de Sint Antoinedijk op Halderbergs grondgebied als hier. Maar verder kijken dat de gemeentegrens lukt de lokale overheid kennelijk niet.”

Dan is er nog het verschil in milieubeleving. “Die valt altijd positief uit voor hen, die economisch belang hebben bij een windpark.”

Daamen hoopt via buurtoverleg, waarin ook Caroline Hendriks een actieve rol heeft, te komen tot een gemeentelijk platform duurzame energie. “In de gemeentelijke visie Moerdijk in 2030 wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept over duurzaamheid. De ontwikkelingen staan niet stil. Biovergisting, zonne-energie of koud- en warmteopslag bijvoorbeeld. Rijk Zwaan doet het al. Nu Moerdijk nog.”

De buurtbewoners bijeen in de polder aan de Slobbegorsedijk, waar Raedthuys Windenergie plannen heeft voor maximaal zes windmolens.foto Chris van Klinken/het fotoburo

Artikel BN/De Stem: ‘Noordelijke randweg geen oplossing’

door Mariëtte den Engelse.

Ronald van der Stroom bij de vloeivelden. foto Robert van den Berge/het fotoburo

ZEVENBERGEN – De Vereniging Belangen Buurtschap Achterdijk (BBA) uit Zevenbergen is verbijsterd.
Uit de krant moest ze deze week vernemen dat wethouder Louis Koevoets een overeenkomst heeft getekend met de provincie over de aanleg van de noordelijke randweg. De bewoners strijden al jaren tegen de randweg die vlak langs of wellicht zelfs over hun woningen komt.

“En nu is er met ons als direct betrokkenen geen enkel contact geweest over de voortgang van de plannen”, stelt voorzitter Ronald van der Stroom van BBA. Er ontbreekt volgens de vereniging een afgerond verkeersonderzoek naar de alternatieven. Ook is er geen duidelijkheid over de vloeivelden. “Die zijn deels beschermd, er rust een ecologische hoofdstructuur op. Als de gemeente dat wil laten vervallen dan moet dat gecompenseerd worden.”

De vereniging begrijpt dat bewoners uit het centrum nu verkeersoverlast ondervinden en dat daar een oplossing voor moet komen. Maar de noordelijke randweg is geen oplossing, meent BBA. “De verkeershinder wordt verplaatst van de kom naar de Achterdijk. Bovendien zorgt de randweg voor meer sluipverkeer. Het wordt makkelijker om binnendoor van de A17 naar de A16 te rijden.” Alternatieven zijn aangedragen. Een zuidelijke randweg bijvoorbeeld. Volgens de BBA veel beter want je vangt het verkeer vanuit Etten- Leur en Prinsenbeek op. “Maar de weg is wel zes kilometer langer en dat kost geld.”

Ook het bestaande tracé verbeteren is een optie. “We wachten nog op de resultaten van een verkeersonderzoek”, stelt Van der Stroom.

Het tracé van de randweg staat nog niet vast. Beginpunt is de rotonde bij bedrijventerrein Zwanengat. Op de vloeivelden wil de gemeente een park aanleggen maar daar heeft de BBA weinig vertrouwen in. “Als je een randweg dwars over het gebied aanlegt, blijft er van de natuurkwaliteit van de velden weinig over.”

Artikel BN/De Stem: Tegen bedrijventerrein. Achterdijk bundelt protesten. 2004

Door Frank Timmers

ZEVENBERGEN – De vereniging Belangen Buurtschap Achterdijk (BBA) is gisteren opgericht als protestclub tegen het plan om ten noorden van Zevenbergen, rondom de oude suikerfabriek, een bedrijventerrein aan te leggen.

Behalve bedrijven wil de gemeente ook een nieuwe weg aanleggen als alternatief voor de huidige provinciale weg. Deze noordrand kruist De Langeweg vanaf de nog aan te leggen oostrand en loopt over de spoorlijn, Achterdijk en Roode Vaart naar de provinciale weg.
De vereniging BBA wil dat de gemeente nog eens goed nadenkt over dit plan. ,,We willen graag naar alternatieven kijken‘, zegt voorzitter R. van der Stroom van de vereniging BBA.
Daarbij vraagt hij zich af of de verkeersdruk niet flink afneemt als de A16 helemaal klaar is. Nog meer steekt het de voorzitter dat er 41,6 hectare bedrijventerrein is gepland. bovenop Koekoek I dat al bebouwd wordt. De bewoners van de Achterdijk, Koekoeksedijk en De Langeweg komen er eerlijk voor uit dat ze graag in hun rustige omgeving willen blijven wonen.
,,Voor Zevenbergen zelf vinden we het goed dat er een groene buffer is tussen het woongebied en de industrie. Het plan sluit aan op de Roode Vaart en dus op industriegebied Moerdijk I. Als Moerdijk II wordt aangelegd, is dat reden te meer om hier geen bedrijvigheid te realiseren, aldus Van der Stroom.
Het bestuur heeft gesprekken gevoerd met de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk (SBBM), die stichting streeft hetzelfde doel na. Van der Stroom: We hebben afgesproken dat zij zich concentreren op de Moerdijkse Hoek en wij op ons gebied.‘
Vorige week zijn de buurtbewoners samengekomen. 28 Huishoudens zijn lid geworden. Vooral in het gebied waar de bedrijven gepland zijn, is iedereen lid. Met eerste dat bet aangestelde bestuur gaat doen, is gesprekken voeren op bet gemeentehuis met ambtenaren. Ook de politieke partijen worden benaderd.

SBBM: voorontwerp bestemmingsplan. 11-07-2004

Aan Burgemeester en Wethouders van de gemeente Moerdijk
Pastoor van Kessellaan 15
4761 BJ Zevenbergen

Onderwerp: voorontwerp bestemmingsplan
“Stationsgebied Lage Zwaluwe e.o.”

Zevenbergen, 11 juli 2004

Geacht College,

Hierbij maken wij gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het voorontwerp van het bestemmingsplan “Stationsgebied Lage Zwaluwe en omgeving”.

In dat voorontwerp geeft u aan dat voor deelgebied 2 een agrarisch gebruik het meest in de rede ligt.

Hoewel wij, zoals bekend, een groot voorvechter zijn van het behoud van het agrarisch en open karakter van onze gemeente vinden wij een agrarische bestemming voor dit deelgebied juist niet in de rede liggen.
Het aanzicht van dat gebied wordt volledig bepaald door de zware infrastructuur die rondom dit gebied gerealiseerd is/wordt. Het open karakter van het gebied is daardoor geheel verloren gegaan en het gebied ligt volkomen geïsoleerd van het overige agrarisch gebied.
Het (weer) agrarisch willen maken van dit gebied is gekunsteld; gekozen zou o.i. moeten worden voor een bestemming die meer aansluit bij de huidige omgevingskarakteristiek.

Terecht stelt u dat gevoelige functies als wonen hier uitgesloten zijn, maar dat u toekomstig gebruik als bedrijventerrein gelet op de omvang en ligging van het gebied geen optie acht, vinden wij merkwaardig.
Juist vanwege de ligging is dit deelgebied uitermate geschikt als bedrijventerrein. Het gebied wordt zowel vanaf de weg (A16), als vanaf het spoor (station Lage Zwaluwe) uitstekend ontsloten en is dan ook een prima lokatie voor bedrijven uit de sector transport en logistiek.
Wat de omvang betreft schatten wij dit gebied op tenminste 30 ha, vergelijkbaar derhalve met geheel Zwanengat, dus die omvang kan het probleem ook niet zijn.
Voorts stelt u dat een bestemming van dit gebied tot bedrijventerrein strijdig is met het provinciaal en gemeentelijk beleid.
Met gemeentelijk beleid doelt u vermoedelijk op de Industrievisie 2002, waarin aangegeven wordt dat u het ontwikkelen van bedrijventerreinen wilt concenteren in twee gedeelten van de gemeente, in het westen (vnl Dintelmond) en in het oosten (bij Zevenbergen). Maar als een bedrijventerrein in deelgebied 3 mogelijk is, moet dat in deelgebied 2 (op een steenworp afstand van Zevenbergen) toch ook kunnen. De industrievisie wordt daardoor niet direct geweld aan gedaan.
Binnen het provinciaal beleid maakt deelgebied 2 trouwens deel uit van het zoekgebied voor Moerdijkse Hoek (zie startnotitie m.e.r.), zodat in dat opzicht van strijdigheid geen sprake is.
Wij achten ontwikkeling van deelgebied 2 tot bedrijventerrein een belangrijk onderdeel van een totaal plan om, door verdeling van opvang van de toekomstige ruimtebehoefte over meerdere (bestaande en nieuwe) bedrijventerreinen, de aanleg van Moerdijkse Hoek overbodig te maken.
De provincie stelt dat 15% van Moerdijkse Hoek (in casu 90 ha) bestemd is voor weggeörienteerde logistieke bedrijven. Deelgebied 2 zou hiervan dus reeds een behoorlijk deel kunnen opvangen.

Naast een mogelijk alternatief voor (een deel van) Moerdijkse Hoek zou deelgebied 2 trouwens ook een alternatief kunnen zijn voor ontwikkelingen in het Noordrandgebied, met name voor de direct ten noorden van de Achterdijk gelegen vloeivelden.
Resumerend stellen wij u derhale voor om deelgebied 2 de bestemming bedrijventerrein te geven, in plaats van de door u voorgestane agrarische bestemming.

Namens de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk,
Hoogachtend,

W.C.A. Rijnart, voorzitter

Artikel BN/De Stem: SBBM wil bedrijven bij station

Door Frank Timmers

Woensdag 14 juli 2004 – ZEVENBERGSCHEN HOEK – Het stationsgebied tussen het station Lage Zwaluwe en de A16 moet bedrijventerrein worden. Dat schrijft de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk (SBBM) aan de gemeente Moerdijk.
Voorzitter W. Rijnart stelt voorop dat zijn stichting voorvechter is van het behoud van een open en agrarisch karakter van de gemeente Moerdijk. In het stationsgebied ziet hij echter een kans om bedrijvigheid op andere ‘groene’ plaatsen te voorkomen.
Het open karakter van het gebied is volgens de SBBM toch al verloren gegaan door de hsl, het spoor en de A16. Het ligt volkomen geisoleerd van het overige agrarische gebied. ‘Juist vanwege de ligging is dit gebied uitermate geschikt als bedrijventerrein. Het gebied wordt zowel vanaf de weg (A16) als vanaf het spoor (station Lage Zwaluwe) uitstekend ontsloten en is dan ook een prima locatie voor bedrijven uit de sector transport en logistiek’, schrijft Rijnart.
Hij beseft dat de gemeente Moerdijk in de Visie Industrie twee locaties heeft aangewezen voor de aanleg of uitbreiding van bedrijventerreinen. In het westen van de gemeente is dat Dintelmond en in het oostelijk deel is de Noordrand boven Zevenbergen aangewezen.
Het stationsgebied bij Zevenbergschen Hoek is volgens de SBBM geschikt om de druk van de plannen bij de Noordrand af te halen. Tegen die plannen zijn veel protesten, met name omdat de voor de natuur waardevolle vloeiweiden moeten verdwijnen voor bedrijvigheid.
Bovenal is het stationsgebied voor de SBBM een prima alternatief voor een deel van de bedrijven die zich in het geplande industrieterrein Moerdijkse Hoek gaan vestigen. In de reactie van SBBM op het voorontwerp bestemmingsplan stationsgebied Lage Zwaluwe en omgeving staat: ‘De provincie stelt dat vijftien procent van Moerdijkse Hoek (in casu 90 hectare) bestemd is voor weggeörienteerde logistieke bedrijven. Het stationsgebied zou hiervan dus een behoorlijk deel kunnen opvangen.’ Het gebied wordt vooralsnog gebruikt als werkterrein voor de hsl.

Artikel BN De Stem: Dintelmond vergeten industrieterrein

Door Paul Verlinden

Dinsdag 27 april 2004 – DINTELMOND – Aan fazanten geen gebrek op industrieterrein Dintelmond. Zoals ook de grazende schapen op de dijkjes die het terrein afschermen van het omliggende poldergebied voor een landelijke aanblik zorgen.

De Vluchthaven heeft eigenlijk geen functie meer.(Foto Dick de Boer)
Dintelmond heeft bij lange na niet de uitstraling van industrieterrein Moerdijk. Dat kan ook niet, al was het alleen maar omdat Dintelmond met zijn tachtig hectare ruim dertig keer past in zijn ‘grote broer’ binnen de gemeente Moerdijk. Toch is ook Dintelmond een bovenregionaal industrieterrein, waar 1400 mensen hun brood verdienen, bij onder andere Malta Glasrecyling, Zuid-Nederlandse Staalbouw en Escher.

In de gemeente Moerdijk gaat alle aandacht uit naar het mega-industrieterrein tussen Klundert en Moerdijk-dorp. Dintelmond ligt er wat vergeten bij. Een opknapbeurt (revitalisering) en uitbreiding zouden het terrein dan ook een flinke impuls geven. Met de revitalisering is een begin gemaakt en er wordt momenteel een studie verricht naar uitbreiding. Dintelmond is aangewezen als een van de weinige plekken in Moerdijk waar nog industriegrond te vinden is.

‘We hebben de bochten verruimd en er zijn parkeerhaltes voor vrachtwagens gemaakt“, zegt André Ringerwöle, projectleider bij de gemeente Moerdijk, over de opknapbeurt.

Lus

Maar er is meer nodig. Zo moet er een lus komen aan het einde van de Markweg-zuid, zodat vrachtauto’s makkelijker kunnen draaien om weer van het industrieterrein af te komen. ‘Aan het einde van Markweg-zuid kun je links naar Heijningen en rechts naar Dinteloord, maar dat is verboden voor vrachtauto’s. Dus ze moeten of heel moeizaam draaien of ze rijden door Heijningen en Dinteloord, terwijl dat eigenlijk niet mag“, aldus Ringerwöle.

Verder wil de gemeente op het terrein de groenstroken verfraaien en de verlichting verbeteren.

Veel ingrijpender dan de opknapbeurt, is het eventueel verplaatsen van (delen) van bedrijven om zo het terrein efficiënter in te richten. Daarvan kan echter alleen sprake zijn als er ook een uitbreiding van Dintelmond komt.

Provincie en gemeente onderzoeken nu of en hoe dat gebeurt. Volgens het uitwerkingsplan van het Streekplan (een blauwdruk voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen) is in de gemeente Moerdijk tot aan 2020 circa 120 hectare extra industriegrond nodig. (Het geplande industrieterrein Moerdijkse Hoek staat daar los van).

Deels kan die ruimte gevonden worden door bestaande terreinen slimmer in te richten, maar het gros van die hectares moet elders gevonden worden. Met name de Noordrand in Zevenbergen en Dintelmond zijn daarvoor in beeld. Mocht het in Dintelmond niet lukken, dan is mogelijk ten westen van Fijnaart nog ruimte voor industrieterrein te vinden. ‘Maar daar gaan we niet van uit“, zei wethouder Cors Punt onlangs.

Bij Dintelmond wordt dus naar uitbreiding gezocht. In principe is het mogelijk daar nog eens 80 hectare te vinden, door het huidige terrein als het ware om te klappen naar de andere kant van de Markweg-zuid. ‘De provincie heeft dat altijd tegengehouden omdat de dijk waar Dintelond aan grenst tot de zogenoemde Groene Hoofdstructuur behoort. Maar er is nu toch een opening geboden waardoor we het op zijn minst kunnen onderzoeken.“

Voor januari 2005 moet dat onderzoek zijn afgerond. Als daaruit blijkt dat aan de andere kant van de Markweg-Zuid industieterrein kan en mag worden aangelegd, is het aan de politiek om uit te spreken hoeveel hectare daar voor bestemd moet worden. ‘Dat kan variëren van 10 tot 80 hectare“, aldus Ringerwöle.

Uitbreiding is in elk geval essentieel om op het huidige terrein een en ander te kunnen realiseren. Extra hectares leveren immers geld op dat de gemeente in revitalisering kan steken.

Een ambitieus onderdeel van de revitalisering zou het (deels) dempen van de vluchthaven aan het Volkerak kunnen zijn. Ringerwöle: ‘Die vluchthaven is 10 hectare groot en heeft eigenlijk geen functie meer. Rijkswaterstaat heeft de vluchthaven ‘om niet’ aangeboden aan de gemeente. Daar zouden we dus iets mee kunnen. Er zou dan een kleine insteekhaven kunnen blijven bestaan en de rest kan bedrijfsgrond worden. Als je het over intensief ruimtegebruik hebt, dan is dit een schoolvoorbeeld.“

Snelweg

Om Dintelmond helemaal een impuls te geven, moet het terrein eigenlijk direct op snelweg 29 aangesloten worden. Nu moet het verkeer via de afslag Willemstad door de polder rijden om op Dintelmond te komen. Een ‘eigen afslag’ zit er echter vooralsnog niet in, heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat laten weten. ‘Maar als de gemeente Steenbergen ten noorden van Dinteloord activiteiten zou gaan ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, zijn er misschien wel kansen voor zo’n afslag of een alternatieve ontsluiting“, aldus Ringerwöle.

SBBM: 5e herziening bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk, Startnotitie Industrie- en Havengebied Moerdijk

Aan de leden van
de gemeenteraad van Moerdijk

Zevenbergen, 3 april 2004

Geachte Raadsleden,

Voor de vergadering van de Commissie Fysieke Infrasructuur van 6 april a.s. wordt door het College opgemelde startnotitie ingebracht (agendapunt 7.8), met het voorstel in te stemmen met de daarin genoemde uitgangspunten om te komen tot de 5e herziening van het bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk.
Essentie van de voorgenomen bestemmingsplanherziening is het vastleggen van wat genoemd wordt de maximaal toelaatbare akoestische situatie. Daarbij wordt gedoeld op de situatie die naar verwachting zal ontstaan wanneer het gehele terrein volledig in gebruik is genomen, inclusief de strategische reserves.

Naar onze mening is dit uitgangspunt onjuist!
Daarbij wordt immers uitsluitend rekening gehouden met de bestaande gebruiksmogelijkheden en wordt volledig voorbij gegaan aan het feit dat door herstructurering tot een aanzienlijk intensiever gebruik van de bestaande ruimte kan worden gekomen.

Zoals bekend zijn wij van mening dat in de veronderstelde ruimtebehoefte voor zware, milieuhinderlijke industrie in de eerste plaats voorzien moet worden door de ruimte op bestaande industrieterreinen en wel met name die op Moerdijk 1 beter te benutten, alvorens te opteren voor het aanleggen van nieuwe industrieterreinen.
Moerdijk 1 is met zijn bruto-nettoverhouding van 49% verreweg het meest extensief gebruikte industrieterrein van Brabant en naar alle waarschijnlijkheid van geheel Nederland. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de daarin gelegen havenbekkens, maar vooral ook door de imnmens brede infrastructuurstroken en zeer ruim bemeten groenstroken. Herstructurering daarvan kan alleen al een winst van honderden hectares opleveren.
Daarnaast liggen op Moerdijk 1 grote oppervlakken die puur voor opslag in gebruik zijn en daarvoor wordt alleen het maaiveld benut. Trouwens voor het gehele terrein geldt dat maar weinig gebruik gemaakt wordt van mogelijkheden om in plaats van in de breedte, in de hoogte te gaan. En de diepte wordt al evenmin benut.
Een beter gebruik van dit soort mogelijkheden zou ook al weer honderden hectaren terreinwinst opleveren.

Het spreekt vanzelf dat een aanzienlijk intensiever gebruik van het Industrieterrein Moerdijk binnen de vigerende milieugrenzen niet mogelijk is. Om een dergelijk gebruik mogelijk te maken zullen dan ook ingrijpende maatregelen genomen moeten worden om te voorkomen dat men tot in de verre omgeving milieuhinder van dit industrieterrein zal ondervinden.

In de voorliggende startnotitie wordt het treffen van maatregelen in het overdrachtsgebied (de grens van het industrieterrein) afgewezen. Geluidschermen zouden b.v. te hoog, te lang en te duur worden.
Voor de situatie waar in de startnotitie van wordt uitgegaan mag dat zo zijn, maar in een situatie waarin het gebruik van het industrieterrein sterk geïntensiveerd wordt zullen maatregelen in het overdrachtsgebied noodzakelijk zijn.
Wij denken daarbij overigens niet aan geluidschermen, maar aan het “groen inpakken” van het terrein, d.m.v. een hoge brede aarden wal, voorzien van beplanting, maar de vorm waarin dat soort maatregelen getroffen wordt is iets dat in een later stadium aan de orde moet komen .
Feit is echter, dat als het industrieterrein op een dergelijke manier wordt afgeschermd, er een geheel andere situatie t.a.v. de geluidcontouren ontstaat. Deze zullen zich minder ver buiten het industrieterrein uitstrekken dan in de startnotitie is aangegeven. De consequenties voor de aldaar gelegen woningen zullen dan ook minder ingrijpend zijn.

Het zal u duidelijk zijn dat wij vinden dat de voorgenomen 5e herziening niet moet worden uitgevoerd omdat die niet gebaseerd is op een optimaal gebruik van het industrieterrein Moerdijk, waardoor nu maatregelen genomen zouden gaan worden die bij toekomstig optimaal gebruik achterwege hadden kunnen blijven.

In de startnotitie wordt ook vermeld dat op vrij korte termijn een integrale herziening van het bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk zal worden uitgevoerd.
Naar onze mening is die integrale herziening dé gelegenheid om (juridisch) een intensiever gebruik van het terrein mogelijk te maken en de aanleg van geluidwerende voorzieningen in het overdrachtsgebied te regelen.

Aangezien ook de gemeente Moerdijk zich bij herhaling tegen de aanleg van Moerdijkse Hoek heeft uitgesproken, terwijl de provincie er op blijft hameren dat er in de toekomst in West-Brabant meer ruimte nodig is voor zware industrie, biedt een herziening van het bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk in de zin als door ons bepleit, een uitstekende mogelijkheid om beide partijen tevreden te stellen.

Wij stellen u dan ook voor om niet in te stemmen met de Startnotitie Industrie- en Havengebied en niet in te stemmen met de start van de voorbereidingsfase van de 5e herziening van het bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk.
Tevens stellen wij u voor het College op te dragen met voortvarendheid de integrale herziening van het bestemmingsplan Industrieterrein Moerdijk ter hand te nemen, waarbij het intensiever benutten daarvan uitgangspunt zou moeten zijn.

Namens de Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk,
Wim Rijnart, voorzitter